Exoten – met een ‘O’ en ‘P’

Oca of Klaverzuring (Oxalis tuberosa) Oxalidaceae

Nederlands: Klaverzuring , Knolklaver , Oca ,Oka , Oca de Perou

Frans: Oca de Perou , Trufette acide

Engels: Oca, Oxalis ,Woodsorrel , Sorrel , Uqa

Duits: Knollige Sauerklee,Oka, Yam, Peruanischer Sauerklee

Spaans: Papa oca , Ibia , ruba, papa colorada ,

Italiaans : Oca

De Oca of klaverzuring is inheems in het bergland van Zuid Amerika, met name in landen als Peru , Colombia ,Bolivia en Equador. Voor de Inca’s in de Andes was de Oca 6000 jaar geleden al dagelijks voedsel. De Oca groeit in de Andes tot op een hoogte van 4000 meter. Was de oca eerst nog een in het wild gezochte knol, al snel waren de Inca’s en Maya’s bedreven in de beroepsmatige teelt hiervan .De knollen hebben veel overeenkomsten met de aardappel die uit het zelfde gebied afkomstig is. De Oca knollen zijn veel kleiner dan die van de aardappel, ze zijn rond tot langovaal en onregelmatig van vorm .De plant produceert zes tot acht knollen met een witte, gele of rossige kleur. Van licht tot donkerbruin van violet tot purper en alle kleurschakeringen daartussen.

Voor de indianen in Bolivia, in de omgeving van het Titiaca meer is de Oka , ook nu nog ,het belangrijkste dagelijkse voedsel. De geoogste knollen worden hier enkele dagen in de zon te drogen gelegd, om de eventuele bittere smaak te laten verdwijnen .

Inmiddels wordt de Oca in heel Zuid Amerika verbouwd van Venezuela tot Argentinië , en sinds 1860 in van uit Chili naar Nieuw Zeeland gebracht. In Nieuw Zeeland is de Oca een belangrijk gewas geworden , welk onder de naam “New Zealand yam “ wordt verkocht .

In Europa wordt sinds 1830 in Frankrijk en Spanje de Oca geteeld , in eerste instantie bedoeld als veevoer ,echter het succes van de aardappel kon niet geëvenaard worden . Nu nog voornamelijk geteeld voor menselijke consumptie , en vanuit o.a. Frankrijk als “Oca de Perou”op de markt gebracht . De teelt in Nederland blijft vooralsnog beperkt tot de biologische teelt en particuliere tuinen . Doordat de Oca pas knollen vormt als de dagen gaan korten , is oogsten pas eind oktober begin november mogelijk ,meestal heeft de nachtvorst de knolvorming dan al gestopt. Met bescherming van tunnel of in de kas is teelt goed mogelijk .

De knollen zijn meestal zoet van smaak met een hoog suikergehalte . Oca kun je rauw eten ,roosteren ,koken, net als zoete aardappel konfijten of toevoegen aan soepen en stoofschotels . Ook het jonge blad is eetbaar. Het aanwezige oxaalzuur in de knol verdwijnt door tijdens de kook het water te verversen. Ook het enkele dagen in de zon drogen verminderd het oxaalzuur. De jonge kiemblaadjes worden als cress verkocht .

Verschillende varieteiten :

Op dit moment zijn er geen duidelijke rassen te benoemen .

De huidige indeling is naar de kleur van de knol : creme , bruin , rose , violet ,of naarde plantkleur.

Oca plant met rode stengels ( Red type)

Oca plant met lichtgroene stengels ( White type)

Opslag :

De Oca kan tot 8 maanden bewaard worden bij temperatuur van 2° C tot 4° C.

Voedingswaarden per 100 gram vers product .
Energie (kcal) 61
Water (g) 84,1
Eiwit (g) 1,0
Koolhydraten (g) 13,3
Calcium (mg) 2
Fosfor (mg) 36
IJzer (mg) 1,6
Thiamine (mg) 0,05
Riboflavine (mg) 0,13
Niacine (mg) 0,43

Ascorbinezuur (mg) 38,4

In de afgelopen tien jaar, zijn er expedities gemaakt naar Peru. Ecuador en Bolivia om de gecultiveerde Oca te verzamelen bij de bewoners van de Andes .

In het Andes gebergte van Peru worden nog steeds wilde en gecultiveerde vormen van de Oca gevonden, deze worden geselecteerd ,en uitgezet op proefvelden ,o.a. in Peru ,Bolivia en Equador.

Hier zijn velden met meer dan 1000 varieteiten te vinden . Door selectie en veredeling worden dan nieuwe varieteiten verkregen.

In de Andes komen diverse eetbare knollen voor die door de inheemse bevolking worden verzameld en /of geteeld . Naast de Aardappel en de Oca zijn dat o.a. de Mashwa (Tropaeolum tuberosum ) de Bitter Potatoes ( Solanum x jazepczukii) en de Ullucu ( Ullucus tuberosus ) .

Papaya

Unicode

Papaya ” Long Tom “

Papaja-Papaya (Carica papaya L.) fam. Caricaceae.

Naamgeving
Papaya is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:  papaya, papaja
Frans:  papaya
Duits: Papaya
Spaans:  papaya
Engels:  papaya, papaw
Thai: Ma-la-kaw
Maleisie:Betik
Indonesie: Papaya . Buah betik
Filipijns: Papaya

Familie  
Papaya behoort tot de familie van de Caricaceae. De papaya wordt ook wel ‘boommeloen’ genoemd. De babaco ( Carica pentagona) behoort tot dezelfde familie, maar is nog vrijwel onbekend in Europa.
De papaya groeit aan ca 10 m hoge, weekstammige boom zonder takken. De plant groeit zeer snel. De grote handvormige bladeren bevinden zich aan de top en daar vlak onder, direct aan de stam, de vruchten. De papaya is een tropische vrucht die groeit tussen de 32 ste Noorder en Zuider breedtegraad. De plant heeft een vruchtbare grond nodig en kan slecht tegen harde wind. De voortplanting gebeurt meestal via zaad.
Naast mannelijke en vrouwelijke bomen, zijn er bomen die zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen dragen (hermafrodiet). De vruchten zijn langgerekt tot 40 cm lang. De vruchtvorm is rasafhankelijk en kan peer-, aubergine- of meloenvormig zijn. De schil is vrij dun, groengeel/oranje van kleur en leerachtig. Bij het rijper worden kleurt de vrucht geler. Er verschijnen dan gele vlekken op de schil. In het midden van de vrucht bevindt zich, net zoals bij meloenen, een holte, waarin talloze ronde donkere zaden zitten.
Het vruchtvlees is stevig vast en is oranje, oranjeroze en soms licht geel gekleurd. In het eetrijpe stadium wordt het vruchtvlees sappig en zoet met een licht muskus- of meloenachtig aroma. Rijpe vruchten worden gegeten als een meloen.
Het vruchtgewicht kan tot 6 kg per vrucht bedragen. De op de Nederlandse markt verkrijgbare papaya’s wegen tussen de 300 en 400 gram per stuk voor de kleinvruchtige rassen en 1 tot 4 kilo voor de grootvruchtige rassen

P1040357-©

Papaya “Solo ”

Herkomst:
De papaya komt oorspronkelijk uit Zuid-Mexico en Costa Rica. Via Panama en de Dominicaanse Republiek verspreide de papaja zich naar de Bahamas en Bermuda. Dit moet al voor 1492 hebben plaatsgevonden.
De Spanjaarden brachten de papaja naar de Filippijnen, Malakka en India, het dan rond 16 25.
Maar het zal nog tot 1900 duren voordat de Papaja in Europa enige bekendheid krijgt. Het is vooral via de verschillende koloniën in de tropen dat de Europeaan deze vruchten leerde kennen.

Uiterlijke kenmerken
De vrucht is langwerpig (tot 40 cm lang) of haast rond. De kleur is groenoranje. Het vruchtvlees is geel, oranje of roodoranje. De zaden zien eruit als reuzenkaviaar en zijn niet eetbaar.
De zaden bevatten, net als het vruchtvlees, het eiwit splitsende enzym Papaïne

Unicode

Papaya “Formosa “

Consumptie en toepassing
De papaya wordt zowel rijp als onrijp gegeten. Onrijp kan de papaya dienst doen als groente. Ook het blad wordt als groente gegeten. De papaya is vaak flauw zoet van smaak. Hij is het lekkerst wanneer hij niet overrijp is. Ze smaken dan zacht en meloenachtig.
Behandelen als een meloen. De papaya in stukken snijden en het zaad verwijderen. Eventueel besprenkelen met lime of citroen, zout of suiker.
De onrijpe vrucht kan als groente, pickles, chutney of jam gebruikt worden. Verder als dessert, in fruitsalades of bij het ontbijt in combinatie met citroensap.
Papaja bevat (evenals verse kiwi en verse ananas) een eiwitsplitsend enzym genaamd Papaïne. Een negatieve werking heeft deze stof op toetjes met gelatine zoals bavaroise en schuimpuddingen. De stof verhindert het stollen van gelatine. Ook aan toetjes met kwark, yoghurt en room moet papaja op het laatste moment worden toegevoegd anders kan de smaak van een dergelijk dessert bitter worden. Een positieve werking heeft het enzym op vlees. Vlees in combinatie met papaja klaargemaakt, wordt malser. Op beperkte schaal wordt deze stof uit papaja’s gehaald en gebruikt voor de productie van vleesvermalsers.
Door de Papaïne is de vrucht ook licht verteerbaar.
Dit zelfde geldt ook voor andere vruchten zoals een kiwi en ananas.
De pitten en de geleiachtige massa moeten goed worden verwijderd omdat ze een sterk laxerende werking hebben.  In de tropen wordt het gebruikt als middel tegen darmparasieten.

Voedingswaarde
Voedingswaarde per 100 gram:
Energie: 185 KJoules (44 Kcal)
Eiwit: 1 gram
Koolhydraten: 10 mg
Sucrose(48%), glucose (30%) en
Fructose (22%)
Calcium: 21 mg
Fosfor: 16 mg
IJzer: 0,4 mg
Natrium: 3 mg
Kalium: 211 mg
B-Caroteen: 0,56 mg
Vit.  B I: 0,03 mg
Vit.  B2: 0,04 mg
Vit.  C: 82 mg

Productie landen.
De papaya’s, die in Nederland worden aangevoerd, komen uit een groot aantal tropische en subtropische landen zoals: Australië, Thailand, Ivoorkust, Zuid-Afrika, Brazilië, Colombia, Mexico, Hawaï en Texas.

P1080267-BorderMaker Aurora

Papaya “Aurora ” een zaadloze varieteit uit Israel

Jaarrond aanvoer
De papaya wordt het gehele jaar in Nederland aangevoerd.
Van oktober tot maart uit Brazilië en Zuid Afrika
Van oktober tot mei uit Florida
De overige landen zorgen samen voor een jaarrond aanvoer t.w.
Ivoorkust – Kenia – Hawaï en Thailand

Transport
De Papaja is een zeer kwetsbare vrucht. Deze moet plukrijp geoogst worden en voorzichtig narijpen. De kwetsbaarheid verplicht de transporteurs tot grote voorzichtigheid. Een stevige verpakking, juiste temperatuur en luchtvochtigheid. Afhankelijk van het ras , de rijpheid  en het land van herkomst is de beste  vervoerstemperatuur tussen de  10°C en 14° C.  en 85 %  tot 90 % RV.

Rassen
Papaya’s worden nog niet overal onder rasnaam verkocht.
Het aantal commerciële rassen is wereldwijd ca. 150 . In alle productielanden wordt er flink ingezet op rasverbetering. Veranderende klimaatomstandigheden hebben invloed op de teelt eigenschappen van de papaja. Natte streken die droger worden en omgekeerd, vragen een andere teeltmethode en vaak ook andere rassen. Het aantal rassen zal in de toekomst alleen maar toenemen.
Toch is er op het gebied van de herkenbaarheid van de rassen de laatste jaren vooruitgang geboekt. Er zijn momenteel laagstam-rassen die naast het gemak van het gemakkelijk oogsten tevens zeer smakelijke vruchten opbrengen. Deze vruchten zijn wel iets kleiner dan de oude soorten.

Enkele ras omschrijvingen
In alle aanvoerlanden geteeld;
1 – ‘Solo’ (belangrijkste ras)
– groene schil.
– vruchtvlees geel tot roze.
– bij eetrijpheid zeer sappig.
2 – ‘Hobson’
– selectie uit de ‘Solo’.
– groen/gele schil.
– vruchtvlees oranjegeel.
– sappig en smaakvol.
3 – ‘Long Toms’
– tot 40 cm grootte papaja en
– tot 9 kg zwaar!
4 – ‘Formosa’
– tot 35 cm grote vrucht
– ca. 3 kilo zwaar
– heerlijk smakelijk vruchtvlees
– stevig vruchtvlees
5 – ‘Sunset solo’
– ‘Sunrise solo’
– ‘Vista solo”
– Deze drie cultivars zijn ontstaan uit het moederras ‘Solo’ de onderlinge verschillen     zijn voor de handel niet belangrijk. Het gaat hier vooral om teelttechnische variaties.

Bewaaromstandigheden
Plukrijpe vruchten kunnen maximaal ca. 3 weken worden bewaard bij 8°C en een RV van 85-90%.
Van plukrijp naar eetrijp kan in 1 à 2 dagen gerealiseerd worden bij 21 tot 26°C.
Nog niet eetrijpe papaya’s zijn lang houdbaar bij een temperatuur van 10°C. Onrijpe papaya’s rijpen niet na en blijven groen.
Deze gegevens zijn afhankelijk van ras, herkomst en rijpheid.

 

 

Passiefruit

Unicode

Curuba of Banaanpassie

Passiefruit (Passiflora spp. ) fam. Passifloraceae  /1014/57/
Naamgeving
Passiefruit, als soort, is bekend onder de volgende namen:
Nederland:  passievrucht
Frans:  passiflore comestible, Grenadille
Duits: Passionsfrucht, Granadilla
Spaans: granadilla, maracuja
Engels:  passion fruit,Purple Passionfruit
Thai:  Saowaros
Maleisie:  Buah susu
Indonesie:  Markisa,Konyal,,Buah susu
Filipijnen:  Pasionaria
Suriname: Markoesa

Een andere naam voor de passievrucht is granadilia, een erfenis van de Spanjaarden. De Spaanse veroveraars vonden de passievrucht iets weg hebben van een kleine granaatappel (= granadilia).

Familie
Alle passievruchten behoort tot de familie van de Passifloraceae of de passiebloemachtigen.
Binnen de familie Passiflora zijn 12 geslachten die samen ca. 400 verschillende variëteiten voortbrengen. Hiervan zijn er ca. een twintigtal variëteiten geschikt voor export naar Europa.
Naast de paarse passievrucht zijn er nog gele, oranje, groene en bruine soorten.

Passievruchten onder varieteit naam

Nederlands, Paarse passievrucht, Markoesa, (Passiflora edulis var. edulis)

Unicode

Engels. Purple passionfruit, purple granadilla
Frans, grenadille, pomme liane, fruit de la passion
Duits, Purpurgranadilla, Rote passionsfrucht
Spaans, Maracuya purpura
Nederlands, Gele passievrucht, Maracuya (Passiflora edulis  var.  flavicarpa)

Unicode

 

Engels, Yellow passionfruit,

Frans, fruit de la passion
Duits, Gelbe passionsfrucht Maracuja
Spaans, Maracuya parchita
Nederlands, Gele Passie, Marie tambour, Granadilla, (Passiflora ligularis)

P1080115-BorderMaker
Engels, sweet passionfruit
Frans, grenadille douce
Duits Süsse granadilla
Spaans, granadilla

Papaya

Unicode

Papaya ” Long Tom “

Papaja-Papaya (Carica papaya L.) fam. Caricaceae.

Naamgeving
Papaya is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:  papaya, papaja
Frans:  papaya
Duits: Papaya
Spaans:  papaya
Engels:  papaya, papaw
Thai: Ma-la-kaw
Maleisie:Betik
Indonesie: Papaya . Buah betik
Filipijns: Papaya

Familie  
Papaya behoort tot de familie van de Caricaceae. De papaya wordt ook wel ‘boommeloen’ genoemd. De babaco ( Carica pentagona) behoort tot dezelfde familie, maar is nog vrijwel onbekend in Europa.
De papaya groeit aan ca 10 m hoge, weekstammige boom zonder takken. De plant groeit zeer snel. De grote handvormige bladeren bevinden zich aan de top en daar vlak onder, direct aan de stam, de vruchten. De papaya is een tropische vrucht die groeit tussen de 32 ste Noorder en Zuider breedtegraad. De plant heeft een vruchtbare grond nodig en kan slecht tegen harde wind. De voortplanting gebeurt meestal via zaad.
Naast mannelijke en vrouwelijke bomen, zijn er bomen die zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen dragen (hermafrodiet). De vruchten zijn langgerekt tot 40 cm lang. De vruchtvorm is rasafhankelijk en kan peer-, aubergine- of meloenvormig zijn. De schil is vrij dun, groengeel/oranje van kleur en leerachtig. Bij het rijper worden kleurt de vrucht geler. Er verschijnen dan gele vlekken op de schil. In het midden van de vrucht bevindt zich, net zoals bij meloenen, een holte, waarin talloze ronde donkere zaden zitten.
Het vruchtvlees is stevig vast en is oranje, oranjeroze en soms licht geel gekleurd. In het eetrijpe stadium wordt het vruchtvlees sappig en zoet met een licht muskus- of meloenachtig aroma. Rijpe vruchten worden gegeten als een meloen.
Het vruchtgewicht kan tot 6 kg per vrucht bedragen. De op de Nederlandse markt verkrijgbare papaya’s wegen tussen de 300 en 400 gram per stuk voor de kleinvruchtige rassen en 1 tot 4 kilo voor de grootvruchtige rassen

P1040357-©

Papaya “Solo ”

Herkomst:
De papaya komt oorspronkelijk uit Zuid-Mexico en Costa Rica. Via Panama en de Dominicaanse Republiek verspreide de papaja zich naar de Bahamas en Bermuda. Dit moet al voor 1492 hebben plaatsgevonden.
De Spanjaarden brachten de papaja naar de Filippijnen, Malakka en India, het dan rond 16 25.
Maar het zal nog tot 1900 duren voordat de Papaja in Europa enige bekendheid krijgt. Het is vooral via de verschillende koloniën in de tropen dat de Europeaan deze vruchten leerde kennen.

Uiterlijke kenmerken
De vrucht is langwerpig (tot 40 cm lang) of haast rond. De kleur is groenoranje. Het vruchtvlees is geel, oranje of roodoranje. De zaden zien eruit als reuzenkaviaar en zijn niet eetbaar.
De zaden bevatten, net als het vruchtvlees, het eiwit splitsende enzym Papaïne

Unicode

Papaya “Formosa “

Consumptie en toepassing
De papaya wordt zowel rijp als onrijp gegeten. Onrijp kan de papaya dienst doen als groente. Ook het blad wordt als groente gegeten. De papaya is vaak flauw zoet van smaak. Hij is het lekkerst wanneer hij niet overrijp is. Ze smaken dan zacht en meloenachtig.
Behandelen als een meloen. De papaya in stukken snijden en het zaad verwijderen. Eventueel besprenkelen met lime of citroen, zout of suiker.
De onrijpe vrucht kan als groente, pickles, chutney of jam gebruikt worden. Verder als dessert, in fruitsalades of bij het ontbijt in combinatie met citroensap.
Papaja bevat (evenals verse kiwi en verse ananas) een eiwitsplitsend enzym genaamd Papaïne. Een negatieve werking heeft deze stof op toetjes met gelatine zoals bavaroise en schuimpuddingen. De stof verhindert het stollen van gelatine. Ook aan toetjes met kwark, yoghurt en room moet papaja op het laatste moment worden toegevoegd anders kan de smaak van een dergelijk dessert bitter worden. Een positieve werking heeft het enzym op vlees. Vlees in combinatie met papaja klaargemaakt, wordt malser. Op beperkte schaal wordt deze stof uit papaja’s gehaald en gebruikt voor de productie van vleesvermalsers.
Door de Papaïne is de vrucht ook licht verteerbaar.
Dit zelfde geldt ook voor andere vruchten zoals een kiwi en ananas.
De pitten en de geleiachtige massa moeten goed worden verwijderd omdat ze een sterk laxerende werking hebben.  In de tropen wordt het gebruikt als middel tegen darmparasieten.

Voedingswaarde
Voedingswaarde per 100 gram:
Energie: 185 KJoules (44 Kcal)
Eiwit: 1 gram
Koolhydraten: 10 mg
Sucrose(48%), glucose (30%) en
Fructose (22%)
Calcium: 21 mg
Fosfor: 16 mg
IJzer: 0,4 mg
Natrium: 3 mg
Kalium: 211 mg
B-Caroteen: 0,56 mg
Vit.  B I: 0,03 mg
Vit.  B2: 0,04 mg
Vit.  C: 82 mg

Productie landen.
De papaya’s, die in Nederland worden aangevoerd, komen uit een groot aantal tropische en subtropische landen zoals: Australië, Thailand, Ivoorkust, Zuid-Afrika, Brazilië, Colombia, Mexico, Hawaï en Texas.

P1080267-BorderMaker Aurora

Jaarrond aanvoer
De papaya wordt het gehele jaar in Nederland aangevoerd.
Van oktober tot maart uit Brazilië en Zuid Afrika
Van oktober tot mei uit Florida
De overige landen zorgen samen voor een jaarrond aanvoer t.w.
Ivoorkust – Kenia – Hawaï en Thailand

Transport
De Papaja is een zeer kwetsbare vrucht. Deze moet plukrijp geoogst worden en voorzichtig narijpen. De kwetsbaarheid verplicht de transporteurs tot grote voorzichtigheid. Een stevige verpakking, juiste temperatuur en luchtvochtigheid. Afhankelijk van het ras , de rijpheid  en het land van herkomst is de beste  vervoerstemperatuur tussen de  10°C en 14° C.  en 85 %  tot 90 % RV.

Rassen
Papaya’s worden nog niet overal onder rasnaam verkocht.
Het aantal commerciële rassen is wereldwijd ca. 150 . In alle productielanden wordt er flink ingezet op rasverbetering. Veranderende klimaatomstandigheden hebben invloed op de teelt eigenschappen van de papaja. Natte streken die droger worden en omgekeerd, vragen een andere teeltmethode en vaak ook andere rassen. Het aantal rassen zal in de toekomst alleen maar toenemen.
Toch is er op het gebied van de herkenbaarheid van de rassen de laatste jaren vooruitgang geboekt. Er zijn momenteel laagstam-rassen die naast het gemak van het gemakkelijk oogsten tevens zeer smakelijke vruchten opbrengen. Deze vruchten zijn wel iets kleiner dan de oude soorten.

Enkele ras omschrijvingen
In alle aanvoerlanden geteeld;
1 – ‘Solo’ (belangrijkste ras)
– groene schil.
– vruchtvlees geel tot roze.
– bij eetrijpheid zeer sappig.
2 – ‘Hobson’
– selectie uit de ‘Solo’.
– groen/gele schil.
– vruchtvlees oranjegeel.
– sappig en smaakvol.
3 – ‘Long Toms’
– tot 40 cm grootte papaja en
– tot 9 kg zwaar!
4 – ‘Formosa’
– tot 35 cm grote vrucht
– ca. 3 kilo zwaar
– heerlijk smakelijk vruchtvlees
– stevig vruchtvlees
5 – ‘Sunset solo’
– ‘Sunrise solo’
– ‘Vista solo”
– Deze drie cultivars zijn ontstaan uit het moederras ‘Solo’ de onderlinge verschillen     zijn voor de handel niet belangrijk. Het gaat hier vooral om teelttechnische variaties.

Bewaaromstandigheden
Plukrijpe vruchten kunnen maximaal ca. 3 weken worden bewaard bij 8°C en een RV van 85-90%.
Van plukrijp naar eetrijp kan in 1 à 2 dagen gerealiseerd worden bij 21 tot 26°C.
Nog niet eetrijpe papaya’s zijn lang houdbaar bij een temperatuur van 10°C. Onrijpe papaya’s rijpen niet na en blijven groen.
Deze gegevens zijn afhankelijk van ras, herkomst en rijpheid.

Passiefruit

Passiefruit (Passiflora spp. ) fam. Passifloraceae  /1014/57/
Naamgeving
Passiefruit, als soort, is bekend onder de volgende namen:
Nederland:  passievrucht
Frans:  passiflore comestible, Grenadille
Duits: Passionsfrucht, Granadilla
Spaans: granadilla, maracuja
Engels:  passion fruit,Purple Passionfruit
Thai:  Saowaros
Maleisie:  Buah susu
Indonesie:  Markisa,Konyal,,Buah susu
Filipijnen:  Pasionaria
Suriname: Markoesa

Een andere naam voor de passievrucht is granadilia, een erfenis van de Spanjaarden. De Spaanse veroveraars vonden de passievrucht iets weg hebben van een kleine granaatappel (= granadilia).

Familie
Alle passievruchten behoort tot de familie van de Passifloraceae of de passiebloemachtigen.
Binnen de familie Passiflora zijn 12 geslachten die samen ca. 400 verschillende variëteiten voortbrengen. Hiervan zijn er ca. een twintigtal variëteiten geschikt voor export naar Europa.
Naast de paarse passievrucht zijn er nog gele, oranje, groene en bruine soorten.

Passievruchten onder varieteit naam
Nederlands, Paarse passievrucht, Markoesa, (Passiflora edulis var. edulis)
Engels. Purple passionfruit, purple granadilla
Frans, grenadille, pomme liane, fruit de la passion
Duits, Purpurgranadilla, Rote passionsfrucht
Spaans, Maracuya purpura
Nederlands, Gele passievrucht, Maracuya (Passiflora edulis  var.  flavicarpa)
Engels, Yellow passionfruit,
Frans, fruit de la passion
Duits, Gelbe passionsfrucht Maracuja
Spaans, Maracuya parchita
Nederlands, Gele Passie, Marie tambour, Granadilla, (Passiflora ligularis)
Engels, sweet passionfruit
Frans, grenadille douce
Duits Süsse granadilla
Spaans, granadilla
Nederlands, Markiza, Reuze passie, Grote Markuza( Passiflora quadrangularis)
Engels, giant granadilla
Frans, barbadine
Duits, Riesengranadilla, Badea
Spaans, Badea, parcha
Nederlands, Curuba, Banaanpassie( Passiflora mollissima)
Engels, banana passion, mollifruit
Frans, tacso
Duits, Curuba
Spaans, Curuba tacso, tumbo Serrano

Herkomst
De passievruchten groeien aan klimplanten, die oorspronkelijk in Zuid Amerika voorkomen. Afhankelijk van de soort en ras groeien de verschillende planten in een eigen klimatologisch gebied. Van de het hoogland van Colombia tot de laagvlakten van Brazilië.
De Nederlandse naam passievrucht heeft niets met passie in de liefde te maken.
Toen de Spaanse missionarissen de passiebloemen voor het eerst zagen in Zuid Amerika, was het voor hen duidelijk dat deze bloem het lijden van Jezus verbeelde .
De drie stempels stelden de spijkers voor, de centrale stijl het kruishout, de vijf helmknoppen de wonden, de corona de doornenkroon, de kelkbladen de stralenkrans, de tien bloembladen de trouwe apostelen en de hechtranken de zwepen en gesels van zijn onderdrukkers
Ze gaven de plant zijn naam en zagen de ontdekking van de bloem als een goddelijke opdracht om de indianen te bekeren. De kolonisten hadden echter weinig passie met de originele bevolking.

Uiterlijke kenmerken
De passievrucht is een besvrucht. De schil is leerachtig. De vrucht is rond of eivormig en is afhankelijk van het ras, 5 tot 25 cm lang. Bij afrijping en bewaring droogt de schil in . Bij de paarse en lichtgele variëteiten wordt dit zichtbaar door het indeuken van de schil.
Het is echter geen teken van bederf, maar geeft aan dat de vrucht optimaal op smaak is.
Het vruchtvlees van de verschillende passievruchten is geeloranje tot groenachtig bruin en is enigszins geleiachtig. In het vruchtmoes liggen verspreid de eetbare donker gekleurde zachte zaden.

Consumptie en toepassing
De vruchten worden pluk- of eetrijp met de hand geplukt of geraapt. Vrij snel na de oogst ontstaat een rimpelige schil.
Onrijpe vruchten hebben een laag suikergehalte. Het suikergehalte neemt niet toe tijdens bewaring.
De passievruchten wordt voornamelijk vers gegeten door de vruchten door te snijden en met zaden en al uit te lepelen. Het geleiachtige vruchtvlees kan ook prima worden verwerkt in fruitsalades, ijs, vruchtensappen . Het Passiefruit sap is zeer geschikt om te mengen met andere vruchtensappen.
De smaak is friszuur tot aromatisch zoet. Het aroma is zeer karakteristiek en sterk. Gemengd met andere vruchtensappen heeft het sap van de passievrucht een dominante smaak.
Van de Grote Markuza( Passiflora quadrangularis) wordt ook de dikke vlezige schil met vruchtmoes gekookt gegeten. Zelfs als de vruchten nog onrijp zijn, is deze gekookt met suiker als moes te eten.
Voedingswaarde

Voedingswaarde per 100 gram ( dit zijn de gegevens van de paarse variëteit)
Energie:   427 kJ/102 Kcal
Eiwit, vet  2 gram
Koolhydraten:  19 gram
Calcium:   18 mg
Fosfor   55 mg
B-Caroteen  0,15 mg
Vitamine B1:   0,02 mg
Vitamine B2:   0,10 mg
Vitamine C:   17 mg
IJzer:     1,2 mg

Productielanden
Teelt van de passievruchten is te vinden in alle tropische gebieden die liggen tussen de 40 graden noorder- en 35 graden zuiderbreedte. En op hoogte gelegen tussen de 300 en 2500 m.
Elk productieland heeft de variëteiten die bij de grondsoort en klimaat passen.
Door het grote aantal landen dat passievruchten teelt zijn we in Nederland van een jaarrond aanvoer verzekerd.
Echter, niet alle variëteiten zijn een jaarrond verkrijgbaar.

Transport
Passievruchten zijn goed bestand tegen het vervoer, dat meestal met luchtvracht naar Nederland komt. De moderne koelschepen zijn ook in staat om het juiste transport klimaat te creëren voor het vervoer van o.a. passievruchten. Een temperatuur van 5º tot 7º C en een RV van 90%
Passievruchten worden verpakt in dozen met een inhoud van 2 tot 4 kilo. Om beschadigingen te voorkomen liefst in een enkele laag of voorzien van tissue papier tussen de vruchten.

Teeltgebieden
In Zuid Amerika zijn dat: Colombia, Brazilië, Peru, Venezuela en Mexico.
Verder in Californië, Nieuw Zeeland en Australië.
Een groot aantal landen in Afrika met Kenia, Senegal, Ivoorkust, Kameroen, en Zuid Afrika
Enkele landen in het Middellandse-Zeegebied zijn Israël, Italië en Spanje

Rassen
Passievruchten worden nog niet onder rasnaam verkocht. Wel onder soortnaam.
Enkele ras/soort omschrijvingen

De volgende soorten  en rassen passievruchten worden onderscheiden:
Uit Kenia, Ivoorkust, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Equador en Brazilië:
1 – Paarse passievrucht (Passiflora edulis var. edulis)
Met 5 – 7 cm grote ronde paarse enigszins eivormige vruchten.
Rassen: ‘Australian Purple’, en ‘Common Purple’ uit Hawaï en Australië
Rassen: ‘Bali Hai’™  ,uit Nieuw Zeeland
Rassen: ‘Ouropretano”, ‘Muico’, ‘Peroba’, en ‘Pintado” uit Brazilië

Uit Ivoorkust, Israël en Brazilië:
2 – Gele passievrucht of  Maracuya, (Passiflora edulis  var.  flavicarpa)
Met grote 5 – 8 cm ronde vruchten en doorschijnend wit vruchtvlees.
Rassen:’Sevcik Selection’ en ‘ Yee Selection’ uit Hawaï
Rassen: ‘Mirim’, ‘Guassu’ uit Brazilië
Uit Colombia
3 – Curuba ( Passiflora mollissima)
De Curuba is in Colombia tot nationale vrucht benoemd.
De Curuba heeft rode of geelgroene 8 – 12 cm lange vruchten
(“banaan passievrucht”).
Rassen: ‘Curuba quiteña’ uit Colombia is donkergroen bij rijpheid.
Uit Peru, Columbia, Ecuador en Venezuela
4 – Gele Passie, Marie tambour, Granadilla, (Passiflora ligularis)
Grote langwerpige geeloranje vrucht, met zoet vruchtmoes. De schil is stevig en     glad.

5 – Uit Zuid Oost Azië  Markiza, Reuze passie, Grote Markuza( Passiflora quadrangularis)
Grote tot 25 cm lange vruchten die van licht tot donkergroen van kleur zijn.
Bij rijpheid geelkleurig. Het vruchtvlees zit onder de gladde schil en is ca. 4 cm dik.     In de vruchtholte zit het geurige en aromatische vruchtmoes.
Rassen: ‘ Variegata’
De namen Granadilla en Maracuja worden beiden gebruikt voor de geel gekleurde passievrucht. Dit kan heel verwarrend werken.

Bewaaromstandigheden
Paars en geel Passiefruit.
De eetrijpe vruchten kunnen bij een temperatuur van 3º tot 8°C en een RV van 85% tot 90%  2  weken goed worden bewaard.
Gecoate vruchten met paraffine, 5ºC tot 7ºC  bij een RV van 85 % ca. 30 dagen
Onrijpe passievruchten bij 20ºC en een RV van 90% .
Vruchten met ingedeukte schil moeten snel worden geconsumeerd!
De Curuba  12 ºC bij  RV van 80% tot 85%
De Granadilla bij 10 ºC  bij RV van 85% tot 90% ca. 3 weken

Pawpaw

P1060053-©

Pawpaw (Asimina triloba L.  Dunal )  syn. ( Annona triloba Annonaceae    /1598/

Nederlands:  pawpaw, prairiebanaan, roomappel.
Engels: Pa(w)paw, Poor Man’s Bananas, American Custard apple, West Virginia Banana, Indian banana , Indiana Banana, Hoosier Banana ,Sunflower Pawpaw, Ozark bananas.
Frans: Pawpaw, asiminier
Duits: Pawpaw, papau, Dreilappige Pappau
Italiaans: Paw Paw, banana dei pellerossa

Binnen de soort zijn er de USA verschillende rassen gekweekt t.w. Overleese = vroegrijp, Sunflouwer = grote vruchten, Davis = lange en dikke vrucht, Mango = blauwe waas.
Mary Johnson, Taytoo, Collins, Blue Ridge, Duckworth, Wells, Prolific, Shenandoah

De pawpaw, ook bekend als prairiebanaan, is een zelden opgemerkte en te vaak over het hoofd geziene Noord-Amerikaanse fruitsoort, die rijk is aan antioxidanten .De pawpaw wordt pas sinds kort professioneel aangeplant in landen met een gematigd tot sub tropisch klimaat. De vruchten kunnen tot 500 gram per stuk wegen. De vruchten bevatten veel vetzuren en antioxidanten maar heeft crèmekleurig zoet vruchtvlees zoals een banaan .

P1060054-©

Pawpaw maakt net als de custardappel, de cherimoya, de zoetzak en de zuurzak deel uit van de familie Annonaceae. Het is het enige geslacht van deze plantenfamilie, dat niet van nature voorkomt in de tropen.
De pawpaws zijn struiken, die 2-12 m hoog kunnen worden. De bladeren zijn alternerend geplaatst, ovaal van vorm en 20-35 cm lang en 10-15 cm breed. De noordelijke, koudetolerante, gewone pawpaw is bladverliezend en de zuidelijke soorten zijn meestal groenblijvend.

Pawpaws kunnen tot twee dagen na rijping vers worden gegeten en ze kunnen bananen vervangen in een groot aantal recepten.

De naamgeving van exotische vruchten is vaak verwarrend, waardoor er storende fouten worden gemaakt . Om zeker te weten met welke soort je te maken hebt is de plantkundige wetenschappelijke naam de enige juiste.
Zowel bij de Caricaceae als de Annonaceae worden voor verschillende vruchten dezelfde naam gebruikt. Voor de Pawpaw (Asimina triloba) roomappel net als voor de Cherimoya (Annona Cherimola) roomappel of custard appel.
De Papaya ( Carica Papaya) wordt in sommige landen Pawpaw genoemd, de verwarring is compleet.

Pepino

Unicode

Pepino (Solanum muricatum.) fam. Solanaceae

Naamgeving
Pepino is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:pepino; appelmeloen;meloenpeer
Frans: Poire-melon.
Duits: Pepino Melonebirne
Spaans:  Pepino morado
Engels:  melon pear; mellowfruit; tree melon.
Familie
Pepino behoort tot de zeer belangrijke familie van de Solanaceae of de nachtschaden. Deze familie omvat meer dan 2500 soorten. Vertegenwoordigers uit deze familie zijn:
Groenten:  Tomaten, paprika’s, pepers.
Exoten:   Boomtomaat (=Tamarillo), Physalis (= Goudbes of Kaapse bes)
Landbouwproducten:  Aardappelen.

Herkomst
Zoals de meeste planten van de Solanaceae is ook de Pepino afkomstig uit Latijns Amerika.
Het hooggebergte van Peru en Colombia is de vindplaats van de Pepino.
De vruchten zijn tussen de 10 en 20 cm lang, en rond tot rondovaal van vorm. De rijpe vruchten zijn crème tot lichtgeel van kleur en in de lengterichting voorzien van paars kleurige strepen.

Uiterlijke kenmerken
Pepino-vruchten groeien aan struiken van ca. 1 meter hoogte. De vruchten hebben een gladde erg dunne schil. Deze schil is crème van kleur met (donker)paarse overlangs strepen. Zodra de vrucht rijp is, verandert crème in helder geel.
De vruchtvorm varieert van peervormig tot eivormig en de vruchtgrootte bedraagt 10-20 cm. De diameter varieert van 5 tot 10 cm.
Het vruchtvlees is geel en in het eetrijpe stadium sappig.
De smaak lijkt op de smaak van een combinatie van peer, meloen en zelfs perzik.
In het midden van de vrucht zitten in een holte aan een zaadlijst kleine witte pitjes. Er bestaan ook parthenocarp uitgegroeide vruchten en die bevatten uiteraard geen zaden.

Consumptie en toepassing
Een Pepino is rijp als de vrucht bij zachte vingerdruk meegeeft en enigszins zacht aanvoelt.
De schil moet echt geel van kleur zijn en de strepen dienen echt paars gekleurd te zijn.
De Pepino wordt geschild zoals een appel. Doorsnijden en de zaden met zaadlijst verwijderen. Daarna de vrucht in partjes verdelen. Om verkleuring tegen te gaan besprenkelen met vers citroensap.

Verwerkt:
Geschilde exemplaren in stukken of blokjes snijden en serveren met ijs of verwerken in milkshakes. Ook te gebruiken als vulvrucht bij voor- of nagerecht.

Voedingswaarde
Voedingswaarde per 100 gram
Vit. C   35mg
Vit A   ruim aanwezig
Water  92 gr
Koolhydraat 7 gr

Productielanden:
Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Chili, Venezuela, Zuid-Spanje, Canarische eilanden.
En in Nederland uit de kas.

Aanvoerperiode:
Nieuw-Zeeland en Chili:   maart t/m mei.
Zuid-Afrika, Venezuela:    november t/m maart.
Zuid-Spanje, Canarische eilanden:  juni t/m oktober.
Pepino’s worden jaarrond aangevoerd. De topaanvoer ligt in de maanden maart t/m mei.
De Pepino´s van niet Europese herkomst worden vaak ingevlogen.

Transport
De Pepino is gevoelig voor stoten en ruwe behandeling. Stevige en deugdelijke verpakking is een eerste vereiste . Transport temperatuur ligt op ca. 10° C en een RV van ca 90%

Rassen
Pepino’s worden nog niet onder rasnaam verkocht.
Enkele ras omschrijvingen
‘Colossal’ Grote vruchten, crème wit van schil, sappig en zoet
‘Ecuadorian’ Zeer belangrijk commercieel ras in Zuid Amerika.
‘El Camino’ De moederplant komt uit Chili in Nieuw Zeeland in 1982 opgenomen in een     commercieel program. Het zijn eivormige stevige vruchten met smakelijk vruchtvlees
‘Miski Prolific’  Een zaailing van Miski uit Nieuw Zeeland. Deze vrucht heeft zalmkleurig vruchtvlees met een enkel zaadje. Komt op de markt vanuit Californië
‘Rio Bamba’ Gekweekt uit een plant afkomstig uit Equador, de vrucht heeft een zeer goed smakelijk vruchtvlees met een  fijn aroma. Komt uit Californië en Nieuw Zeeland op de Europeesche markt.
Verder nog de Toma uit Nieuw Zeeland en Chili. De Temptation uit Australië en de Vista uit Californië.

Bewaaromstandigheden
Plukrijp geoogste vruchten zijn ongeveer 1 week houdbaar bij een temperatuur die niet lager is dan 12°C.
Rijpe vruchten van de Pepino zijn maximaal ca. 3 dagen bewaarbaar, mits dat op een relatief koele plaats gebeurt bij 12°C.
Bewaren bij hogere temperaturen dan 12°C verkort de houdbaarheid aanzienlijk. Bij een hogere RV. neemt de kans op schimmelaantasting van vooral Botrytis toe.
Een RV. < 70% veroorzaakt vochtverlies en daardoor ontstaat een rimpelige schil.

Physalis

Unicode

Physalis- Goudbes – Kaapse bes ( Physalis peruviana ) Solanaceae /1023/CBI/
Naamgeving
Physalis is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:physalis, goudbes, Kaapse kruisbes.
Frans:  alkekénge du Pérou,  grosseille du Cap
Duits: Kapstachelbeere, Ananaskirsche
Spaans: uvill, capuli
Engels: golden berry,Cape gooseberry.
Indonesie: Ceplukan

Familie
Physalis, goudbes of Kaapse kruisbes behoort tot de familie van de Solanaceae (= nachtschaden). Tot deze familie behoren o.a. de tomaten, aardappelen en Tamarillos en Pepino.

Herkomst
De Kaapse kruisbes komt oorspronkelijk uit het hoogland van Peru. De physalis kwam al in de beroemde tuinen van de Inca’s voor. Toen de Portugezen een geregelde scheepvaartroute hadden opgezet van Portugal naar Brazilië, naar Zuid Afrika en vandaar naar het Verre Oosten plantten ze de physalis bij Kaap de Goede Hoop om de zeevaarders van vers fruit te voorzien tegen scheurbuik. Physalis is namelijk een zeer goede leverancier van vitamine C. De plant verwilderde daar. In 1807 brachten de Engelsen de plant naar Nieuw Zeeland, waar het een zeer belangrijke fruitsoort werd.
De physalis komt nu voor in grote delen van de tropen en subtropen en zelfs naar de gematigde gebieden.
Een ander familielid van de Physalis peruviana is de Physalis alkekengi. Deze sierplant is bij tuinders in ons land zeker bekend. Dit gewas krijgt na het bloeien de prachtige feloranje lampionnetjes, die we zoveel in droogboeketten tegenkomen.

Uiterlijke kenmerken
Physalis groeit aan een 1 tot 2 meter hoge kruidachtige plant. In de tropen is het een overblijvende plant. In de subtropen is hij eenjarig. Deze plant onderscheidt zich van andere planten, doordat hij een lampionachtig vliesje om de vrucht heeft. Dit lampionnetje is eerst grauw van kleur en bij rijpheid naar oranjegeel kleurt. Later bij het rijp worden van de bes verdroogd dit lampionnetje en verkleuren de blaadjes ervan tot geelbruin. In het lampionnetje bevindt zich de vrucht met een gladde huid. Dit is een eetbare besvrucht van ca 1,5 tot 3 cm groot..
Rijpe bessen zijn oranjegeel tot lichtbruin gekleurd. Ze zijn enigszins plakkerig. Het vruchtvlees is geeloranje. In de bessen zitten kleine zachte eetbare pitjes. De smaak van de physalis of goudbes is zoetzuur. Smaak en geur hebben veel weg van een rijpe ananas. Nog niet rijpe vruchten kunnen met een beetje suiker gegeten worden.

Consumptie en toepassing
Voor het eten uit de hand, buigen we de kelk naar achteren en bijten het steeltje door net achter de vrucht. Voor het verwerken van physalis in een salade verwijderen we de kelk en het steeltje en doen hem heel of door de helft gesneden door de andere ingrediënten.
Ook gedoopt in gesmolten chocolade vormt physalis een delicatesse.
De bessen worden in zijn geheel vers gegeten of op diverse manieren verwerkt in (vruchten)salades of rauwkost. Physalis is ook uitstekend in taarten of jams te verwerken i.v.m. het hoge pectine gehalte. Vanwege de curiositeit van het lampionnetje wordt de vrucht ook voor decoratieve doeleinden gebruikt.

Unicode

Vers en gedroogd

Voedingswaarde
Voedingswaarde per 100 g
Energie   172 Kj
Vitamine C   30 mg
Vitamine B 2  2,8 mg
Vitamine A  700-4000 I.E.
1Jzer  1.23 mg
Fosfor.  55.3 mg

Productielanden
De belangrijkste productielanden voor Nederland zijn:
•  Zuid-Afrika, Madagaskar,  Kenia, Zimbabwe,
• Colombia en Peru
• Nieuw-Zeeland.
De Physalis wordt verpakt in kunststof mandjes en per 8 of 10 verpakt in karton .
Het transport vindt plaats over zee. Verpakt in ” luchtdichte “ containers met RV 65% en een temperatuur van  10 tot 15  °C.  is de Physalis enkele weken, tot maanden te bewaren.

Rassen
Physalis, goudbes of Kaapse kruisbes wordt nog niet onder rasnaam verkocht.
Er bestaan wel enkele rassen, die grotere vruchten (4 – 5 cm) produceren, bijvoorbeeld ‘Golden Nugget’, ‘New Sugar Giant’, ‘Golden Berry’ en ‘Sugar Berry’
De smaak van de kleine vruchten is echter veel geprononceerder.

Pitahaya

P1060716-©

 

Pitahaya of Pitaya (Hylocereus undatus) Cactaceae 1196 /FRTR 195/

ENGELS: Strawberry pear, pitahaya, Dragon fruit

DUITS: Pitahaya

OMSCHRIJVING: Voor de verschillende vormen van pitahaya (ovaal en rond) wordt dezelfde naam gebruikt. De vruchten groeien aan lange (tot wel 6 m), driekantige stengels die worden opgebonden en ondersteund om afbreken te voorkomen. De geelachtige, langwerpig ovale variëteit heeft wit vruchtvlees met kleine donkere pitjes, is zeer zoet en smakelijk. De paarsrode, ronde soort heeft het uiterlijk van een gesloten bloemknop met een gladde schil die zeer makkelijk te verwijderen is. Het vruchtvlees is prachtig paars en, hoewel niet zo zoet als de gele pitahaya, zeer decoratief. Ook de pitahaya met de prachtige naam “Dragonfruit” is  rood van buiten en heeft wit vruchtvlees van binnen. Door de grote vraag neemt de productie zeer snel toe, zodat mag worden verwacht dat de aanvoerperiode m.n. uit Vietnam in de toekomst verlengd zullen worden.

 

P1000569Pytahaya Geel 1-©

OORSPRONG: Midden- en Zuid-Amerika.

PRODUCTIELANDEN: Vietnam, Colombia, Guatemala, Mexico, Nicaragua.

AANVOERTIJDEN: juni tot half augustus, half september tot maart.

GEBRUIK: De gele  en rode pitahaya’s met wit vruchtvlees zijn bijzonder geschikt voor verse consumptie en na het schillen direct eetbaar, eventueel met wat citroensap. De paarsrode vrucht wordt gebruikt in dranken en vruchtensalades of als versiering hij koude schotels.

 

HOUDBAARHEID: 5 tot 12 dagen in de koelkast (afhankelijk van de rijpheid).

VOEDINGSWAARDE: Per 100 g vruchtvlees ca. 80  g water; 8 mg vitamine C; 0,65 mg ijzer.

INDUSTRIELE VERWERKING: Jams en sap; verder als kleurstof in voedingsmiddelen.

 

De internationale nomenclatuur per 2011
Alle pitahaya’s zijn ondergebracht bij het geslacht Hylocereus.
H.costaricensis    rode schil   Roodviolet vruchtvlees   250 tot 600gr. Rode Pitahaya
H.megalanthus    Gele schil   Wit vruchtvlees               120 tot 250 gr. Gele pitahaya
H.purpusii            Rode schil  rood vruchtvlees             150 tot 400 gr. Rode Pitahaya
H.monocanthus   Rode schil  roodviolet vruchtvlees     200 tot 400 gr. Rode Pitahaya
H.undatus            Rose-rode schil met wit vruchtvlees  300 tot 800 gr, Dragonfruit
H.Undatus ssp.luteocarpa  Bleekgeel is de schil met wit vruchtvlees 300 tot 800 gr.
H.trigonus

Door kruisingen met andere geslachten ontstaan nieuwe variëteiten.

Deze geslachten zijn o.a.
Stenocereus
Cereus
Selenicereus
Hylocereus
Nederlands, Markiza, Reuze passie, Grote Markuza( Passiflora quadrangularis)
Engels, giant granadilla
Frans, barbadine
Duits, Riesengranadilla, Badea
Spaans, Badea, parcha
Nederlands, Curuba, Banaanpassie( Passiflora mollissima)
Engels, banana passion, mollifruit
Frans, tacso
Duits, Curuba
Spaans, Curuba tacso, tumbo Serrano

Herkomst
De passievruchten groeien aan klimplanten, die oorspronkelijk in Zuid Amerika voorkomen. Afhankelijk van de soort en ras groeien de verschillende planten in een eigen klimatologisch gebied. Van de het hoogland van Colombia tot de laagvlakten van Brazilië.
De Nederlandse naam passievrucht heeft niets met passie in de liefde te maken.
Toen de Spaanse missionarissen de passiebloemen voor het eerst zagen in Zuid Amerika, was het voor hen duidelijk dat deze bloem het lijden van Jezus verbeelde .
De drie stempels stelden de spijkers voor, de centrale stijl het kruishout, de vijf helmknoppen de wonden, de corona de doornenkroon, de kelkbladen de stralenkrans, de tien bloembladen de trouwe apostelen en de hechtranken de zwepen en gesels van zijn onderdrukkers
Ze gaven de plant zijn naam en zagen de ontdekking van de bloem als een goddelijke opdracht om de indianen te bekeren. De kolonisten hadden echter weinig passie met de originele bevolking.

Uiterlijke kenmerken
De passievrucht is een besvrucht. De schil is leerachtig. De vrucht is rond of eivormig en is afhankelijk van het ras, 5 tot 25 cm lang. Bij afrijping en bewaring droogt de schil in . Bij de paarse en lichtgele variëteiten wordt dit zichtbaar door het indeuken van de schil.
Het is echter geen teken van bederf, maar geeft aan dat de vrucht optimaal op smaak is.
Het vruchtvlees van de verschillende passievruchten is geeloranje tot groenachtig bruin en is enigszins geleiachtig. In het vruchtmoes liggen verspreid de eetbare donker gekleurde zachte zaden.

Consumptie en toepassing
De vruchten worden pluk- of eetrijp met de hand geplukt of geraapt. Vrij snel na de oogst ontstaat een rimpelige schil.
Onrijpe vruchten hebben een laag suikergehalte. Het suikergehalte neemt niet toe tijdens bewaring.
De passievruchten wordt voornamelijk vers gegeten door de vruchten door te snijden en met zaden en al uit te lepelen. Het geleiachtige vruchtvlees kan ook prima worden verwerkt in fruitsalades, ijs, vruchtensappen . Het Passiefruit sap is zeer geschikt om te mengen met andere vruchtensappen.
De smaak is friszuur tot aromatisch zoet. Het aroma is zeer karakteristiek en sterk. Gemengd met andere vruchtensappen heeft het sap van de passievrucht een dominante smaak.
Van de Grote Markuza( Passiflora quadrangularis) wordt ook de dikke vlezige schil met vruchtmoes gekookt gegeten. Zelfs als de vruchten nog onrijp zijn, is deze gekookt met suiker als moes te eten.
Voedingswaarde

Voedingswaarde per 100 gram ( dit zijn de gegevens van de paarse variëteit)
Energie:   427 kJ/102 Kcal
Eiwit, vet  2 gram
Koolhydraten:  19 gram
Calcium:   18 mg
Fosfor   55 mg
B-Caroteen  0,15 mg
Vitamine B1:   0,02 mg
Vitamine B2:   0,10 mg
Vitamine C:   17 mg
IJzer:     1,2 mg

Productielanden
Teelt van de passievruchten is te vinden in alle tropische gebieden die liggen tussen de 40 graden noorder- en 35 graden zuiderbreedte. En op hoogte gelegen tussen de 300 en 2500 m.
Elk productieland heeft de variëteiten die bij de grondsoort en klimaat passen.
Door het grote aantal landen dat passievruchten teelt zijn we in Nederland van een jaarrond aanvoer verzekerd.
Echter, niet alle variëteiten zijn een jaarrond verkrijgbaar.

Transport
Passievruchten zijn goed bestand tegen het vervoer, dat meestal met luchtvracht naar Nederland komt. De moderne koelschepen zijn ook in staat om het juiste transport klimaat te creëren voor het vervoer van o.a. passievruchten. Een temperatuur van 5º tot 7º C en een RV van 90%
Passievruchten worden verpakt in dozen met een inhoud van 2 tot 4 kilo. Om beschadigingen te voorkomen liefst in een enkele laag of voorzien van tissue papier tussen de vruchten.

Teeltgebieden
In Zuid Amerika zijn dat: Colombia, Brazilië, Peru, Venezuela en Mexico.
Verder in Californië, Nieuw Zeeland en Australië.
Een groot aantal landen in Afrika met Kenia, Senegal, Ivoorkust, Kameroen, en Zuid Afrika
Enkele landen in het Middellandse-Zeegebied zijn Israël, Italië en Spanje

Rassen
Passievruchten worden nog niet onder rasnaam verkocht. Wel onder soortnaam.
Enkele ras/soort omschrijvingen

De volgende soorten  en rassen passievruchten worden onderscheiden:
Uit Kenia, Ivoorkust, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Equador en Brazilië:
1 – Paarse passievrucht (Passiflora edulis var. edulis)
Met 5 – 7 cm grote ronde paarse enigszins eivormige vruchten.
Rassen: ‘Australian Purple’, en ‘Common Purple’ uit Hawaï en Australië
Rassen: ‘Bali Hai’™  ,uit Nieuw Zeeland
Rassen: ‘Ouropretano”, ‘Muico’, ‘Peroba’, en ‘Pintado” uit Brazilië

Uit Ivoorkust, Israël en Brazilië:
2 – Gele passievrucht of  Maracuya, (Passiflora edulis  var.  flavicarpa)
Met grote 5 – 8 cm ronde vruchten en doorschijnend wit vruchtvlees.
Rassen:’Sevcik Selection’ en ‘ Yee Selection’ uit Hawaï
Rassen: ‘Mirim’, ‘Guassu’ uit Brazilië
Uit Colombia
3 – Curuba ( Passiflora mollissima)
De Curuba is in Colombia tot nationale vrucht benoemd.
De Curuba heeft rode of geelgroene 8 – 12 cm lange vruchten
(“banaan passievrucht”).
Rassen: ‘Curuba quiteña’ uit Colombia is donkergroen bij rijpheid.
Uit Peru, Columbia, Ecuador en Venezuela
4 – Gele Passie, Marie tambour, Granadilla, (Passiflora ligularis)
Grote langwerpige geeloranje vrucht, met zoet vruchtmoes. De schil is stevig en     glad.

5 – Uit Zuid Oost Azië  Markiza, Reuze passie, Grote Markuza( Passiflora quadrangularis)
Grote tot 25 cm lange vruchten die van licht tot donkergroen van kleur zijn.
Bij rijpheid geelkleurig. Het vruchtvlees zit onder de gladde schil en is ca. 4 cm dik.     In de vruchtholte zit het geurige en aromatische vruchtmoes.
Rassen: ‘ Variegata’
De namen Granadilla en Maracuja worden beiden gebruikt voor de geel gekleurde passievrucht. Dit kan heel verwarrend werken.

Bewaaromstandigheden
Paars en geel Passiefruit.
De eetrijpe vruchten kunnen bij een temperatuur van 3º tot 8°C en een RV van 85% tot 90%  2  weken goed worden bewaard.
Gecoate vruchten met paraffine, 5ºC tot 7ºC  bij een RV van 85 % ca. 30 dagen
Onrijpe passievruchten bij 20ºC en een RV van 90% .
Vruchten met ingedeukte schil moeten snel worden geconsumeerd!
De Curuba  12 ºC bij  RV van 80% tot 85%
De Granadilla bij 10 ºC  bij RV van 85% tot 90% ca. 3 weken

 

Pawpaw

Pawpaw (Asimina triloba L.  Dunal )  syn. ( Annona triloba Annonaceae    /1598/

Nederlands:  pawpaw, prairiebanaan, roomappel.
Engels: Pa(w)paw, Poor Man’s Bananas, American Custard apple, West Virginia Banana, Indian banana , Indiana Banana, Hoosier Banana ,Sunflower Pawpaw, Ozark bananas.
Frans: Pawpaw, asiminier
Duits: Pawpaw, papau, Dreilappige Pappau
Italiaans: Paw Paw, banana dei pellerossa

Binnen de soort zijn er de USA verschillende rassen gekweekt t.w. Overleese = vroegrijp, Sunflouwer = grote vruchten, Davis = lange en dikke vrucht, Mango = blauwe waas.
Mary Johnson, Taytoo, Collins, Blue Ridge, Duckworth, Wells, Prolific, Shenandoah

De pawpaw, ook bekend als prairiebanaan, is een zelden opgemerkte en te vaak over het hoofd geziene Noord-Amerikaanse fruitsoort, die rijk is aan antioxidanten .De pawpaw wordt pas sinds kort professioneel aangeplant in landen met een gematigd tot sub tropisch klimaat. De vruchten kunnen tot 500 gram per stuk wegen. De vruchten bevatten veel vetzuren en antioxidanten maar heeft crèmekleurig zoet vruchtvlees zoals een banaan .

Pawpaw maakt net als de custardappel, de cherimoya, de zoetzak en de zuurzak deel uit van de familie Annonaceae. Het is het enige geslacht van deze plantenfamilie, dat niet van nature voorkomt in de tropen.
De pawpaws zijn struiken, die 2-12 m hoog kunnen worden. De bladeren zijn alternerend geplaatst, ovaal van vorm en 20-35 cm lang en 10-15 cm breed. De noordelijke, koudetolerante, gewone pawpaw is bladverliezend en de zuidelijke soorten zijn meestal groenblijvend.

Pawpaws kunnen tot twee dagen na rijping vers worden gegeten en ze kunnen bananen vervangen in een groot aantal recepten.

De naamgeving van exotische vruchten is vaak verwarrend, waardoor er storende fouten worden gemaakt . Om zeker te weten met welke soort je te maken hebt is de plantkundige wetenschappelijke naam de enige juiste.
Zowel bij de Caricaceae als de Annonaceae worden voor verschillende vruchten dezelfde naam gebruikt. Voor de Pawpaw (Asimina triloba) roomappel net als voor de Cherimoya (Annona Cherimola) roomappel of custard appel.
De Papaya ( Carica Papaya) wordt in sommige landen Pawpaw genoemd, de verwarring is compleet.

 

Pepino

Pepino (Solanum muricatum.) fam. Solanaceae

Naamgeving
Pepino is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:pepino; appelmeloen;meloenpeer
Frans: Poire-melon.
Duits: Pepino Melonebirne
Spaans:  Pepino morado
Engels:  melon pear; mellowfruit; tree melon.
Familie
Pepino behoort tot de zeer belangrijke familie van de Solanaceae of de nachtschaden. Deze familie omvat meer dan 2500 soorten. Vertegenwoordigers uit deze familie zijn:
Groenten:  Tomaten, paprika’s, pepers.
Exoten:   Boomtomaat (=Tamarillo), Physalis (= Goudbes of Kaapse bes)
Landbouwproducten:  Aardappelen.

Herkomst
Zoals de meeste planten van de Solanaceae is ook de Pepino afkomstig uit Latijns Amerika.
Het hooggebergte van Peru en Colombia is de vindplaats van de Pepino.
De vruchten zijn tussen de 10 en 20 cm lang, en rond tot rondovaal van vorm. De rijpe vruchten zijn crème tot lichtgeel van kleur en in de lengterichting voorzien van paars kleurige strepen.

Uiterlijke kenmerken
Pepino-vruchten groeien aan struiken van ca. 1 meter hoogte. De vruchten hebben een gladde erg dunne schil. Deze schil is crème van kleur met (donker)paarse overlangs strepen. Zodra de vrucht rijp is, verandert crème in helder geel.
De vruchtvorm varieert van peervormig tot eivormig en de vruchtgrootte bedraagt 10-20 cm. De diameter varieert van 5 tot 10 cm.
Het vruchtvlees is geel en in het eetrijpe stadium sappig.
De smaak lijkt op de smaak van een combinatie van peer, meloen en zelfs perzik.
In het midden van de vrucht zitten in een holte aan een zaadlijst kleine witte pitjes. Er bestaan ook parthenocarp uitgegroeide vruchten en die bevatten uiteraard geen zaden.

Consumptie en toepassing
Een Pepino is rijp als de vrucht bij zachte vingerdruk meegeeft en enigszins zacht aanvoelt.
De schil moet echt geel van kleur zijn en de strepen dienen echt paars gekleurd te zijn.
De Pepino wordt geschild zoals een appel. Doorsnijden en de zaden met zaadlijst verwijderen. Daarna de vrucht in partjes verdelen. Om verkleuring tegen te gaan besprenkelen met vers citroensap.

Verwerkt:
Geschilde exemplaren in stukken of blokjes snijden en serveren met ijs of verwerken in milkshakes. Ook te gebruiken als vulvrucht bij voor- of nagerecht.

Voedingswaarde
Voedingswaarde per 100 gram
Vit. C   35mg
Vit A   ruim aanwezig
Water  92 gr
Koolhydraat 7 gr

Productielanden:
Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Chili, Venezuela, Zuid-Spanje, Canarische eilanden.
En in Nederland uit de kas.

Aanvoerperiode:
Nieuw-Zeeland en Chili:   maart t/m mei.
Zuid-Afrika, Venezuela:    november t/m maart.
Zuid-Spanje, Canarische eilanden:  juni t/m oktober.
Pepino’s worden jaarrond aangevoerd. De topaanvoer ligt in de maanden maart t/m mei.
De Pepino´s van niet Europese herkomst worden vaak ingevlogen.

Transport
De Pepino is gevoelig voor stoten en ruwe behandeling. Stevige en deugdelijke verpakking is een eerste vereiste . Transport temperatuur ligt op ca. 10° C en een RV van ca 90%

Rassen
Pepino’s worden nog niet onder rasnaam verkocht.
Enkele ras omschrijvingen
‘Colossal’ Grote vruchten, crème wit van schil, sappig en zoet
‘Ecuadorian’ Zeer belangrijk commercieel ras in Zuid Amerika.
‘El Camino’ De moederplant komt uit Chili in Nieuw Zeeland in 1982 opgenomen in een     commercieel program. Het zijn eivormige stevige vruchten met smakelijk vruchtvlees
‘Miski Prolific’  Een zaailing van Miski uit Nieuw Zeeland. Deze vrucht heeft zalmkleurig vruchtvlees met een enkel zaadje. Komt op de markt vanuit Californië
‘Rio Bamba’ Gekweekt uit een plant afkomstig uit Equador, de vrucht heeft een zeer goed smakelijk vruchtvlees met een  fijn aroma. Komt uit Californië en Nieuw Zeeland op de Europeesche markt.
Verder nog de Toma uit Nieuw Zeeland en Chili. De Temptation uit Australië en de Vista uit Californië.

Bewaaromstandigheden
Plukrijp geoogste vruchten zijn ongeveer 1 week houdbaar bij een temperatuur die niet lager is dan 12°C.
Rijpe vruchten van de Pepino zijn maximaal ca. 3 dagen bewaarbaar, mits dat op een relatief koele plaats gebeurt bij 12°C.
Bewaren bij hogere temperaturen dan 12°C verkort de houdbaarheid aanzienlijk. Bij een hogere RV. neemt de kans op schimmelaantasting van vooral Botrytis toe.
Een RV. < 70% veroorzaakt vochtverlies en daardoor ontstaat een rimpelige schil.

 

Physalis

Physalis- Goudbes – Kaapse bes ( Physalis peruviana ) Solanaceae /1023/CBI/
Naamgeving
Physalis is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:physalis, goudbes, Kaapse kruisbes.
Frans:  alkekénge du Pérou,  grosseille du Cap
Duits: Kapstachelbeere, Ananaskirsche
Spaans: uvill, capuli
Engels: golden berry,Cape gooseberry.
Indonesie: Ceplukan

Familie
Physalis, goudbes of Kaapse kruisbes behoort tot de familie van de Solanaceae (= nachtschaden). Tot deze familie behoren o.a. de tomaten, aardappelen en Tamarillos en Pepino.

Herkomst
De Kaapse kruisbes komt oorspronkelijk uit het hoogland van Peru. De physalis kwam al in de beroemde tuinen van de Inca’s voor. Toen de Portugezen een geregelde scheepvaartroute hadden opgezet van Portugal naar Brazilië, naar Zuid Afrika en vandaar naar het Verre Oosten plantten ze de physalis bij Kaap de Goede Hoop om de zeevaarders van vers fruit te voorzien tegen scheurbuik. Physalis is namelijk een zeer goede leverancier van vitamine C. De plant verwilderde daar. In 1807 brachten de Engelsen de plant naar Nieuw Zeeland, waar het een zeer belangrijke fruitsoort werd.
De physalis komt nu voor in grote delen van de tropen en subtropen en zelfs naar de gematigde gebieden.
Een ander familielid van de Physalis peruviana is de Physalis alkekengi. Deze sierplant is bij tuinders in ons land zeker bekend. Dit gewas krijgt na het bloeien de prachtige feloranje lampionnetjes, die we zoveel in droogboeketten tegenkomen.

Uiterlijke kenmerken
Physalis groeit aan een 1 tot 2 meter hoge kruidachtige plant. In de tropen is het een overblijvende plant. In de subtropen is hij eenjarig. Deze plant onderscheidt zich van andere planten, doordat hij een lampionachtig vliesje om de vrucht heeft. Dit lampionnetje is eerst grauw van kleur en bij rijpheid naar oranjegeel kleurt. Later bij het rijp worden van de bes verdroogd dit lampionnetje en verkleuren de blaadjes ervan tot geelbruin. In het lampionnetje bevindt zich de vrucht met een gladde huid. Dit is een eetbare besvrucht van ca 1,5 tot 3 cm groot..
Rijpe bessen zijn oranjegeel tot lichtbruin gekleurd. Ze zijn enigszins plakkerig. Het vruchtvlees is geeloranje. In de bessen zitten kleine zachte eetbare pitjes. De smaak van de physalis of goudbes is zoetzuur. Smaak en geur hebben veel weg van een rijpe ananas. Nog niet rijpe vruchten kunnen met een beetje suiker gegeten worden.

Consumptie en toepassing
Voor het eten uit de hand, buigen we de kelk naar achteren en bijten het steeltje door net achter de vrucht. Voor het verwerken van physalis in een salade verwijderen we de kelk en het steeltje en doen hem heel of door de helft gesneden door de andere ingrediënten.
Ook gedoopt in gesmolten chocolade vormt physalis een delicatesse.
De bessen worden in zijn geheel vers gegeten of op diverse manieren verwerkt in (vruchten)salades of rauwkost. Physalis is ook uitstekend in taarten of jams te verwerken i.v.m. het hoge pectine gehalte. Vanwege de curiositeit van het lampionnetje wordt de vrucht ook voor decoratieve doeleinden gebruikt.

Voedingswaarde
Voedingswaarde per 100 g
Energie   172 Kj
Vitamine C   30 mg
Vitamine B 2  2,8 mg
Vitamine A  700-4000 I.E.
1Jzer  1.23 mg
Fosfor.  55.3 mg

Productielanden
De belangrijkste productielanden voor Nederland zijn:
•  Zuid-Afrika, Madagaskar,  Kenia, Zimbabwe,
• Colombia en Peru
• Nieuw-Zeeland.
De Physalis wordt verpakt in kunststof mandjes en per 8 of 10 verpakt in karton .
Het transport vindt plaats over zee. Verpakt in ” luchtdichte “ containers met RV 65% en een temperatuur van  10 tot 15  °C.  is de Physalis enkele weken, tot maanden te bewaren.

Rassen
Physalis, goudbes of Kaapse kruisbes wordt nog niet onder rasnaam verkocht.
Er bestaan wel enkele rassen, die grotere vruchten (4 – 5 cm) produceren, bijvoorbeeld ‘Golden Nugget’, ‘New Sugar Giant’, ‘Golden Berry’ en ‘Sugar Berry’
De smaak van de kleine vruchten is echter veel geprononceerder.

 

Pitahaya

http://www.allesovergroentenenfruit.nl/assets/files/uploads/cursus%201%202%20%20Pitahaya012.jpg

Pitahaya of Pitaya (Hylocereus undatus) Cactaceae 1196 /FRTR 195/

ENGELS: Strawberry pear, pitahaya, Dragon fruit

DUITS: Pitahaya

OMSCHRIJVING: Voor de verschillende vormen van pitahaya (ovaal en rond) wordt dezelfde naam gebruikt. De vruchten groeien aan lange (tot wel 6 m), driekantige stengels die worden opgebonden en ondersteund om afbreken te voorkomen. De geelachtige, langwerpig ovale variëteit heeft wit vruchtvlees met kleine donkere pitjes, is zeer zoet en smakelijk. De paarsrode, ronde soort heeft het uiterlijk van een gesloten bloemknop met een gladde schil die zeer makkelijk te verwijderen is. Het vruchtvlees is prachtig paars en, hoewel niet zo zoet als de gele pitahaya, zeer decoratief. Ook de pitahaya met de prachtige naam “Dragonfruit” is  rood van buiten en heeft wit vruchtvlees van binnen. Door de grote vraag neemt de productie zeer snel toe, zodat mag worden verwacht dat de aanvoerperiode m.n. uit Vietnam in de toekomst verlengd zullen worden.

http://www.allesovergroentenenfruit.nl/assets/files/uploads/P1030285%20Pitahaya%20geel.JPG

OORSPRONG: Midden- en Zuid-Amerika.

PRODUCTIELANDEN: Vietnam, Colombia, Guatemala, Mexico, Nicaragua.

AANVOERTIJDEN: juni tot half augustus, half september tot maart.

GEBRUIK: De gele  en rode pitahaya’s met wit vruchtvlees zijn bijzonder geschikt voor verse consumptie en na het schillen direct eetbaar, eventueel met wat citroensap. De paarsrode vrucht wordt gebruikt in dranken en vruchtensalades of als versiering hij koude schotels.

http://www.allesovergroentenenfruit.nl/assets/files/uploads/Pitahaya%20Hylocereus%20undatus%20Gragon%20fruit.jpg

HOUDBAARHEID: 5 tot 12 dagen in de koelkast (afhankelijk van de rijpheid).

VOEDINGSWAARDE: Per 100 g vruchtvlees ca. 80  g water; 8 mg vitamine C; 0,65 mg ijzer.

INDUSTRIELE VERWERKING: Jams en sap; verder als kleurstof in voedingsmiddelen.

http://www.allesovergroentenenfruit.nl/assets/files/uploads/Pitahaya10%20Hylocereus%20costaricensis.jpg

De internationale nomenclatuur per 2011
Alle pitahaya’s zijn ondergebracht bij het geslacht Hylocereus.
H.costaricensis    rode schil   Roodviolet vruchtvlees   250 tot 600gr. Rode Pitahaya
H.megalanthus    Gele schil   Wit vruchtvlees               120 tot 250 gr. Gele pitahaya
H.purpusii            Rode schil  rood vruchtvlees             150 tot 400 gr. Rode Pitahaya
H.monocanthus   Rode schil  roodviolet vruchtvlees     200 tot 400 gr. Rode Pitahaya
H.undatus            Rose-rode schil met wit vruchtvlees  300 tot 800 gr, Dragonfruit
H.Undatus ssp.luteocarpa  Bleekgeel is de schil met wit vruchtvlees 300 tot 800 gr.
H.trigonus

Door kruisingen met andere geslachten ontstaan nieuwe variëteiten.

Deze geslachten zijn o.a.
Stenocereus
Cereus
Selenicereus
Hylocereus