Groenten – met een ‘K’

Kardoen

Unicode

( Cynara Cardunculus)  Compositae
Engels: Cardoon
Frans: Cardons
Duits:  Gemüse Artischocke, Kardone, Cardy,Carde,Karde
Marokkaans: Chardon
De Kardoen is een distel waarvan de gebleekte bladstelen gegeten worden.
De plant is afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en nauw verwant aan de Artisjok (Cynara scolymus L.). Via Egypte is de plant naar het zuiden gebracht.Ook in Noord- en Zuid-Amerika wordt de Kardoen als groente gekweekt.Volgens overlevering, was de kardoen al in 1548 bekend in Zuid China en Indonesië.Lange tijd was de kardoen daar belangrijker dan de Artisjok.(Cynara scolymus L. ) In oude kookboeken wordt wel gesproken van  Moesdistel,dit is niet de kardoen maar de Cirsium oleraceum L. . Deze echte distel komt van nature voor in Midden en Noord Europa en wordt als groentemoes ( warmoes) gegeten.
Voor Nederland zijn Spanje, Italië en Frankrijk de belangrijkste leveranciers van kardoen..
Aanvoer tussen september en december.
De bladeren van de Kardoen worden direct na de oogst in het donker opgebor­gen, c.q. verpakt om zo het blad te bleken. Maar ook bleken tijdens de groei op het land komt voor, als de plant ca. 50 cm hoog is wordt deze omwikkeld met karton of zwart plastic. Van de struik zullen de eetbare bladeren verbleken en mals blijven.
Gekookt is deze licht bittersmakende groente een aanwinst voor ons herfst- en winterassortiment.

Voedingswaarde per 100 gram.
Energie:  252 kJ/60 kcal
Koolhydraten:  19 gr.
Eiwit:  3 gr.
Calcium:  40 mg
IJzer:  1,0 mg
Vitamine C:  10 mg

Bewaren:
Droog en donker bewaren bij een temperatuur van ca. 10°C.

Rassen:
Cardy von Tours syn. Tours:  Een forse plant ,zonder stekels , en met stevige vlezige bladstelen.
Plein blanc inerme :Fors ge­was ,zonder stekels,met sterk ingesneden, grijsgroen blad en bladstelen die van nature al tamellijk lichtgeel van kleur zijn.
Blanc amèliorè :Zeer fors ge­was met grof, groen blad.
Vert inerme :Forse plant , zonder stekels, met sterk ingesneden fijn en grijsgroen blad.  De bladstelen blijven op het veld groen en zijn in de herfst moeilijk te bleken.  Enigszins bestand tegen vorst.

Kapucijnererwt

Kapucijnererwt Pisum sativum L. arvense Leguminosae

Engels: marrow fat ,marrow pie

Duits:graue Erbse

Frans:Pois gris

Italiaans: Cece grigi

Spaans :arvejas gris , guisante gris

Deens :Markært

Zweeds :gro ärt

Het grootste deel van deze erwt wordt rijp geoogst en daarna gedroogd.

De onrijp geoogste erwten zijn voor de verse consumptie. Er zijn Kapucijners met een groenbleke en met een blauwpaarse peul. Het verschil in peulkleur heeft geen invloed op de smaak van de erwt.Verse kapucijners hebben een glanzende peul.De zaden zijn afhankelijk van het ras van licht bruin tot donkerbruin van kleur.De lichtgekleurde rassen zijn zeer geschikt voor de verse consumptie.

Kapucijners worden ook Rijserwten en Velderwten genoemd

Na opslag wordt de Kapucijnererwt minder zoet; bij ongekoelde opslag wordt de schil harder en de kleur van de zaden geel/groen.

Blauwschokkers is een kapucijner-ras met een paars/blauwe peul

Goed om te weten

De zaden worden ook korrels genoemd

Doperwten en kapucijners worden niet onder rasnaam verkocht

Peulen(Pisum sativum L. convar.axiphium) ook bekend onder de aanduidingen;Sugar snap

Sugar Pie,Mange-tout zijn GEEN jong geoogste doperwten,maar is een zelfstandige ondersoort.

Doperwten en Kapucijners voor de verse consumptie,worden met de hand geoogst,dit plukken bepaald mede de prijs.

Houdbaarheid: Zeer beperkt: in de peul 5 dagen, gedopte zaden 1 dag (in de koelkast)

In ca. 3 minuten kunt u de zaden blancheren.

Doperwten met blokjes ham en kruizemunt een ware smaaksensatie

Gedroogde kapucijners worden ook raasdonders genoemd

Laten we het nu maar houden bij die heerlijke verse jonge zaden van de doperwt en kapucijners.

Eet smakelijk !!

VOEDINGSWAARDE:per 100gr. Product –

Doperwten: Kapucijners:

77 g. Water 75 g

257 kj/61 kcal; 287kj

10 g koolhydraten; 12 g

6,6 g eiwit; 6 g

0,5 g vet; 0,4 g

20 mg calcium; 25 mg

1.8 mg ijzer; 2.0 mg

45 mg vitamine C; 38 mg

2,7 mg vita mine PP; 2,3 mg

0,4 mg vitamine A. 0,4 mg

 

Knoflook

Knoflook-©

(Allium sativum L. ) Alliaceae
Engels: Carlic
Duits: Knoblauch
Frans: Ail
Arabisch: Thûm
Chinees: Suan
Deens: Hvidløg
Fins: Valkosipuli
Grieks: Skordo
Italiaans: Aglio
Japans: Ninniku
Noors: Hvitlok
Portugees: Alho
Russisch : Chesnok
Spaans: Ajo
Zweeds : Vitlök

Knoflook behoort tot het geslacht van de uienachtige of Alliums en behoort tot de familie der Alliaceae.  Knoflook komt van oorsprong uit de steppen van Klein-Azië en heeft zich van hieruit verspreid richting de Balkan en West-Europa.

Knoflook als bron van energie is al sinds vroegere tijden bekend.  Zowel voor de Egyptenaren, Grieken als Romeinen gold knoflook als krachtvoer voor pyramidebouwers, zwaardvechters en soldaten.  In de Middeleeuwen werd knoflook als middel tegen melaatsheid gebruikt.

Knoflook (Allium Sativum) is familie van onder andere prei en ui.  Knoflook heeft een sterke smaak en wordt gebruikt als smaakgever en aromagever.  Knoflook staat met name bekend om de doordringende geur die het afscheidt.De laatste jaren is de smaakmaker enorm populair geworden.  Een belangrijke reden hiervan is dat de eetgewoonten ziin veranderd. lnvloeden van buitenlandse vakanties en buitenlandse bevolkingsgroepen in Nederland, spelen hierbij een rol.  In Zuideuropese-, Chinese- en lndische gerechten is knoflook een vast en onmisbaar ingrediënt.  Naast gebruik in deze gerechten is knoflook toepasbaar in stoofschotels, vleesgerechten, soepen en sauzen.
De Knoflookbol is platrond en iets hoekig van vorm, wit of licht paars van kleur. De bol bestaat niet uit één geheel maar uit diverse, 6 tot 13 teentjes c.q. klisters.
De speciale geur die Knoflook verspreidt, wordt veroorzaakt door een etherische olie, die de zwavelachtige allicine bevat. Dit bestanddeel schijnt helende eigen­schappen en een antibiotische werking te bezitten.
Zo zou het positief werken op de urine­wegen en ademhalingsorganen, verlaagt het de bloeddruk en gaat het ouderdoms­verschijnselen tegen.  Daarnaast heeft knoflook een zuiverende werking.In de Balkanlanden is het recept voor oud worden en toch gezond blijven: veel knoflook eten.
Knoflook komt gedroogd en vers in de handel voor. Gedroogde Knoflook moet goed droog worden bewaard.
De Fransen en Italianen vlechten de Knoflook met de steel in elkaar, zodat er een streng Knoflook ontstaat.

Knoflook wordt onderscheiden in drie typen:
1.  verse Knoflook;
2.  half gedroogde Knoflook;
3.  gedroogde Knoflook;

Onder verse Knoflook wordt verstaan het produkt, waarvan de stengel groen is en waarvan het buitenste vlies van de bol nog vers is.
Onder half gedroogde Knoflook wordt verstaan het produkt, waarvan de stengel en het buitenste vlies van de bol niet volkomen droog is.
Onder gedroogde Knoflook wordt verstaan het produkt, waarvan de stengel – in­dien aanwezig – het buitenste vlies van de bol en de vliezen die de afzonderlijke teentjes omhullen volkomen droog zijn.
Er wordt gezegd dat er meer dan 600 soorten en/of varieteiten knoflook op de wereld bestaan.Naast de bekende vorm van de knoflook waarbij de bol is opgebouwd uit segmenten of teentjes,zijn er ook soorten die uit één bol bestaan net als zijn familie de ui. Deze bolknoflook komt in de handel onder de naam “Solo knoflook”.

 Bol knoflook

Bol knoflook

Voedingswaarde per 100 gram.
Energie:  584 kJ/139 kcal
Koolhydraten: 29 gr
Eiwit: 6,2
Vet: 0,2 gr
Calcium: 30 mg
IJzer: 1,3 mg
Vitamine C: 10 mg

 Bewaren:
Verse knoflook:  ± 8°C, 2 weken;
Halfdroge knoflook: bij 5° C , 90-95% R.V. 2 maanden
Droge knoflook:bij 0°C, 80-85% R.V.: ± 5 maanden, let op schimmelvorming.

Rassen:
Hoewel de consument niet naar het ras zal vragen,toch maar enkele beschreven.

Carpathian: Een knoflook ras afkomstig uit Polen.De tenen zijn fors van maat, er zitten 6 tot 10 tenen in een bol en deze zijn bronskleurig.De smaak is sterk en kruidig.

German Red: Deze knoflook is van oorsprong afkomstig uit USA , Idaho . De bol is vuilwit van kleur en bevat 10 to 15 tenen.Deze zijn bronskleurig  op een violet kleurige ondergrond. De smaak is kruidig en scherp.

Knolselderij

Unicode

(Apium graveolens L. var. rapaceum (Mill) DC )
Umbelliferae  /1303/ 757/1135/169/
Engels: celeriac
Duits: Knollensellerie
Frans: céleri-rave
Italiaans: sedano tuberose , sedano rapa
Spaans: apio nabo
Deens : knoldselleri
Zweeds : rotselleri
De knolsederij behoort tot de familie van de Umbelliferae(Schermbloemige). Veel geslachten van deze famlie worden geteeld om hun eetbare bladen, stengels of wortelen. Selderij behoort tot het geslacht Apium L. (moerasscherm) en tot de soort graveolens L.( graveolens = sterk riekend). De plant komt over grote delen van de wereld voor.Ook in ons land komt de plant in het wild voor. Voornamelijk op zilte grond, langs sloten en in rietlanden.Knolselderij is de varieteit “rapaceum” ( rapaceum= raap of knolachtig). Voluit heet de Knolsederij, Apium graveolens L. var. rapaceum.
Net als de snijselderij is de knolselderij vermoedelijk afkomstig uit het Middellandse zeegebied.In Egyptische graven van ca. 3200 jaar oud zijn resten gevonden van selderij.De oude Grieken wisten al van de geneeskrachtige,vochtafdrijvende eigenschappen van de selderij.Toch werd de consumptiewaarde als groente pas veel later vermeld. Aan het begin van onze jaartelling maken de Grieken onderscheid tussen wilde en gekweekte soorten,deze gekweekte soorten zijn milder van smaak.Via Zuid-Italie is de opmars van de selderij naar het noorden begonnen.In 1543 is het de Duitser Fuchs die uitgebreid schrijft over de eetbare knollen en bladeren van de selderij.Thans is de knolselderij niet meer weg te denken uit het AGF assortiment van de groenteman.
Ofschoon de teelt van Knolselderij voornamelijk gericht is op de teelt van de knollen, die zonder blad worden verkocht, wordt ook een gedeelte verkocht in een vroeg stadium met blad eraan. Ook worden knollen opgekuild onder glas, die dan in de winter en voorjaar verkocht worden met jong ontwikkeld blad.
Knolselderij werd aanvankelijk gebruikt als toekruid voor diverse soepen, te­genwoordig wordt het ook gebruikt als groente, men stelt dan wel de eis dat de knollen niet zwart koken. Knolselderij is een gezonde groente en bovendien vochtafdrijvend.
Van de totale handelsproduktie, wordt plm. 70% geëxpor­teerd naar vooral Duitsland, Frankrijk en België, een groot deel hiervan is be­stemd voor de industrie, die Knolselderij verwerkt tot gedroogd produkt, tafelzuur en diepvriesprodukt.
De Nederlandse industrie verwerkt plm. 15% van de totale handelsproduktie. Bij de teelt voor de verse markt wordt, soms, nauwer geplant zodat de teler de keuze heeft bij het oogsten tussen blijver – en – wijker – systeem en het voor – de – voet – op -wegbossen.
In het eerste geval wordt in de maand juli om en om gerooid, de kleine knolletjes worden dan met blad geveild, de overige planten laat men uitgroeien om die in de herfst als grote knol te rooien.
Voor de teelt van de Selderijknollen, die in een kas worden ingekuild, om in de loop van de winter, met een pruikje vers blad, te worden verkocht moet worden uitgegaan van jonge gezonde knollen. De beworteling moet zoveel mogelijk aan de onderkant van de knol geconcentreerd zijn om rooischade en schilverlies te beperken en de voorkeur wordt gegeven voor een klein aantal wortels.
De vorm, van de knol, moet zo rond mogelijk zijn, wangen en groeven geven te­veel schilverlies, de kleur moet mooi blank zijn, in de praktijk komt het er op neer dat Anthocyaanhoudende minder geschikt zijn.
Het knolvlees moet tot in het midden goed vast zijn, sponzige knollen zijn min­der geschikt voor elke vorm van verwerking. Tijdens het verwerken mag de knol niet verkleuren, de knol moet blank blijven.
Inwendige verkleuringen, als donkere pitjes of vlekjes, mogen niet voorkomen en tijdens het verwerkingsproces niet in aantal toenemen. Rassen met Antho­cyaan zijn over het algemeen aanzienlijk slechter van kleur, vooral als de tijd tussen snijden en verdere verwerking wat langer duurt, komt dit euvel naar vo­ren.

Voedingswaarde per 100 gram.
Energie: 132 kJ/32 kcal
Koolhydraten: 5 gr
Eiwit: 2 gr
Vet:0,4 gr
Calcium: 80 mg
IJzer:1 mg
Vitamine A:
Vitamine B6: 0,13 mg
Vitamine C: 12 gr
Vitamine PP: 0,80 mg

Bewaren:
Gekoeld ongesneden:
0-1°C, 90-95% R.V.: 5 maanden;
2-5°C, 90-95% R.V.: 2-3 maanden.
Ongekoeld ongesneden:
afhankelijk van de temperatuur: 2-6 weken.
Gekoeld gesneden :
0-1°C, 90-95% R.V.: 1 dag;
2-5°C, 90-95% R.V.: 1 dag.
Ongekoeld gesneden:
minder dan een dag.N.B.: Gesneden knolselderij kleurt snel bruin, dit is mede afhankelijk van de snij­methode. Een glad snijvlak geeft minder snel bruinverkleuring dan een ruw be­schadigd snijvlak. Het verdient aanbeveling knolselderij zo kort mogelijk van te voren klaar te maken en direct na het snijden in de koelcel te zetten of het gesne­den produkt in water met 0,5% citroenzuur te dompelen.

Rassen:
Monarch:Bladrijk ras met een ronde tot trapeziumvormige, zeer blanke en gladde knol.  Het vaste vruchtvlees is niet gevoelig voor verkleuring.Is geschikt voor de verse markt en de verwerkende industrie.
Roem van Zwijndrecht:Bladrijk ras met een ronde trapeziumvormige, grauwe knol.  Het vaste vruchtvlees heeft een goed aroma en is gevoelig voor verkleuren.Geschikt voor de verse markt voorzien van een bladpruikje.
Brilliant: Een mooie stevige knol,rond tot trapeziumvormig.Heeft veel blad en is Anthocyaan vrij.Geschikt  voor verse consumptie. De verwerkende industrie gebruikt de Brilliant om te drogen en als zoetzuur in te leggen in azijn.
Ofir:Kortloofras met een kleine, ronde en blanke knol.  Niet gevoelig voor verkleu­ring.

 

Komkommer

P1000079-©

(Cucumis sativus L. ) Cucurbitaeae
1303/757/169/371/
Engels: cucumber
Duits: Gurke,Schlangengurke
Frans: concombre
Italiaans : cetriolino, cetriolo
Spaans: pepino,Cohombre
Deens: agurk
Zweeds: gurka
De komkommer behoort tot het geslacht Cucumis L. en de onderfamilie Cucurbitateae(komkommerachtigen) van de familie der Cucurbitaceae.Deze familie bestaat uit ca. 90 geslachten met in totaal ongeveer 700 soorten die overwegend in tropische en subtropische gebieden voorkomen.Het geslacht  Cucumis L. omvat  ca. 40 soorten die nagenoeg allen voorkomen in het Middellandse Zeegebied, in Afrika en tropisch Azie.In tropisch Amerika komt slechts een soort voor. Tot het geslacht Cucumis L. behoren:
Cucumis melo L. , o.a. de meloen en courgette
Cucumis sativus L., o.a. de komkommer en de augurk.
Van de Cucumis sativus L. zijn een groot aantal subspecies bekend,die moeilijk in te delen zijn. De stamvorm van de komkommer is Cucumis sativus L. ssp. agrestis en komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit Afrika.
Met Afrika als startplaats gaat het richting Azie en naar het noorden richting Europa. Dat de komkommer een oud cultuurgewas is blijkt wel uit de vondsten in Egypten.Hier zijn zowel zaden van komkommers als muurschilderingen ontdekt waar de komkommer op afgebeeld staat. Pas in 600 v.Chr. komt de komkommer naar Griekenland.Ook wordt in de Bijbel de komkommer genoemd ( Numeri 11:5 en Jesaja 1:8 ). De Romijnen kregen de komkommer van de Griekse kolonisten. Naar het schijnt kreeg de komkommer in noordelijk Europa bekendheid tegelijk met de opkomst van de Grieks-Romijnse cultuur.De eerste vermelding vindt echter  pas rond het jaar 800 plaats in het huidige Frankrijk(Gallië). In Engeland schrijven we begin 1300 als de komkommer daar bekend wordt en in 1494 is het Columbus die de komkommer uitzaaide op Haiti.Begin 1600 komt de komkommer naar Nederland waar deze groente gestaag populairder wordt.
Dit onrijpe vruchtgewas is één van de belangrijkste groentegewassen die in ons land onder glas worden geteeld.
Komkommers komen voor in de kleuren groen, wit en geel. Naast dit kleurver­schil is er ook nog structuurverschil. De zachtste is de groene; de witte is iets harder en de gele is de knapperigste.
Door de grote exportvraag naar groene zaadloze Komkommers is de teelt van de witte en gele Komkommers sterk afgenomen.
De Komkommer is een uitgegroeide groentevrucht zonder dat bestuiving heeft plaatsgevonden. De Komkommer is een mooi voorbeeld van zaadloosheid (Parthenocarpie).
Minikomkommer
De teelt van Minikomkommers vindt sinds het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw in Nederland plaats. Uit een destijds gehouden consumentenonderzoek is geble­ken, dat in Scandinavië en Engeland veel doorgesneden Komkommer aan de consument werden verkocht en dat de Minikomkommer daarvoor een goede vervanger zou kunnen zijn. Het geringe gewicht van de Minikomkommer is de oorzaak dat dit, tot nu toe, niet is gebeurd. Wel is voor de Minikomkommer een eigen bescheiden markt gevonden, in Duitsland, Engeland en Franrkijk, die plm. 60% van de Nederlandse produktie afnemen.
De teelt van Minikomkommer vindt hoofdzakelijk plaats in het Westland.
Er zijn drie gewichtssorteringen; 100 tot 150 g, 150 tot 200 g en 200 tot 250 g, van deze sorteringen is de tweede het belangrijkste. De kwaliteit en de houd­baarheid geven geen grote problemen.
De ideale vruchtlengte is 18 á 19 cm met een lengte-dikteverhouding van 5 á 6.
De teelt lijkt in sterke mate op die van zijn grote broer, de Komkommer.
De Minikomkommer is volledig parthenocarp, vruchtbittervrij en vruchtvuur­vrij.
N.B.: Komkommers zijn zeer gevoelig voor L.T.B., uitdroging en verkleuring.
Verkleuring wordt meestal veroorzaakt door ethyleen, daarom komkommers niet opslaan bij ethyleen-producerende produkten. L.T.B. treedt op bij temperaturen beneden de 13°C. Let daarom ook op de temperatuur in winkel en verpakkings­ruimte. Uitdrogen en verkleuren wordt door verpakken in krimpfolie aanzienlijk beperkt.

Voedingswaarden per 100 gr
Energie: 34 KJ, 8 kcal
Eiwit: 0.8 g
IJzer: 0.2 mg
Koolhydraten: 1.2 g
Natrium: 5 mg
Calcium: 14 mg
Vet: 0.0 g
Vitamine C: 10 mg Vezels: 0.7 g

Bewaren:
Gekoeld: onverpakt,
13°C, 90-95% R.V.: 1 week;
afhankelijk van de temperatuur: 2-4 dagen.
Gekoeld:verpakt,
13°C, 90-95% R.V.: 2-3 weken.
Ongekoeld:verpakt en onverpakt
afhankelijk van de temperatuur: 4 tot 10 dagen

Rassen:
Geel:  Gele Tros:    Boothby’s Blonde:
Wit:  Bianco Lungo di Pargi: White Wonder:
Rond Wit/Geel:  Lemon: Crystal Apple:
Minikomkommer:  Danimas:Petita
Groen:  Amaron:  Menora:  Mustang:  Ventura:

 

Koolraap

Unicode

(Brassica napus L. var. napobrassica L. Rehb. )  Cruciferae
Engels: swede, turnip
Duits: Kohlrübe, Steckrübe
Frans: chou-navet, Rutabanga
Italiaans: cavolo rapa
Spaans: colinabo
Deens: kålrabi, kålroe
Zweeds: kålrot

De koolraap behoort tot de familie van de Kruisbloemige(Cruciferae) en tot het geslacht Kool (Brassica L.). De volledige benaming van de koolraap is  Brassica napus L. var. napobrassica(L.) Rehb.

Over de herkomst lopen de opvattingen uiteen. Linaeus zegt dat de Brassica napus voorkwam op de zandrgonden aan de kusten van Zweden,Holland en Engeland. Fries noemt Brassica campestris ( een type rapa) als wilde plant in Scandinavië,Denemarken en Finland.Ledeboer noemt Rusland en Siberië als plaats van oorsprong. Hoe het ook zij, het is een oud bekende groente,zowel gebruikt als menselijke voedsel als veevoer.

Van alle rapen is de Koolraap wel de belangrijkste als groentesoort. De Koolraap behoort tot de zogenaamde stapelgroenten, dus tot de groenten die tijdens de winter in kuilen, schuren en op andere wijze worden bewaard, gestapeld, om gedurende de winter al naar behoefte aan te voeren.

Koolraap is geen elite groentesoort doch in de wintermaanden is het een ge­waardeerde aanvulling. Voor menselijke comsumptie teelt met alleen geelvlezi­ge rassen. Witvlezige Koolrapen zijn wel geschikt voor menselijke consumptie, maar niet gewild.

Voedingswaarde per 100 gram.
Energie: 109kJ/26 kcal
Koolhydraten:5 gr
Eiwit: 1 gr
Vet: 0,2 gr
IJzer: 0,5 mg
Vitamine C: 35 mg

Bewaren:

Gekoeld:
0-1°C, 90-95% R.V.: ± 6 maanden;
2-5°C, 90-95% R.V.: 2-4 maanden.

Ongekoeld:
afhankelijk van de temperatuur: 2-4 weken.

Gekoeld: gesneden

0-1°C, 90-95% R.V.: 2-3 dagen;
2-5°C, 90-95% R.V.: 1-2 dagen.
N.B.: Koolrapen zijn zeer gevoelig voor temperaturen onder nul; door vorstschade gaan rapen snel rotten. Vroege Koolraap smaakt soms wat bitter, in de winter heeft Koolraap een zoete smaak.

Rassen:
Friese Gele: Deze wordt gezien als het beste gele ras. Geschikt voor verse consumptie en voor de verwerkende industrie.
Hollandse Roodkop: Een ronde tot soms wat hoekige raap.
Best of All: Een geelvlezig ras,kogelrond en een uistekende smaak,en zeer winterhard.
Verder nog rassen als: Wilhelmsburger, Mella, Pandor en Lizzie

 

Koolrabi

Unicode

 

(Brassica oleracea L. var. gongylodes L. ) Cruciferae
Engels: kohl rabi
Duits: Kohlrabi
Frans: chou-rave, Choux -navets
Italiaans: cavolo rapa
Spaans: colirábano, colinabo
Deens: knudekål , kålrabi
Zweeds: kålrabbi

Kopie van Koolrabi paars
Koolrabi behoort tot de Cruciferae (Kruisbloemige) ,het geslacht Brassica en de soort oleracea L. var. gongylodes Lam. Koolrabi is ontstaan uit de wilde kool ( Brassica oleracea) .Het is een van de vele vormen, die uit dit meer dan 3000 jaren oude gewas zijn voortgekomen. Koolrabi is echter een tamelijk jonge variatie in deze groep,die kort voor de 16e eeuw in het koele klimaat van noordwest Europa ontstond uit mergkool.
Koolrabi, de verdikte stengel van een koolplant, wordt in Nederland onder glas en in de vollegrond geteeld.De Koolrabi die in Nederland onder glas wordt geteeld is overwegend platrond van vorm en lichtgroen van kleur. De Koolrabi van de vollegrond is overwegend rond tot iets platrond van vorm, de witte rassen zijn het meest gevraagd. Blauwe en Violet gekleurde Koolrabi worden nauwelijks in Nederland geteeld.
Voor een goede presentatie moet Koolrabi niet te lang, stevig en mooi groen  zijn.
Vezelige Koolrabi is uitermate ongewenst. Omdat vezeligheid door de consu­ment bij aankoop niet geconstateerd kan worden, leidt dit tot marktbederf.
Koolrabi heeft een hoog vitamine C-gehalte.
Koolrabi is een teer produkt en moet met zorg worden behandeld.

Voedingswaarde per 100 gram.
Energie:104 kJ/25 kcal
Koolhydraten: 4 gr
Eiwit:2 gr
Vet:0,1 gr
Calcium: 90 mg
IJzer:1,2 mg
Vitamine A: 0,25 mg
Vitamine C: 60 mg
Vitamine PP: 0,40 mg

Bewaren:
Gekoeld:onverpakt met loof 2-5°C, 90-95 % R.V.: 3-5 dagen.
Gekoeld:verpakt met loof 2-5°C, 90-95% R.V.: 3-5 dagen.
Ongekoeld: verpakt zonder loof afhankelijk van de temperatuur: 5-7 dagen;
Gekoeld:verpakt zonder loof 2-5°C, 90-95% R.V.: 7-10 dagen.
N.B.: Naarmate de knollen groter worden, neemt de kans op verhouten toe: ver­houte knollen zijn vezelig en onsmakelijk; een lage luchtvochtigheid tijdens de bewaring versnelt het proces van verhouten.
Tijdens bewaring het produkt afdekken met kunststoffolie om uitdrogen tegen te gaan.
Op oude Koolrabi is bruinverkleuring te zien op de plaats waar de bladsteel aan de knol heeft vastgezeten.
Rassen:
Blauw van kleur o.a.
Blaro: Ronde knollen met blank en mals vruchtvlees
Azur-Star: Een zeer bekend ras in Duitsland en Scandinavië.Het is een vroeg ras met helderblauwe knollen.
Early Purple: Een oud ras met stevige knollen en rechtopstaand blad.Heeft een goed consumptie kwaliteit.
Purple Vienna: Heeft mooi wit vruchtvlees,geschikt voor late teelt.

Lichtgroen/wit van kleur o.a.
Green Vienna: Een vroeg rijpend ras met groene schil en wit vruchtvlees.
Trero: Heeft ronde en lichtgroene knollen. Geschikt voor vroege teelt
Cindy: Een vroege  hybride ,geschikt voor vollegrondsteelt.
Eder: In middelvroege en late teelt op z’n best.De knol is platrond op een stevige poot. Wit vruchtvlees.
Wener Witte:  Heeft een bolronde knol helder van kleur met wit vruchtvlees.

 

Kousenband

Unicode

( Vigna unquiculata, ssp. sesquipedalis ) Leguminosae

Engels:Asperagus bean, Yardlong bean
Duits: Spargelbohne,Strumpfbandbohne,Kuhbohne,Langbohne
Frans:Dolique d’asperge
Italiaans:
Spaans:
Deens:
Zweeds:
Antiliaans: Boonchi largo
Chinees: Dau gok
Indonesisch: Katjang Pandan
Surinaams: Koosbanti, Kouseband

Kouseband is de naam voor deze lange, ronde, dunne boon, die oorspronkelijk uit Afrika afkomstig is maar nu ook in de Nederlandse kassen wordt geteeld.Hoewel afkomstig uit Afrika,is de Kouseband al sinds mensenheugenis bekend in Egypte en de landen rond de Middellandsezee.De oude Grieken en Romeinen kende al veel consumptie mogenlijkheden  voor deze bijzondere bonensoort.Via de slavenhandel door de Spanjaarden, kwam het zaad in Zuid en Noord Amerika terecht.Wereldwijd worden de lange ,tot wel 90cm lange bonen gegeten. Ook de gedopte bonen, de zaden, zijn in veel landen een gebruikelijk onderdeel van de dagelijkse maaltijd.

Voedingswaarde per 100 gram.
Energie: 143kJ/34 kcal
Koolhydraten:
Eiwit: 4,2 gr
Vet:
Calcium: 110 mg
IJzer: 4,7 mg
Kalium:
Vitamine A: 2,4 mg
Vitamine B:
Vitamine C: 35 mg
Vitamine PP:
 

Bewaren:
De kouseband is zeer gevoelig voor uitdrogen. Kouseband is gevoelig voor LTB onder de 6° C ,boven deze temperatuur ontstaat geelverkleuring.
Gekoeld:6° C. 90-95% R.V. 4 tot 6 dagen
Ongekoeld:
Afhankelijk van de temperatuur 2 dagen
zie ook sperzieboon.

Kroten

P1050106 Bosbiet-Kroot-©

Zie : Rode Biet

 

Krulandijvie

Krulandijvie of Frisee

Krulandijvie of Frisee


(Cichorium endivia L. var. crispa Lam.)
  Compositae

Krulandijvie wordt ook Frisée genoemd, afgeleid van de Franse naam Chicorée Frisée. Het is een type Andijvie die in Nederland op zeer kleine schaal in de vol­legrond wordt geteeld, rond Barendrecht, Breda en in Noord-Limburg.
In Zuid-Europa is de teelt van Krulandijvie van groot beland. Kenmerkend voor Krulandijvie is het vaak diep ingesneden en vooral het sterk­gekrulde blad.
Krulandijvie wordt deels afgezet naar snijderijen als grondstof voor kleinver­pakte verse salademengsels en deels op de verse markt. Voor beide afzetmarkten is een goed geelgekleurd hart een eerste vereiste.
Tussen Krulandijvie en de gladbladige Andijvie, het in Nederland meest beken­de type, zijn grote overeenkomsten. Krulandijvie is echter veel gevoeliger voor rand en het optreden van smet.