Fruit – Bramen – Algemene info

Soorten/Rassen:
  1. Bramen

Bramen

Bramen (Rubus Fruticosus sub. Moriferi  ) Rosaceae

Unicode

De Braam behoort evenals de Framboos tot het geslacht Rubus in de familie der Rosaceae. Tot het geslacht Rubus behoren meer dan 600 soorten, waaronder de Bramensoort R. procerus en R. laciatus.

 

De Braam is een verzameling van vruchtjes rondom de wat zuilvormige bloem­bodem en behoort daarom tot de samengestelde vruchten.

De consumptie van verse Bramen neemt toe, maar het overgrote deel van de teelt is bestemd voor de industrie.

Bramen groeien ook in het wild, het plukken is erg moeilijk door de wilde groei van deze struiken, terwijl de smaak erg kan tegenvallen. De meeste Bramensoor­ten zijn min of meer ingewikkelde kruisingsprodukten tussen verschillende soorten. Sommige Bramensoorten kunnen ook met Framboos (R. idaeus) ge­kruist worden. Uit dergelijke kruisingen zijn o.a. de Loganbes en de Taybes ont­staan.

De indruk is dat de oppervlakte in de vollegrond gelijk blijft of iets terugloopt, terwijl er wat belangstelling komt voor het vervroegen en verlaten van de oogst door de teelt in tunnels en kassen. Voor vervroegen worden veelal de rassen Hull Thornless en Bedford Giant gebruikt. Verlating van de oogst kan bereikt worden door Bramenplanten in potten te koelen en eind juni in een tunnel te plaatsen. Er is daarmee vrijwel alleen nog maar ervaring met Bedford Giant.

Stekelloosheid. Hoewel Bramen van oorsprong gestekeld zijn, worden thans bij voorkeur stekelloze rassen aangeplant omdat het gewas van deze rassen makke­lijker bewerkbaar is. Een uitzondering vormt nog het gestekelde, vroegrijpende ras Bedford Giant dat voor de teelt in plastic tunnels en kassen in aanmerking komt.

De meeste stekelloze rassen komen stekelloos terug uit wortelopslag. Uitzonde­ringen vormen Thornless Evergreen en sommige hybriden (bijvoorbeeld de ste­kelloze Loganbes).

Oogsttijd. De aanvoer van Bramen uit de buitenteelt vindt plaats van half juli tot half oktober. Voor spreiding van de aanvoer is het gewenst rassen met ver­schillende rijptijden te planten. Het verschil in rijptijd tussen vroege en late ras­sen bedraagt ongeveer vier weken. Per ras duurt de oogst vijf à zes weken. Door de Bramen te telen onder plastic of glas kan een vervroeging van circa vier we­ken worden bereikt. Wordt het gewas ook verwarmd dan kan een extra vervroe­ging van nog eens vier weken worden verkregen. Zo kunnen vanaf eind mei Bramen worden aangeboden. Door gebruik te maken van gekoelde planten in potten die in de zomer in een tunnel of kas worden geplaatst, kan de oogst wor­den verlengd tot eind december.

Geschiktheid voor verse consumptie. Voor verse consumptie zijn stevige, goed houdbare vruchten met een frisse, niet te zure smaak en een goed aroma van groot belang. Tussen de rassen bestaan grote verschillen in stevigheid, smaak en vatbaarheid voor vruchtrot.

Geschiktheid voor verwerking. Bramen kunnen worden diepgevroren of ver­werkt tot sap, tot Bramen op lichte siroop of tot jam. Voor diepvriezen is het van belang dat de vruchten hun zwarte kleur behouden en niet rood verkleuren. Door het rood verkleuren van de vruchten is onder andere Bedford Giant niet geschikt voor diepvriezen. Bij Bramen op lichte siroop moet de consistentie van de vruchten goed blijven en mag de kleur niet te licht worden. Ook voor sapbe­reiding is de kleur erg belangrijk. Vooral Himalaya is erg geschikt voor verwer­king.