Groenten – met een ‘O’ en ‘P’

Paksoy

Pakchoi-©
Brassica campestris var. Chinensis L.  Cruciferae  1303/196/57
ENGELS:    Pak-choi, celery cabbage
FRANS:      Pe-tsai, pak-choi
DUlTS:        Pak-Choi, Chinakohl

Deze niet- sluitende Bladkool waarvan de witte kale nerf met blad wordt gege­ten, is rijk aan kalk en vitamine C.
Paksoi, van oorsprong afkomstig uit Azië, wordt in Nederland onder glas en in de vollegrond geteeld.
Paksoi is nauw verwant aan Chinese Kool, maar groeit sneller en vormt geen kool, maar zwaar ontwikkelde, witte bladstelen.
Nagenoeg alle bovengrondse delen kunnen voor consumptie worden gebruikt.
Er bestaan verschillende typen Paksoi die in lengte verschillen, voor Nederland is het compacte type met een lengte van 30 tot 40 cm en witte stengel de belang­rijkste. Het lange type, Taisai, heeft een lichtgroene bladkleur en is gevoeliger voor nat­rot.
Bij het oogsten wegen de planten tussen de 200 en 800 g, planten met een don­kergroene bladkleur en een gewicht van plm. 400 g zijn het meest gewenst.
De in Nederland geteelde Paksoi wordt aangevoerd van mei tot half december.
Het nitraatgehalte speelt nog geen rol, omdat er geen normen zijn. Indien er in de toekomst maximale gehaltes gaan gelden bij de afzet, kan dit tot problemen leiden.

Soorten:
Halflang en lange typen. En het jaar rondverkrijgbaar
Aanvoer uit diverse Europese landen.
Klasse I: het produkt moet van goede kwaliteit zijn, de kenmerkende eigenschappen van de variëteit bezitten; vrij zijn van schot, vorstschade, insektenschade, smet en gekneusde bladeren.
Klasse II: het produkt moet van redelijke kwaliteit zijn, doch niet in klasse I kunnen wor­den ingedeeld. Vrij zijn van ernstige beschadigingen.Toegestaan zijn: geringe kleurafwijkingen, lichte schot, voor geïmporteerde Paksoi geldt:
Klasse III: tot klasse III behoort Paksoi welke niet in een hogere klasse kan worden inge­deeld, doch nog geschikt is voor menselijke consumptie.
Sorteringseisen: Paksoi wordt gesorteerd naar gewicht, het minimumgewicht mag niet lager zijn dan 200 g, voor klasse I mag het maximumgewicht niet hoger zijn dan 800 g.
Ziekten en Gebreken die kunnen voorkomen  zijn :
1.  Schot;
2.  Aantasting door dierlijke parasieten;
3.  Vorstschade;
4.  Ruwe behandeling: gekneusde bladeren en stelen;
5.  Smet.
Korte bewaring: Gekoeld bij  0-1°C, 90-95% R.V.: ± 3 weken.
Ongekoeld: afhankelijk van de temperatuur: ± 5 dagen.
Gebruik: Stoven, verwerken in groentesoep. Gestoofd met Kervel bij vis, verwerkt in nasi- en bamigroenten of Paksoi met hard gekookte eieren.

Bewerking:
Beschadigde en aangetaste bladeren verwijderen, het voetje bijsnijden, wassen en in reepjes snijden.
N.B.: Paksoi wordt, vaak, aangevoerd in plastic-verpakking, met recept erop, om uitdroging en beschadigingen te voorkomen; de verpakking bevordert wel het smetten (rotten).

Rassen:

Japro Halflang type met witte bladstelen en glanzend, tamelijk donkergroen blad.
Taisai Lang type  met lange, kale, witte bladstelen en ta­melijk licht, grijsgroen blad.  Dit ras wordt in Azië ge­bruikt voor het inzouten.

 

Palmkool

P1080444-BorderMaker

 

Palmkool (Brassica oleracea var. acephala sub var. palmifolia syn. sabellica)
Nederlands: Palmkool – Zwartekool – Plukkool – Zwartebladkool .
Duits: Toskanischer kohl – Palmkohl – Zierkohl- Lippische Palme.
Frans: Chou palmier – Chou noir .
Engels: Black Tuscany kale – Dinosaurkale – Tuscan Lacinote kale – Palmkale .
Italiaans:   Cavolo nero – Nero di Toscane.

Palmkool is een koolsoort die zéér nauw verwant is aan de ons bekende boerenkool en de minderbekende eeuwig moes of splijtkool. In de beroemde zaadcatalogus van Vilmorin –Andrieux van 1885 word deze palmkool beschreven als een niet kroezende gladde bladkool.

Verder is vermeld dat binnen de groep palmkool er meer dan 23 verschillende variëteiten bestaan.

Palmkool is vermoedelijk van oorsprong afkomstig uit een gebied dat ten noorden van de Zwarte Zee ligt. Aan het begin van onze jaartelling wordt het al beschreven in het oude Rome, waar het dan al op verschillende manieren werd bereid en gegeten. Nog steeds is het een onmisbaar onderdeel van de Italiaanse Ribolita, een stevig gevulde maaltijdsoep die voor meerdere dagen gemaakt wordt.

Palmkool heeft glanzend blauw- grijsgroen licht geribd blad wat niet kroest zoals bij boerenkool. De kool is winterhard d.w.z. dat ze bestand is tegen matige vorst op het land. Na de eerste vorst wordt de smaak zoeter, het aanwezige zetmeel is dan omgezet in suiker, en de altijd aanwezige parasieten zijn dood gevroren wat ook een voordeel is.

De naam palmkool of plukkool in het Nederlands geeft aan dat de bladeren geplukt worden van de stam en wel van onderaf, zodat dat enkele plukbeurten een palmkool op het land blijft staan.

Na de oogst Palmkool opslaan bij 0° C. tot 3° C. bij hogere temperaturen zal de palmkool snel uitdrogen en slap worden.

In Nederland is de palmkool een dankbaar gewas in menige volkstuin. Een bekende variëteit is de Zwarte van Toscane.

Rond 1900 was de palmkool ook in Nederland nog een bekende groente, die om onduidelijke reden is verdrongen door boerenkool.

In Noord Duitsland kent men het z.g. “ bosseln” een variant op het klootschieten. Deze sport wordt al in 1800 genoemd en voornamelijk in het najaar en winter beoefend. Na deze lokale sportbeoefening  met een sterk sociaal karakter is het tijd  om weer warm te worden bij een  maaltijd van gekookte Lippische Palme en Salzkartoffeln. Weisswurst und bier maken de maaltijd compleet

Deze meestal dorpse aangelegenheid vindt nog steeds in menig Noord Duits dorp jaarlijks plaats. Het is gebruik dat de leden van de vereniging zelf de palmkool telen.

Als er niet voldoende palmkool beschikbaar is gebruikt men boerenkool.

Waar in een recept palmkool staat kan ook boerenkool gebruikt worden en omgekeerd. Echter de smaak van palmkool is voller en de vezels zachter, een uitzondering is de hoofdnerf die heeft meer kook of baktijd nodig.

Voedingswaarde is gelijk aan die van boerenkool.

Palmkool is geschikt om te koken, bakken, roerbakken of frituren. Zelf de jonge topjes zijn rauw te eten.

Paprika zoet

Unicode

Rood – Wit – Geel

 

Paprika,zoet Capsicum annuum L.Solanaceae Frans : Piment doux. Paprica

Duits : Paprika,  Gemüsepaprika, paprica
Engels: Paprika, Sweet Pepper, Bell pepper, Green pepper
Arabisch: Filfil Ahmar
Chinees : Hsiung-ya-li-Chiao
Italiaans : Peperone, Pepe rosso ungherese, Peperoncino
Japans : Papurika
Portugees: Pimentão
Russisch: Struchkovy Pyerets
Spaans : Pimentón, Pimento dulce, Paprica pebrera, Guindilla
Zweeds : Spansk peppar

Paprika’s behoren tot de familie van de nachtschaden of Solanaceae. Tot deze familie  behoren ook gewassen als aardappel, aubergines, pepers, tomaten en tabak.De Paprika ,ook wel “zoete peper” genoemd, behoort tot het geslacht Capsicum en de soort annuum L. ( annuum=eenjarig)

De nachtschaden bevatten o.a.:
* geneeskrachtige stoffen, zoals atropine en hyosciamine
* giftige stoffen, zoals solanine bij onrijpe tomaten, en
* stoffen met een halucinogene werking.

Deze werkende stoffen in de nachtschaden waren al in de middeleeuwen bekend bij kwakzalvers en gifmengers. De paprika bevat daarnaast nog een kleine hoeveelheid van de stof capsaïcine (scherpe pepers bevatten hiervan veel meer). Deze stof komt voor in de cellen van de buitenste schil, in de zaden en in de zaadlijsten van de vrucht.

Geschiedenis
Ondanks de Hongaarse naam vindt de vruchtgroente zijn oor­sprong in Zuid- en Midden-Ame­rika. ,Met name in Mexico,Guatemala,Peru en het Caribische gebied leerden Spaanse conquistadores de vrucht kennen van de Azteken en de Maya’s tijdens hun veroveringstochten in Ame­rika.
Aan het eind van de 16e eeuw werd de vruchtgroente voor het eerst geïntroduceerd in het Middellandse Zeegebied en Azië .  Via Italië werd de paprikaplant ver­voerd naar de Balkan en Honga­rije, waar de vruchtgroente z’n naam kreeg. In de eerste plaats werd de paprika plant gezien als een exoot die het zo mooi deed als kamerplant.Net als de Aardappel en Tomaat bevatten de stengels en bladeren veel van het giftig solanine .
Het verhaal gaat dat ter dood veroordeelde gevangenen in Italië en Frankrijk van deze planten te eten kregen. Aten ze de vruchten of knollen en bleven ze in leven dan kregen ze levenslang. Gingen ze dood aan het eten van de stengels en bladeren,dan was de straf alsnog uitgevoerd.

De belangstelling voor dit zeer vitamine C-rijke groente-vruchtgewas neemt nog steeds toe in geheel West-Europa. Paprika’s zijn er in verschillende kleuren, groen (onrijp), rood, oranje, geel, wit, paars en de typen blokvormig, langwerpig en tomaatvormig.
Paprika heeft een knapperig vruchtvlees en loopt in smaak uiteen, van kruidig zoet tot scherp, afhankelijk van het gehalte aan capsaïcine.
Hoe rijper de vrucht hoe hoger het gehalte aan voedingsstoffen, mineralen en vitaminen.
Onder Paprika wordt verstaan de niet scherp smakende pepers, bestemd voor levering in verse toestand aan de consumenten.Paprika wordt onderscheiden in de volgende typen;

1. Rechthoekige stompe Paprika;

2. Rechthoekige puntige Paprika;

3. Langwerpige puntige Paprika;

4. Platte Paprika (Tomatenpaprika.)

Unicode

Zoete Punt Paprika

De paprika is een vruchtbes met een stevige vrucht­wand en een leerachtige schil.

We rekenen de Paprika tot de “Groente vruchtgewassen” het is de eetbare vrucht van een kruidachtig gewas.

De in Nederland geteelde Paprika’s kunnen worden onderverdeeld in ruim 70% groenrode, 23% in groengele, 3% in groenoranje en bijna 3% in witte en paarse rassen. Van de groenrode rassen wordt plm. 60% rood en plm. 40% groen geoogst, groengele en groenoranje rassen worden voor bijna 100% respectieve­lijk geel en oranje geoogst.

In Nederland worden vooral de geblokte, niet-conische, dikwandige typen ge­teeld.

De smaak van de groene en paarse Paprika is pittiger en minder zoet dan de gele, oranje, rode en bruine Paprika. De smaak van de witte Paprika ligt tussen pittig en zoet in.

Mini Paprika
De soort Red Tinkerbell, tevens de handelsnaam, is de bekendste met rode en groene vruchten. De sortering is 30-35 mm, 35-40 mm, 40-45 mm en 45-50 mm. De mini’s wegen ca. 28 g per stuk en er gaan ca. 36 stuks in een kg.
De Mini Paprika is zeer geschikt voor de verse rauwe consumptie. Gevuld met een vulling op basis van vlees, vis of kaas is het een heerlijke snack tussendoor.
Nederlandse aanvoer : Februari-januari.
Import : November-april: uit diverse produktielanden o.a. Canarische Eilanden, Israël, Spanje, Italië en Griekenland.

Ziekten en gebreken die in Paprika kunnen voorkomen.
1.  Grauwe schimmel (Botrytis): vruchtrot, begint in de steel overgaand in de
kelk en vrucht, later hierop schimmelpluis;
2.  Bacterierot: tijdens bewaring optredend natrot;
3.  L.T.B.: ingezonken plekjes op de vrucht en ruw worden van de schil;
4.  Zonnebrand: grijze vliezige vlekken op de vrucht;
5.  Stip: kleine groene vlekjes die alleen op rode vruchten zichtbaar zijn;
6.  Neusrot: ingezonken vlekken op het bloemeinde van de vrucht.

Bewaren:
Gekoeld onverpakt bewaren :7-8°C, 90-95% R.V.: 1-2 weken.
Ongekoeld bewaren:  afhankelijk van de temperatuur: ± 2 dagen.
Gekoeld en verpakt bewaren: 7-8°C, 90-95% R.V.: 1-2 weken.
Ongekoeld: afhankelijk van de temperatuur: 3-4 dagen.

N.B.: Paprika’s moeten bij aankoop stevig aanvoelen, glanzen en geen rimpels of zachte plekjes vertonen. Op kleine beschadigingen komen snel rotte plekjes. Het steeltje moet frisgroen van kleur zijn.

Bewaar de Paprika’s niet in de koelcel maar op een koele plaats van 10-12°C, bij een lage temperatuur bestaat de kans dat de Paprika gaat rotten.
Het uitdrogen van Paprika’s kan worden beperkt door deze te gaan verpakken. De houdbaarheid van verpakte Paprika’s wordt bepaald door het optreden van rot en uitdroging.
In netverpakking droogt de Paprika sneller uit, terwijl de kans op rotten kleiner is dan in andere verpakkingen; rotten breidt zich snel uit van de steeltjes tot in de vrucht. Steeltjes bijsnijden en koelen beperken het rot.

Rassen:
Propa
Een kruisingsprodukt met blokvormige maar toch wat puntige vruchten die onrijp groen en rijp rood van kleur zijn.
Zoete Westlandse Vrij grote, blokvormige vruchten, onrijp donkergroen van kleur, rijp doorgaans licht­rood.
Golden Boy Geblokte vruchten met een dikke wand, aanvankelijk groen maar bij rijping geel van kleur.  Een vrijwel identiek ras is Goldstar.  Beide zijn zoet van smaak.
Tomaatpaprika Een ras met platronde, -geribbelde vruch­ten die naar vorm veel over­eenkomst vertonen met vleestomaten.  Tijdens het rijpingsproces verkleuren ze van groen naar donkerrood.  Het vitaminegehalte is ver­houdingsgewijs zeer hoog.
Midal Een zoete, witte paprika van het zogenaamde Hongaarse, puntige type.  De vruchten zijn 10 tot 15 cm lang en van boven 4 tot 6 cm breed; ze lopen uit in een punt.  Onrijpe exemplaren zijn cremekleurig tot licht geel;  ze verkleuren later  tot oranjerood.
Violetta Een beperkt aangeboden ras met paarse vruch­ten.  Deze zijn blokvormig, drie- of vierhoekig en vrij kort.
Pusztagold De vruchten van dit ras zijn blokvormig en aanvankelijk geel van kleur.  Later verkleuren ze tot rood.  Een vergelijkbaar ras is het Amerikaanse Golden Bell.

 

Pastinaak

Unicode
Pastinaak Pastinaca sativa   Umbelliferae   /1303 / 169/

ENGELS: Parsnip
FRANS: Panais
DUITS: Pastinake

Pastinaak, ook wel Pinksternakel of Witte Wortel genoemd, is een gewas dat voornamelijk voor groentedrogerijen wordt geteeld. Wordt ook geteeld voor ver­se consumptie op biologisch-dynamische bedrijven.
Pastinaak is een tweejarig gewas, dat in het tweede jaar bloeit met vrij grote gele bloemschermen. Doorgaans komt het zover niet, omdat de vrij aromatische wor­tel aan het eind van het eerste groeijaar wordt geoogst.
De oogst vindt plaats in de maanden november en december.
De vorm van de wortel variëert van iets bolvormig tot bijna cylindrisch. Vertakte wortels en wortels met een te lange punt en wortels met een dikke pit zijn on­gewenst, waardoor te veel schilverlies optreedt.

HOUDBAARHEID:    Een paar maanden  bij 0-1 °C;bij hoge­re temperaturen worden de wortels vrijsnel voos.

Ziekten en gebreken:
1.  Voos
2.  Bruinkoppen c.q. kanker c.q. roest.
3.  Vertakte wortel.
4.  Wortelvlieg.
5.  Rooibeschadigingen = grijsverkleuring

VOEDINGSWAARDE: Per 100 gr. 269 kj/64 kcal; 15 gr. koolhydraten;
1, 3 g eiwit; 0,4 g vet; 51 mg calcium; o, 6 mg ijzer; 18 mg vitamine C.

Gebruik: Wassen en/of schillen, in blokjes, staafjes of reepjes snijden en verwerken in soepen, hutspot of stoven in combinatie met andere groenten.

Rassen
Lange Witte Holkruin
 Lange tot 40 cm ,spits toelopende witte wortel met inzonken kop.  De smaak is  zoet, soms iets bitter.
Halflange Guernsey Half­lange, witte wortel, ongeveer 22cm lang en conisch van vorm.  Smaak gelijk aan die van het vorige ras.
Avonresister Een betrekke­lijk nieuw, Engels ras, dat re­sistent is tegen zwarte plek­ken OP de wortel.  Dit ras heeft tamelijk kleine wortels.

N.B. Door beschadigingen tijdens het rooien kleuren de wortels grijs, waardoor kwaliteitsverlies optreedt.

 

Pattison

Pattison-©

Patisson Cucurbita pepo Cucurbitaceae 1113./169/
ENGELS: Custard marrow, crowngourd
FRANS: Patisson ,  Artichou Blanc de Jerusalem
DUITS:   Patisson Kürbis
In Nederland ook bekend onder de namen: Prinsenmuts  ,Kardinaalsmuts
Patisson is een eetbare Pompoen en familie van de meer bekende Courgette. Patisson is een platronde, aan de rand wat onregelmatig gevormde vrucht met een witte schil.
Deze schotelach­tige, aan de rand vaak gelob­de vruchten die, evenals de courgette, in een jong sta­dium worden geoogst.  De meeste zijn wit van kleur; er zijn echter ook rassen met lichtgroene en gele vruchten.

Aanvoer: een Jaarrond met de top in de maanden mei tot november.
Import uit USA,Engeland,Frankrijk ,Italië en verschillende landen in Afrika

Bewaren: Ongekoeld jonge vruchten ± 1 week, uitgegroeide vruchten 1-2 maanden bij een temperatuur van ± 13 °C.

Gebruik: Eerst koken en daarna vullen met zalm of tonijn, koud consumeren. Eerst koken dan vullen met gekruide tartaar als warme maaltijd.

Rassen
Patty Pan Laat ras met witte, schotelvormige vruch­ten.  White Bush is een ver­gelijkbaar ras, dat echter iets eerder aan de markt is.
Peter Pan Een vroeg, Ame­rikaans ras met schotelvor­mige, lichtgroene vruchten.
Custard Yellow Een vrij laat, Engels ras met schotel­vormige, gele vruchten, die soms geelgroen zijn gestreept.  Gele vruchten levert eveneens de nieuwe, Ameri­kaanse hybride Sunburst.

 

Peen

Unicode

Bospeen

winter-,bos- of waspeen ( Daucus carota L.)  Umbelliferae

ENGELS: Carrot
FRANS: Carotte
DUITS: Karotte,
Bospeen is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:    bospeen
Frans:      carottes bottelées; bottes de carottes
Duits:      Bundmöhren
Spaans:     zanahorias en manojo
Engels:     bunched carrots
Winterpeen of Breekpeen is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:    breekpeen; winterpeen
Frans:      carottes en vrac
Duits:      Herbstmöhren
Spaans:     zanahoria quebradiza; zanahoria  granel
Engels:     topped carrot   .
Waspeen is bekend onder de volgende namen:
Nederlands:    waspeen
Frans:      carottes lavées
Duits:      Waschmöhren
Spaans:     zanahoria lavadas
Engels:     washed carrots
HISTORIE
De wortel is de belangrijkste groentesoort uit de familie der schermbloemigen (Umbelliferae).  Het is niet waarschijnlijk dat de wortel al bij de Egyptenaren, Grieken en Romeinen bekend was. De wortelen die verwant zijn aan de huidige cultuurtypen zijn eigenlijk voor het eerst in de 10e eeuw ontdekt.  Er werden destijds 2 typen onderscheiden, een zogenaamde gele wortel en een paarse wortel.
De oranje wortel is zeer waarschijnlijk geselecteerd uit deze gele soort.  Het eerste cultuurgewas was de Hoornse wortel.  In de 17e eeuw is dit ras in ons land ontstaan.
Inmiddels zijn er weer rassen teruggekruist zodat er  Paarse,Witte en donkerrode rassen op de markt zijn.
SOORTEN     PEEN
BOSPEEN:     dit zijn lange slanke wortelen    met een goed oranje kleur.  Het loof zit er nog aan, ze worden in een bos gebonden en komen zo in de handel.  Een populair ras is Amsterdamse bak.  Er bestaan ook rassen die een andere vorm hebben.  Zo is er Parijse broei, een kort en rond worteltje met een zoete smaak.  Deze wortel gaat vooral naar de industrie.  Bospeen komt in de handel van april tot en met oktober.
WASPEEN: hetzelfde gewas als bospeen, met het verschil dat waspeen zonder loof en gewassen in de handel komt.  Waspeen wordt vrijwel het gehele jaar aangevoerd.  Grove waspeen en winterpeen worden ook wel breekpeen genoemd.  Deze wortelen worden per gewicht aangeboden.
WINTERPEEN:het is een grote, vlezige wortel met een fel-oranje kleur.De kleur van de Winterpeen is afhankelijk van groeiomstandigheden en erfelij­ke aanleg. Koele, natte zomers geven een minder diep oranje-rode kleur. Hoe dieper de kleur, hoe hoger het caroteengehalte.

VOEDINGSWAARDE: Per 100 gr 118  kj/28 kcal; 6 gr. koolhydraten; 0, 5 g eiwit; 0,2 g vet; 40 mg calcium; 0, 5 mg ijzer; 6 mg Vitamine A; 5 mg Vitamine C; o,6o mg Vitamine PP.

Aanvoer van Peen het jaarrond. Naast de aanvoer van eigenbodem is er import uit o.a. België, Duitsland Frankrijk en Spanje.

Houdbaarheid:
Winterpeen gekoeld bij 0-1 °C, 90-95% R.V.; 4-6 maanden;
Ongekoeld afhankelijk van de temperatuur 2 tot 6 weken
Bospeen: Gekoeld bij 2 tot 5° C, 90 – 95 % RV 4-5 dagen
Ongekoeld 1 dag
Waspeen, gekoeld bij 0-1 °C, 90-95% R.V.; 4-6 maanden;
Ongekoeld 1 dag
Ziekten en Gebreken:
1.  Groenkop: het bovenste gedeelte is groen tot paars/groen verkleurd;
2.  Wormstekigheid of vuur: vuilbruine of roestkleurige gangen (bitter);
3.   Altenaria = droogrot: de peen vertoont donkerbruine ingezonken plekken;
4.   Gescheurde peen: gevolg van ruwe behandeling;
5.    Vorstschade: overlange scheuren, de pit komt vaak los te zitten en vooral aan de kop treedt verkleuring op.
6.    Koprot: rotting in het hart van de peen;
7.    Stokkerig: het merg is hard als gevolg van doorschieten (bloemstengel);

Rassen
Voor de teelt van bospeen worden in Nederland vrijwel uitsluitend selecties van het type Amsterdamse Bak ge­bruikt.  De meeste andere, genoemde rassen spelen een rol bij  de teelt in het buiten­land en komen hier ook wel op de markt.
Amsterdamse Bak Een vroeg ras met een slanke, halflange, cilindrische of iets conische wortel.  De fijne pit is, evenals de schors, oranje rood van kleur.
Mokum Hybrideras dat veel overeenkomst vertoont met het vorige maar doorgaans iets langer is.
Nantes Tamelijk vroeg ras met een iets grovere wortel dan Amsterdamse Bak en met iets meer smaak.  Vaak onderscheidt men twee ty­pen: de gewone of slanke Nantes, met een cilindrische, matig lange wortel, en de grove Nantes waarvan de wortel iets korter is en co­nisch van vorm.  In beide ge­vallen ‘s de tamelijk fijne pit iets lichter van kleur dan de schors.
Touchon Halflange, cilindrische wortel met een stompe punt en vaak een groene kop.  Een oud ras met een duidelijke, oranjegele pit en een oranjerode schors.
Juwarot Tamelijk vroeg ras met een matig lange, tamelijk conische wortel en diep oranjerood van kleur.  Van­wege het hoge caroteenge­halte , (vitamine A) een nogal populair ras in Duitsland.
Parijse Broei Een zeer kort, vrijwel rond worteltje met een ingezonken kop en een vrij grote, gele pit.  Parijse Broei, die zeer zoet van smaak is, wordt zelden als bospeen aan geboden omdat de productie vooral naar de verwerkende industrie gaat.
Chantenay Een korte, co­nische zomerwortel met een brede kop.  De vrijgrote pit heeft ongeveer dezelfde kleur als de schors.
Berlikummer Lange, cilindrische of licht conische, gladde en stompe wortel met een egale kleur-van pit en schors. iets minder lang houdbaar dan het volgende ras en met, gemiddeld, een iets hoger caroteengehalte.
Flakkeese Sterke winterwor­tel, waarvan de vorm varieert van lang en cilindrisch tot halflang en conisch.  Het eerste type krijgt snel een groene kop; het groen kan tot vrij diep in de pit door­lopen.  In Duitsland is dit ras bekend als Rote Riesen.
Karotan Een laat ras met een puntige, conische wortel en een zeer mooie in- en uit­wendige kleur.  Niet gevoelig voor groenkleuring van de kop.  Het ras heeft een hoog drogestof- en caroteenge­halte en leent zich zeer goed voor wortelsalade.

P1000610-©

Diverse kleuren peen

 

Bijzondere rassen:
Witte peen
Blanche de Kuttingen
Blanche des Vosges
Ronde peen
Parijse markt
Thumbelina
Ondra
Gele wortel
Obtuse du doubs
Paarse wortel
 Violette de Grèce

 

 

Peper-Spaanse

Pepers, Spaanse c.q. scherpe Paprika 
Capsicum frutescens  en C. annuum. Solanaceae
Duits ; Peperoni , Spanische Pfeffer ,Beissbeere . Gewürzpaprika
Engels : Chili pepper, red pepper, chilie ,capsium
Frans : Piment, Poivre de Cayenne,poivron
Italiaans : Peperone
Japans : Tôgarashi
Portugees: Pimentão picante
Russisch : Struchkovy Pyerets
Spaans : Chili , pimiento rojo
Zweeds : Spansk peppar
Bahassa Ind. Lombok , Rawit
Arabisch : Filfil
Chinees : Hung-Fan-Chiao
Familie
Pepers zijn de scherp smakende familieleden van de paprika’s en behoren dus tot de familie van de nachtschaden of Solanaceae. Tot deze familie  behoren ook gewassen als aardappel, aubergines, paprika, tomaten en tabak.
De nachtschaden bevatten:
Geneeskrachtige stoffen, zoals atropine en hyosciamine
Giftige stoffen, zoals solanine bij onrijpe tomaten, en stoffen met een halucinogene werking. Deze werkende stoffen in de nachtschaden waren al in de middeleeuwen bekend bij kwakzalvers en gifmengers.
Peper en paprika behoren tot het geslacht Capsicum.  De peper onderscheidt zich van de paprika in afmeting, vorm en smaak.
Kan een paprika een gewicht bereiken van circa 250 gram, het gewicht van een peper ligt slechts tussen de 5 ­ en 20 gram.  De smaak is bovendien veel scherper.  De smaak wordt veroorzaakt door de hoeveelheid capsaicine (een alkaloide) in de vruchtgroente.
Een paprika bevat weinig capsaicine en is eerder zoet van smaak dan scherp en wordt in het Engels dan ook “sweet pepper” genoemd.  Pepers zijn juist heet van smaak.  Ze bevatten wel 10 tot 20 maal zoveel van het capsaicine.
De hete stof concentreert zich met name in de zaadlijsten en pitjes.
Herkomst
Spaanse pepers komen niet uit Spanje, maar uit Zuid- en Midden-Amerika. Het voorvoegsel Spaans is afgeleid van het feit dat de pepertjes in de 16e eeuw in Nederland werden aangevoerd vanuit Amerika via Spaanse handelaren. Ter onderscheid van de Oosterse peper, werd het Spaanse peper genoemd. Overigens is dat een verwant van de paprika, niet van de Aziatische witte en zwarte peper. Het werd peper genoemd vanwege de overeenkomst in de  smaak.Ook diverse andere pepers komen niet uit het land van de naam. De zeer scherpe Indonesische pepertjes, die in Nederland bekend staan als lomboks, komen wel uit Indonesië, maar niet van het eiland Lombok. Waar de naam vandaan komt is echter niet bekend.
Geschiedenis.
Het waren  de Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers ,waaronder Columbus ,die deze vruchtgroenten naar Europa gebracht te hebben. Zoals gezegd komen de pepers uit Zuid- en Midden Amerika. Op zoek naar de Aziatische zwartepeper  vonden ze bij toeval een gewas dat nog pikanter was. Uit onderzoek is gebleken dat de Capsicum  soorten meer dan 5000 jaar voor onze jaartelling al in het Amazonegebied bekend waren. Inmiddels bestaan er meer dan 200 variëteiten wereldwijd , en door veredeling zijn er nog meer te verwachten.
Uiterlijke kenmerken
Pepers zijn er in vele vormen en kleuren. Ze variëren in grootte van 2 – 12 cm en komen voor in het wit, groen, geel, rood en oranje. In Nederland worden de grote pepers in groen , rood  en oranje geteeld
We onderscheiden twee type:
1. Een bekende verse peper is de Spaanse peper (Capsicum annuum).  Het zijn lange, slanke, puntige iets gebogen vruchten.  Ze verkleuren van groen naar rood
2. Een andere soort peper is de Cayennepeper (Capsicum frutescens), niet te verwarren met het ras Cayenne van de Spaanse peper.  De cayenne­peper heeft slechts een lengte van 1 – 2,5 cm.  Ze zijn diep rood, geelwit of oranje van kleur.  Deze kleine pepers zijn zeer heet van smaak.
Toepassing/gebruik
De pepers dienen voornamelijk als smaakmaker , in gerechten. Ook de kleur en vorm geven gerechten een  bijzonder aanzien.
Het zijn vooral de milde rassen die rauw gegeten worden . De scherpe soorten worden voornamelijk gebruikt voor de verwerking in ,b.v. in sambal. Tobascosaus  en chili-saus  Gemalen gedroogde pepers zijn een onderdeel van het  bekende “kerrypoeder”. Het poeder van de gemalen peper  heeft  ook  een conserverende werking . In de tropen is het gebruik van pepers ook een bron van Vitamine C
Maak sambal van verse pepers.  Pepers worden samen met wat zout en citroensap fijn­gestampt in een vijzel. – Pepers in nasi- en bami­gerechten.
Pepers in marinades voor kip of ander vlees. Pepers in sausen en soepen.Bij de fabricage van salami en andere worstsoorten, hot ketchup en vele soorten marinades is dit ingrediënt onmisbaar.
Pas op! De pepers bevatten ook op de schil capsacaine ,na aanraking NIET in de ogen wrijven.
Capsacaine lost nauwelijks op in water, maar zeer goed in vet. Daarom helpt spoelen met water niet om de hete smaak weg te krijgen, maar melk wel. Melk bevat namelijk vet. Ook alcohol, mits van voldoende sterkte (jenever) werkt goed, capsacaine lost namelijk ook goed op in alcohol. Bier bevat niet genoeg alcohol, dus heeft nauwelijks effect.
Voedingswaarde.
Pepers zijn rijk aan vitamine C en pro-vitamine A  (B-Caroteen). Zo bevatten de groene pepers ze maar liefst 76 mg vitamine C per 100 gram.  En de rode pepers 150 mg. Ook ze  zijn rijk aan energie (per 100 gram: 329 kcal/1.377 kJ)en bevatten maar liefst 7,9 mg ijzer 100 gram.  In Nederland gebruiken er echter maar weinig van.
Scovill Eenheden ( SE)
Heetheid van de Capsicum soorten  wordt niet aangegeven in de hoeveelheid capsaicine, maar in zogenaamde Scoville Eenheden (SE). De schaal is door Wilbur Scoville in 1912 ontworpen en meet de heetheid van verdunningen van een bepaald peper-extract ten opzichte van een niet hete peper. Hoe meer je moet verdunnen voor dezelfde heetheid, des te hoger de hoeveelheid Scoville eenheden.
Type peper                                         Scoville Eenheden
Paprika                                                   0-100
New Mexican pepers                             500-1000
Espanola pepers                                  1000-1500
Ancho en Pasilla pepers                       1000-2000
Cascabel pepers                                  1000-2500
Jalapeno pepers                                  2500-5000
Serrano pepers                                    5000-15000
Cayenne en Tabasco pepers                30.000-50.000
Chiltepin pepers                                  50.000-100.000
Thai pepers                                         100.000-350.000
Habanero pepers                                200.000-300.000
Habanero varieteit Red Savina           514.000 -577.000
Dorset Naga                                       923.000
Bhut Jolokia                                        1.000.000(de heetste peper ter wereld)
Pepers, ook wel Spaanse Pepers of Chilipepers genoemd, zijn er in veel vormen en kleuren. Ze zijn de scherp smakende familieleden van de Paprika. Pepers groeien aan struikachtige planten die tegenwoordig zelfs als kamerplant ver­krijgbaar zijn.De Peper onderscheidt zich van de Paprika in afmeting, vorm en smaak.
Kan een Paprika een gewicht bereiken van plm. 250 g, het gewicht van een Pe­per ligt slechts tussen de 4-20 g.
Bekende rassen van de Spaanse Peper zijn:
Westlandse Lange Rode Langwerpige, conische, puntige en scherpe vruchten, ongeveer 12 cm lang.  In on­rijpe toestand groen, in het rijpe stadium glanzend licht~ tot donkerrood van kleur.
Vurino Een hybrideras met 12- 14 cm lange, conische en puntig toelopende vruchten, van groen verkleurend tot licht- of donkerrood.  Vrij scherp van smaak, doch minder dan het vorige ras.
Cayenne Kortere vruchten dan de vorige rassen  plm. 8 cm en min­der gebogen.  Dit ras is scherp tot zeer scherp van smaak.
Madame jeanette of Ma­dame janet Gele, enigszins blokte pepertjes, van on­deren puntig en met een deuk aan de zijkant.
Een ander soort peper is de Cayennepeper, niet te verwarren met het ras Cayenne van de Spaanse Peper.
Cayennepeper wordt ook wel Lombok Rawit, c.q. Chilipeper genoemd. Deze  pepertjes hebben een lengte van slechts 1-2,5 cm, zijn diep rood, geelwit of  oranje van kleur, deze kleine Pepers zijn zeer heet van smaak.
Gemalen Pepertjes worden samen met Kummel, Knoflook en Majoraan ver-werkt tot chilipoeder. Cayennepepertjes zijn ook de grondstof voor de beken-de Tobascosaus. Cayennepepertjes c.q. Lombok Rawit zijn gedroogd bijna onbeperkt houdbaar.
Soorten: Groen, rood, geel, geelwit, oranje, wit en bruin.
Rasnamen:Worden met uitzondering van de rassen Madame Jeanette, Cayenne en Cayen­nepeper c.q. Lombok Rawit niet onder rasnaam verkocht.
Mede door import het hele jaar rond verkrijgbaar.
Import uit o.a.:Afrika, Azië, Zuid-Europa, Balkan.
Ziekten en Gebreken:zie Paprika.

Bewaren
Bij voorkeur gekoeld bewaren.
Gekoeld;   0-1° C, 90-95% R.V.: 1-2 maanden;
N.B.: Bij inkoop moeten verse Pepers glanzen en stevig aanvoelen. Pepers zijn rijk aan vitamine C en pro-vitamine A (B-Caroteen), ijzer en energie.
Bij het schoonmaken en het gebruik van pepers zijn keukenhandschoenen geen overbodige luxe, want Pepers zijn echt heet en Cayennepepers zeer heet, boven­dien zijn rode Pepers scherper dan de groene Pepers. Het brandende sap van rode Pepers blijft zelfs na het handen wassen aan de huid zitten. Het is voorstelbaar wat er gebeurt als we contactlenzen in zetten of in de ogen wrijven.
Zet tijdens het bakken een raam open, want de hete lucht die vrijkomt werkt op de slijmvliezen van keel en ogen.

 

Peulen

 

Unicode

Peul Pisum sativum L. var. Saccharatum  Leguminosae

Syn (Pisum sativum, convar. axiphium)
ENGELS: Sugar pea
FRANS:Pots sucré, pois mange-tout
DUITS:    Zuckererbse
Herkomst:
Erwtenachtigen behoren tot de oudst bekende groenten van de mens.  AI meer dan 7000 jaar voor Christus werden erwtachtigen gegeten.  Er zijn zelfs sporen in Birma, Thailand die verder terug gaan dan 9750 jaar voor Christus.
Onze erwten en peulen stammen vermoedelijk uit het Middellandse Zee-gebied. Tegenwoordig treffen we ze bijna overal op de wereld aan.
De peul is een erwtenras met een zachte schil. In onrijpe toestand kan men Peu­len als groente eten. Men consumeert bij de Peul derhalve de onrijpe zaden en de schil. Het produkt wordt met de steel geoogst, voornamelijk omdat bij veel rassen de Peulen in paren groeien. In landen als China eet men van deze plant ook de jonge stengel topjes met bladranken.
Het oogsten is een arbeidsintensieve bezigheid, die met de hand gebeurt. Door­gaans is het aanbod van in Nederland geteelde peulen daardoor gering. De prijs is veelal hoog, maar de fijnproever is bereid deze er voor te betalen.

Typen peulen:
Het oudere type is bijna doorzichtig~lichtgroen van kleur en heeft nauwelijks ontwikkelde zaden, het wordt zeer jong geoogst.  Een nieuwer type, de peul­erwt, heeft dikwandige licht­ of donkergroene peulen met goedontwikkelde zaden.  Het is wranger naarmate het jonger wordt geplukt.  In alle  gevallen neigt de smaak echter naar zoet.

Soorten:Rijspeulen en Stampeulen.
Aanvoer uit Nederland :Mei- augustus. Overige maanden uit landen als: Marokko, Spanje, Kenia Zuid Amerika en Zuid Afrika
Klasse I: het produkt moet van goede kwaliteit zijn. Het moet vrij zijn van schade door insekten of dierlijke parasieten. De Peulen mogen niet gebroken zijn en ze die­nen vrij te zijn van bloemresten.
Klasse II: het produkt moet van goede kwaliteit zijn. Het dient vrij te zijn van bloemres­ten. Geringe gebreken en afwijkingen zijn toegestaan.

Ziekten en gebreken:
1.         Vliezig;
2.         Te rijp;
3.         Rupsenvraat;
4.         Schimmel.

Korte bewaring gekoeld:
0-1°C, 90-95% R.V.: 2-5 dagen;
2-5°C, 90-95% R.V.: 2-3 dagen.
Ongekoeld:  ± 1 dag.
Gekookt al of niet in combinatie met jonge Worteltjes.
N.B.: Opletten op te rijpe Peulen en Doperwten tussen de Peulen, omdat de vlie­zen hiervan taai zijn en zo het produkt voor consumptie ongeschikt maken.
Voedingswaarde per 100 gram:
Water: 90,3 gr.
Eiwit: 2,4 gr.
Vet: 0,2 gr.
Kalium: 248 mg.
Magnesium: 25 mg.
Calcium: 57 mg.
IJzer: 0,8 mg.
Fosfor: 37,8 mg.
Vit.C: 20,0 mg.
Kjoules:           130 (=31 Kcal)
Rassen:
De rassen kunnen in drie groepen worden verdeeld: de “oude” typen erwtepeulen of ‘suikererwten’, met resp. kleine en.grote peulen ( beide var. saccharatum) en het nieuwe type “peulerwt'”met een doperwtachtige peul (var. macrocarpum).
De kleine erwtepeulen worden vooral in Nederland ge­teeld, met als belangrijkste rassen
Agio-Kortstro (stomp, lichtgroen, ca. 10 cm lang en20 mm breed).
Norli-­Kortstro (stomp, licht­groen, ca. 8 cm lang en I5 mm breed).
Record-­Langstro (glad, lichtgroen, ca. 9 cm lang en 15 mm
De grote erwtepeulen komen vooral uit het buitenland, met als bekendste rassen
Reuzensuiker (recht, groen,ca. 10 cm lang en 2 5 mm breed) en Zwitserse Reuzen (lichtgroen, gegolfd, ca. 12 cm lang en 33 mm breed).
De rassen van het peulerwt­ype vormen peulen met dikke, knapperige peulwand en vrij grote, groene, zoete erwten.
Tot de nieuwe, Amerikaanse rassen behoren Ear Snap (donkergroene, iets krombekachtige peulen, ca. 8 cm lang en dikovaal van vorm), Sugar Snap (zelfde peulen) en Sweet Snap lichtgroene, ronde, iets ge­bogen peulen, ca. 8 cm lang en zeer zoet van smaak). Suger Snaps  zijn peulen met een vlezige schil die net als de zaden zoet van smaak is.

 

Pompoen

Unicode
(Cucurbita maxima en   C. moschata) Cucurbitaceae169//1023/57/
ENGELS: Pumpkin, wintersquash
FRANS: Potiron
DUITS: Zentnerkürbis, Riesenkürbis
Deze grote tot zeer grote sterk gesegmenteerde vruchten van, uiteenlopende vorm en kleur worden geteeld in bijna alle tropische en subtropische landen.
Ook in koelere landen, zoals ons land, kunnen bepaalde soorten buiten worden geteeld.
Het vruchtvlees is wit, geel of oranje van kleur, de smaak neutraal tot licht ge­parfumeerd.

WINTERPOMPOENEN
Van de winterpompoenen (Cu­curbita maxima en C.moschata) bestaan er enorm veel rassen in verschillende kieuren en vor­men.  Zo is er het ras de Gele Reuzen.  De vruchten van dit ras kunnen wel een gewicht berei­ken van circa 40 kg.  Deze pom­poenen zijn ideaal als blikvanger in een etalage.  De grote exem­plaren zijn minder geschikt voor consumptie.  Kleinere vruchten hebben meer smaak.
PATISSON: SCHOTELVORMIG UITERLIJK  De patisson (Cucurbita pepo) behoort tot de groep zomerpom­poenen.  Het is een schotelach­tige, aan de rand gelobde vrucht, die in een jong stadium wordt geoogst.  De doorsnede van de jonge vruchten is circa 10 cm.  De patisson is meestal wit van kieur.  Er bestaan ook gele en lichtgroene rassen.  Patisson heeft qua smaak veel weg van de courgette.
De patisson wordt ten onrechte ook wel Jeruzalem artisjok genoemd. Dit is echter de naam van een andere groentesoort die ook wel topinamboer of aardpeer heet.   

OPSLAG POMPOEN EN PATISSON
Winterpompoenen zijn lang houdbaar.  Hele pompoenen zijn wel tot 4 maanden houdbaar in een goed geventileerde ruimte met een temperatuur van 10-12′ C. Spaghettipompoen is circa 2 maanden houdbaar.  De patisson is 1-2 weken op te slaan bij een temperatuur van 10 – 12 C met een rv van 90-95%.  De consument kan patisson nog een paar dagen bewaren op een koele plaats.  Van halve of stukken pompoen moet het bin­nenste gedeelte (pitten en drade­rige gedeelte) goed worden ver­wijderd.  Hierna de vrucht in plas­tic folie verpakken.  Een stuk pompoen is dan nog zo’n dag of twee houdbaar in de koeikast.

Aanvoer: Pompoenen worden onder meer aangevoerd uit eigen land, Frank­rijk,Turkije, Spanje en Zuid- en Midden-Amerika.

VOEDINGSWAARDE: Per  100 gr,  101  kj/24 kcal; 5,5 gr. koolydraten; 1 g eiwit; 0,4 g vet; 20 mg calcium; 0, 8 mg ijzer; 2,0 mg vitamine A;  9 mg vitamine C.

Rassen
Gele Reuzen Grote, ronde vruchten met een gele tot oranjeachtige.schil en geel vruchtvlees, dat tamelijk flauw van smaak is.  De vruchten kunnen meer dan 4o kg zwaar worden.  Het vlees wordt snel voos.
Golden Debut Een japans hybrideras met ronde, oranje vruchten van 1 – 11/2kg en stevig, geelachtig vrucht­vlees.  Behoort tot de rassen die vaak worden aangeduid als ‘Hokkaidopompoenen’ omdat ze oorspronkelijk van het japanse eiland van die naam afkomstig zijn.
Butterball Een japanse hybride met platronde vruchten, ca. 10 cm hoog en I 7 cm  in doorsnee.  De schil isgroen, het vruchtvlees oker­kleurig.  Bij het rijpen wordt de schil vaak oranjeachtig.  Na kort koken geeft dit ras een uitstekende puree, die in kleur en smaak overeenkomt met kastanjepuree.
Lunga di Napoli Grote, langwerpige en enigszins knotsvormige, groene vruchten.  Het vruchtvlees is aanvankelijk geel en wordt bij het rijpen oranje.  Het lange deel van de vrucht be­staat uit massief vruchtvlees, het knotsvormige einde be­vat een kleine kern met zaad.  Op vrij grote schaal geteeld in Italië
Ponca Gele, enigszins lang­werpige en van onder bolvormige vruchten van een goede consumptiekwaliteit.  Ze wegen ongeveer 1 kg.
Gold Nugget Een kleine, ronde winterpompoen, geel van kleur en met vaak zeer hard vruchtvlees.  Goed ont­wikkelde vruchten ca. I kg, vaak echter worden veel (te) kleine vruchten aan­geboden.
Table King Een ras met granaatvormige gele en sterk  geribde vruchten met een gewicht van 1/2 tot 1 kg.
N.B.: Spaghetti-pompoen  ook bekend onder de naam ” Course de Siam” is bij volle rijpheid een geelachtig gladde vrucht.Het vruchtvlees is draderig en vertoont na het koken veel overeenkomst met spa­ghetti.De hele vrucht ± 20 minuten koken, daarna opensnijden en de zaadkern verwij­deren; het overgebleven draderige vruchtvlees uit de vruchthelft trekken en warm eten of koud met een pikante saus. Import in beperkte mate uit landen met een gematigd klimaat, augustus-december.

 

Postelein

P1060548 Postelein-©
Portulaca oleracea L. ssp. sativa      Portulacaceae        169/1303
Ook bekend als : Zomerpostelein  en  tuinpostelein
Engels:             Purslane
Frans:              Pourpier
Duits:               Portulak
Italiaans:           porcella ; portulaca: erba porcellana
Spaans:            verdolaga
Deens:              portulak
Zweeds:           portlak
Winterpostelein , Claytonia perfoliata  syn. Montia perfoliata
Ook bekend als Cubaspinazie
Surinaamse Postelein : Talinum triangulare (Jacq)
Ook bekend als : Posren
Herkomst en Geschiedenis:
Waarschijnlijk is de gewone postelein afkomstig uit India en het westen van de Himalaya.Andere bronnen vermelden China,Rusland en Egypte. Hoe het ook zei,thans wordt de gewone of zomer postelein voornamelijk geteeld in Nederland,Belgie , en rondom de middellandsezee.Ook in de zuidelijke landen van de voormalige Sovjetunie is de teelt en consumptie bekend.
De Winterpostelein is afkomstig uit Noord Amerika,de westkust van Baja California tot British Columbia is de voornaamste vindplaats.
De Surinaamse postelein heeft als oorsprong  West –Indie en tropisch Zuid Amerika. Tegenwoordig wordt deze ook geteeld in West Afrika en India.
Postelein  wordt onder de bladgroenten gerangschikt. De blaadjes van dit gewas zijn maar betrekkelijk klein.
Postelein bestaat als regel voor de helft uit blad en voor de helft uit bladsteel.
Een harde dikke bladsteel beïnvloedt dan ook de gebruikswaarde. Postelein heeft een wat zure smaak, dit maakt Postelein tot een wat minder gewaardeerde groente bij de consument.
De verschillende soorten zijn: Winterpostelein, Postelein of Zomerpostelein en Surinaamse Postelein.

Bekende rassen zijn : Gewone Groene en Gele grootbladige

Aanvoer :Winterpostelein: november-april; Postelein of Zomerpostelein: maart-oktober; Surinaamse postelein: juli-oktober.
Beperkte import van Postelein of Zomerpostelein in de wintermaanden uit Zuid-Europa.
Klasse I: het produkt moet van goede kwaliteit en vers zijn, vrij zijn van geel blad, wortels en aarde, niet houterig en normaal ontwikkeld zijn.
Klasse II: het produkt moet van redelijke kwaliteit zijn en voor het overige als klasse I, een lichte kleurafwijking is toegestaan.
Geen sorteringsvoorschriften.

Ziekten en gebreken:Smeul: vooral de onderste blaadjes smetten zeer snel.

Gekoeld presenteren.
Consumptie is ± 200 g per hoofd van de bevolking per jaar.

Korte bewaring : Gekoeld: 2-5°C, 90-95% R.V.: 2-3 dagen.
Ongekoeld: ± 1 dag.
Gekookt als groente, in stamppot, rauw in salades.
N.B.: Wanneer Postelein te diep is afgesneden kan ze een grondsmaak hebben. Postelein is ongeschikt om te snijden.
Verpakken in kunststoffolie werkt smetten in de hand; van verse Postelein is blad en bladsteel fris en mooi van kleur. De rode kleur van de stengels is een een eigenschap van de postelein .

Voedingswaarde : per 100 gram produkt.
Eiwitten                 1.0 gr.
Koolhydraten       1.0 gr.
Kcal/Kj                  8/34
Oxaalzuur              0,9%
Vit. A.    1,70 mg
Vit.B1     0.06 mg
Vit.B2     0.04 mg
Vit.C       20.00 mg
Kalk        125.00 mg
Fosfor    70.00 mg
IJzer        3.00 mg
Natrium 30.00 mg
Kalium   800.00 mg

De Portulaca oleracea var. aurea is geelvlezig en minder winterhard.Zeer geschikt in rauwe salade.
De varieteit Portula oleracea var. silvestris met liggende stengel en roodachtige blaadjes is verwant aan de wilde postelein,en heeft een uitgesproken zure smaak.

 

Prei

Allium porrum L.
Engels : leek
Duits:Porree, Lauch
Frans:Poireau , porreau
Italiaans Porro
Spaans: Puerro
Deens; porre
Zweeds purjok , purjo
Prei behoort tot de familie van de ui-achtigen of Liliaceae. De groente vindt zijn oorsprong in het oostelijk Middellandse Zeegebied. Evenals ui en knoflook was ook prei al bekend bij de Grieken en Romeinen en deze geurige producten stonden bekend als krachtige bronnen van energie. Algemeen neemt men aan dat prei niet in het wild voorkomt,maar van oudsher een cultuurgewas is . Sommigen beschouwen prei als een cultuurvorm van de parelui ( Allium  ampeloprasum) In het oude Rome werden de tuinen waar prei werd geteeld porrinneae genoemd.
Prei is een kruidachtig gewas met een typische lookgeur. De stengelvoet en bladschede vormen een witte tot groenwitte schacht. Het blad is lang, plat en vrij breed.
Prei is in te delen in winter-, zomer- en herfstprei. Zo zijn er dus vroege en late rassen. De vroege rassen hebben een lange schacht, zijn grijsgroen van kleur en hebben een zachte en losse structuur. De late rassen hebben een vrij korte dikke schacht en zijn grijs tot blauwgroen van kleur. Ze zijn winterhard. D.w.z. dat de planten op het land  een matige vorst kunnen verdragen.
Uit onderzoek blijkt dat de meeste consumenten de voorkeur geven aan het witte deel van de prei. Preiplanten worden daarom tijdens de teelt enkele malen aangeaard. Dit resulteert in een langer stuk witte schacht. De aanvoer van zomerprei vindt plaats in de periode van juni -augustus. Herfstprei in de periode september-december en winterprei in de periode van januari-mei.  Prei komt voornamelijk uit eigen land. In het eerste kwartaal van het jaar komt ook geïmporteerde prei op de markt, vooral bij strenge vorst. Importlanden zijn ondermeer Turkije, Spanje en West-Duitsland.
De aanvoer vindt plaats in mei en juni, in de perio­de tussen de aanvoer van de laatste Winterprei en de vroegste Zomerprei van de vollegrond. De teelt komt verspreid over het land en vooral in koude kassen voor.
De teelt van Prei onder glas loopt de laatste jaren vrij sterk terug.

GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN
–      Prei in groentesoepen of preisoep.
–      Prei gekookt als groente met bijvoorbeeld een kaassaus of tomatensaus.
–      Prei gestoofd in iets boter met plakjes winterwortel.
–      Prei in Italiaanse gerechten als pizza en lasagne.
–      Prei in stoofschotels van groenten met vlees.
–      Prei in rauwkostsalades met geraspte wortel, bleekselderij, stukjes       appel  en rozijnen.
N.B.: Een schachtlengte van minstens 14 cm wit is gewenst. Een donkere blad­kleur gaat vaak samen met een geringere slijtage. Een knobbel is een ongewenste eigenschap omdat Prei met een knobbel veel extra tijd vraagt, bij het schoonma­ken blijven vaak delen van het verwijderde blad achter op de knobbel.
Een goede methode om Prei zandvrij te maken is:
Snijd een plakje van de onderkant en verwijder het buitenste blad en taaie groene bladpunten. Snijd prei in de lengte met een scherp mes vanaf het wortelvoetje tot bovenaan door. Vouw de bladeren van een preihelft uiteen en spoel ze schoon on­der stromend water. Snijd prei verder in de gewenste grootte.
Het snijden dient zo kort mogelijk voor het gebruik  te geschieden, omdat gesneden Prei snel aroma verliest, terwijl het uiterlijk in goede conditie blijft. Om deze re­den ook kort centrifugeren. Naarmate de snit grover is, is het aroma-verlies min­der. Prei staat een specifieke lookgeur af, die kan inwerken op produkten als Bloemkool, Appelen en Citrusvruchten.
Daarnaast worden er aan Prei diverse geneeskrachtige eigenschappen toege­schreven zoals een ontslakkende werking op de darmen, slijmoplossend werken bij bronchitus en het ontstaan van nierstenen tegengaan.
Voedingswaarde per 100 gram product.
energie ;130 kj/31 kcal;
koolhydraten; 5 gr.
eiwit; 2 g
Vet;  0 ,3  g
calcium; 6o mg
ijzer; 1 mg
vitamine A; o,6o mg
vitamine C. 2 5 mg
Rassen:
Naar schachtlengte, blad­kleur, groeisnelheid en win­terhardheid worden de rassen onderverdeeld in zomer-, herfst- en winter­prei. in het algemeen hebben vroege rassen een lange schacht, een licht grijsgroene bladkleur en een zachte of losse structuur; ze zijn meestal snel gaar.  Late rassen hebben een tamelijk korte, dikke schacht, een donker grijsgroen of blauwgroen blad en een goede winter- hardheid . De  rassen zijn hieronder gerangschikt in volgorde van vroegheid.
King Richard, is een vroeg ras met een hoge opbrengst en een milde smaak
Bulgaarse Reuzen Een vroeg ras met een zeer lange, groenwitte schacht en licht­gekleurd blad.  In Duitsland wordt dit ras Kamusch genoemd.
Zwitserse Reuzen De schacht van deze selecties is korter en witter dan die van de Bulgaarse Reuzen.  Ze hebben een groene tot licht­groene bladkleur en zijn vooral geschikt voor de zomer- en de vroege-herfst­teelt.
Prelina. is een laat zomerras of vroeg herfstras, en heeft een middellange schacht
Herfstreuzen Verschillende selecties, o.a.  Cobra , Otima, Batom, Snowstar en Goliath.  Sommige zijn ge­schikt voor zomer- en vroege-herfstteelt, andere voor vroege en late-herfst­teelt.  Alle hebben een vrij korte tot matig lange, dikke schacht en brede, vrijdikke, grijsgroene bladeren.
Winterreuzen Selecties met vrij breed, grijsgroen blad en  een tamelijk lange vrij  dikke  en iets knobbelige schacht.  De meeste Winterreuzen zijn winterhard.Enkele selecties zijn Winterreus 2 , Argenta en Goliath.
Blauwgroene Winter Een winterhard ras met donkergroen, lang en vrij smal blad.  De schacht is tamelijk dik en heeft meer knobbel (boven de wortels) dan de herfstrassen.
Blue de Solaise. Een Frans winterras dat tot laat in  het voorjaar in Nederland wordt aangeboden.
Er zijn momenteel talrijke variëteiten van prei in cultuur, waarbij de verschillen in hoofdzaak liggen in bladkleur, winterhardheid en de “knobbel” aan de basis van de schacht.

Ziekten en Gebreken:
1. Schade door rupsen van de preimot: gangen tot in het hart van de plant;
2. Bladvlekkenziekten;
3. Vorstschade: bruine harten;
4. Schieten: vorming van de bloemstengel.
5. Roest.
6.Stengelaaltjes

Opslag en bewaring:
Gekoeld:
-1 ° C, 90-95% R.V.: 4-6 weken;
2-5  °C, 90-95% R.V.: 2-3 weken.
Gesneden en verpakt gekoeld:
2-5 °C, 90-95% R.V.: 1 dag.

 

Pronkboon

Pronkboon Phaseolus coccineus L.  syn.P.Multiflorus Lam.  Leguminosae
Engels: runner bean, scarlet runner
Duits: Feuerbohne, Prunkbohne
Frans: Haricot d’Espagne
Italiaans: Fagoilo di Spangna
Deens: Pralbonne
Zweeds: vanlig, blomsterbona
De boon behoort tot de familie van de Papilionaceae, onderfamilie Papilionatae en het geslacht Phaseolus L. De sperzie – , snij en spekbonen behoren tot de soort Phaseolus vulgaris L.  En de pronkboon tot de Phaseolus coccineus L..
Deze bonensoort is van oorsprong afkomstig uit Midden en Zuid Amerika.Sinds de reizen van Columbus naar Amerika is de Pronkboon in Europa bekend geworden. In Europa is de teelt begonnen in de zestiende eeuw.Al snel nam het aantal bonensoorten toe en zijn bescheven. De eerste beschrijving van de bonen is die van Fuchs in 1542.Deze schrijft over “Welsche Bohnen” ,dit zijn ‘vreemde’ bonen. De stokboon wordt voor het eerst beschreven in 1552,als een nieuwkomer in Duitsland en Italie.
De Pronkboon is een Snijbonensoort die grover is dan de Snijboon en de Spek­boon en minder aromatisch.
De schil van de Pronkboon is iets ruw, met op de buik- en de rugnaad, vorming van een draad, vooral in wat ouder stadium, in dat stadium bevat de peulwand een perkamentachtig vlies dat niet gaar kookt. Aan dit vlies dankt de gesneden pronkboon zijn bijnaam ‘scheermesje’.
Jonge Pronkbonen zijn echter uitstekende Snijbonen met een goede malsheid en smaak.

Soorten. Witbloeiende met witte zaden en roodbloeiende met rode zaden.
Pronkbonen  worden  niet onder rasnaam verkocht.
Belangrijkste aanvoertijd in Nederland is Augustus-oktober.
Import uit Spanje en Engeland: oktober-januari.
Zie kwaliteitsvoorschrift Snij- en Slabonen op de website van PT

Ziekten en Gebreken:
1. Windschade: kurkweefsel op de peul;
2. Grauwe schimmel: aangetaste peulen worden rot en zacht;
3. L.T.B.: peulen worden donkergroen, glazig en gaan rotten;
4. Roest: donkerbruine sporenhoopjes;
5. Bonenspintmijt: vaalbruine doffe peulen.

Consumptie :± 75 g per hoofd van de bevolking per jaar.
Ongesneden gekoeld:
6°C, 90-95% R.V.: 1-2 weken;
2-5°C, 90-95% R.V.: 5-7 dagen.
Ongesneden ongekoeld:
afhankelijk van de temperatuur: 2-3 dagen.
Gesneden en verpakt gekoeld:
0-1°C, 90-95% R.V.: 1 dag;
2-5°C, 90-95% R.V.: 1-2 dagen.
Gekookt als groente.
De aangetaste bonen verwijderen, de bonen punten en afhalen, wassen, zeer goed uit laten lekken en snijden met de groentesnijmachine met bonenvoorzet­stuk, snit ± 2 mm.
N.B.: In gesloten verpakking treedt gemakkelijk rot op. Verse jonge Pronkbonen moeten gemakkelijk met de hand te breken zijn.

Voedingswaarde per 100 gram product
Energie I05 kj/25 kcal;
Koolhydraten; 3 gr.
Eiwit 3 gr.
Vet; 0,3 g
Calcium; 40 mg
IJzer; o,8 mg
Vitamine C. 15 mg
Rassen:
Emergo Witbloeiende pronkbonen met rechte, vrij smalle en vlezige, groene peulen met draad, Ca. 25 tot 29 cm. lang. Binnen het ras Emergo zijn er diverse selecties ontstaan.
Prijswinner Roodbloeiende pronkboon met rechte, vrij smalle, vlezige en tamelijk ruwe, donkergroene peulen met draad, 27-30 cm lang.  In het algemeen zijn de peulen van roodbloeiende pronk­bonen iets stugger dan die van witbloeiende rassen en is het zaad ook na het koken donker van kleur.
Dominant een witbloeiende pronkboon die goed voldoet in de normale teelt. De peul is wat langer en smaller dan de Emergo, maar wel met draad.
Excelsior Voldoet redelijk in de normale teelt, Normaal gewas, wit bloeiend. De peul is recht of licht gebogen, maar met draad. De peul is zeer lang te noemen met 35 tot 40 cm.