Fruit – met een ‘A’

Aardbeirassen (overige)

Karola, Korona, Evita, Everest, El Dorado, Elianny,Ava, Sonata
Enkele importrassen
Uit Italië.
Gorella, Pocahontas, Aliso, Sequoia, Red Gaundlet en Bebrusi. De belangrijkste periode van aanvoer is april tot juni. Nieuwe rassen zijn : Joly, Dely, Clery en Elsinore
Uit Spanje.
Het uitgangsplantmateriaal in Spanje is voornamelijk afkomstig uit Californië. Kli­maat en grondsoorten bezitten enige overeenkomsten. Tioga is lange tijd het hoofdras geweest, maar moet nu wijken voor de Douglas. Ook de rassen Camarosa, Primoris, AntillaCruz, Pajaro, Chandler en Hecker zijn goede exportrassen.

Op de lijst van 2013 zijn nieuw opgenomen: Ventana, Splendor, San Andreas, Fortuna, Benicia, Sabrina en Candonga.

Unicode
Ras is Camarosa uit Spanje

 

Uit Florida
Aardbeientelers in Florida kijken vol verwachting uit naar een nieuwe aardbeienvariëteit, ‘Winter Dawn’

Uit Nieuw Zeeland:
Tioga.

Uit Guatemala:
Selva, Pajaro, Chandler, Tufts, Fresno, Gloria.

Uit Israel:
Yuval, Herut en Festival

Uit Duitsland:
Zumba, Elsanta, Darselect, Honeoye, Korona, Symphony en nog een vijftigtal rassen.

Uit Engeland:
Amelia, Florence, Sallybright

 

Aardbeiboom

Ericaceae (Arbutus unedo)

Frans: Arbousier, Arbousier commun
Duits: Erdbeerbaum, Westlicher Erdbeerbaum, Meerkirsche, Hagapfel.
Engels: Strawberry tree, Cane apple.

De vruchten van deze tot negen mtr. hoge boom zijn ongeveer 2 cm in doorsnee, groeien in groepjes bijeen aan het einde van de takken en lijken, ondanks de naam van de boom, meer op een litchi dan op een aardbei; ze hebben een harde, knobbelige schil. De kleur van die schil is aanvankelijk geel en verkleurt tijdens het rijpen tot oranjebruin. Het vruchtvlees is geel, zuur van smaak en zonder enig aroma.

Oorsprong:
Middellandse- Zeegebied.

Productielanden:
Frankrijk, Italië, Spanje, Griekenland en China

Oogst in Zuid Europa: September- oktober.

Gebruik:
Schillen en verwerken tot likeur, jam of compote.

Houdbaarheid:
Verse vruchten zijn een aantal dagen houdbaar

Verwerkt in o.a. :
Likeur (in Zuid-Frankrijk).
Medronho (distillaat in Portugal)
Amaro di Corbezzolo ( honing op Sardinië )

 

Abrikozenrassen (overige)

Overige abrikozenrassen
Moni: Een nieuw Duits ras met grote tot zeer grote vruchten met geeloranje grondkleur met bloedrode blos. Rijpt tamelijk vroeg. Goede vruchtkwaliteit. De boom heeft een sterke groeikracht met opgaande takken die weinig vertakken. Goed winterhard. Goede vruchtbaarheid. Lijkt weinig vatbaar of resistent tegen het sharka-virus. Verder nog vrijwel geen praktijkervaring.

Hilde: Een nieuw Duits ras met grote tot zeer grote vruchten. Door de combinatie van een oranjerode grondkleur met een bloedrode blos hebben de vruchten een donker uiterlijk. De vruchten hebben een wat langwerpige platgedrukte vorm en zijn zeer gelijkmatig van grootte en rijpen geconcentreerd. Rijptijd middentijds. Goede vruchtkwaliteit. De boom heeft een sterke groeikracht met bolvormige kroon met enigszins hangende takken. Goed winterhard. Goede vruchtbaarheid.

Clara: Ook dit is een nieuw Duits ras met dezelfde afstamming als Hilde. Grote tot zeer grote vruchten met een geeloranje tot oranjerode grondkleur met aan de zonzijde rode stippen (de vruchten hebben daardoor een minder donker uiterlijk dan die van Hilde). De schil van de vruchten is zeer licht behaard. De vruchten hebben net als die van Hilde een wat langwerpige platgedrukte vorm en zijn gelijkmatig van grootte en rijpen geconcentreerd. Rijptijd middentijds, net na Hilde. De vruchtkwaliteit is goed. –

Enkele overige rassen zijn:
–        Imperial ( geelgroen)
–        Empress (geelgroen)
–        Royal (geelgroen tot geel)
–        Soldonne (licht geel tot geel)
–        Super gold (geel tot oranje geel)
–        Grandir (geel tot donker geel)
–        Tilton(oranje tot met lichte blos)
–        Moorpark( oranje huid en vruchtvlees)
–        Derby(geel oranje van huid)
–        Perfection(oranje huid en vruchtvlees)
–        Aromacot((roodoranje tot geel)

Er bestaan ook soortkruisingen tussen abrikoos (Prunus armeniaca) en Japanse pruim (Prunus salicina). Deze soortkruisingen worden aangegeven met de namen Plumcot, Aprium en Pluot. Binnen deze soorten zijn er inmiddels verschillende cultivars op de markt.