Groenten – met een ‘U’-‘Z’

Uien

Unicode

Ui en Sjalotten Allium cepa L.  Alliaceae

 

Zaaiuien:                                               Plantuien:        
Engels:Onion                                           Onion set
Duits:Zwiebel                                          Steckzwiebel,Plantzzwiebel
Frans:Oignon,ognon                                 Oignon á plantar
Italiaans:Cipolla                                       cipolina da piantara
Spaans:Cebolla                                        Cebolita para plantar
Deens:Løg                                                Stikløg
Zweeds: Lök                                            Sättlök , Sticklök
De uiachtigen of Alliums behoren tot een geslacht dat tot de familie der narcissen behoort.  Er zijn wel 500 uiachtigen bekend.  Belangrijke groentegewasssen zijn onder meer ui, prei en de knoflook.  Verder zijn er de sjalot, zilverui en stengelui.
Alle uiensoorten zijn afkomstig uit Noordwest-india.  In China waren ze 3000 jaar voor Christus al bekend als voedsel.  In Egypte werd de ui als krachtvoedsel gegeven aan pyramidebouwers.  De Romeinen verspreidden de ui over West-Europa.  De bosui wordt ook wel voorjaarsui genoemd.  Vanaf het vroege voorjaar tot en met de zomer komen bosuien uit Nederiand op de markt.  Eerst uit de kas en later van de volle grond.  De uien worden geoogst in een stadium dat ze nog niet volgroeid zijn.  In tegenstelling tot bewaaruien, die pas geoogst worden als ze volgroeid zijn.  Bosuien worden in het winterseizoen geimporteerd uit landen als Frankrijk, Spanje en ltalid.

Er zijn verschillende teeltwijzen, namelijk Plantuien, Winteruien en Zaaiuien.
1.Plantuien is een tweejarige teelt; men teelt eerst de plantjes, om ze in maart
uit te planten waarna ze uitgroeien tot de zogenaamde vroege Uien. De oogst
van deze vroege Uien begint half juni.
2. Winteruien worden gezaaid omstreeks 20 augustus, ze overwinteren gewoon
op het zaaiveld en groeien het volgende jaar uit tot oogstbare Uien. De oogst
valt bijna gelijk met die van de Plantuien.
3. Zaaiuien is de belangrijkste teelt; men noemt Zaaiuien ook wel Bewaar-
uien. De oogst valt in september en begin oktober. Ongeveer 75% van deze
oogst wordt geëxporteerd naar Duitsland, Engeland en Frankrijk.

Een belangrijk onderdeel van de Zaaiuienteelt is de bewaring, daarvoor worden ze na het oogsten eerst zorgvuldig gedroogd.
Verder is er nog de teelt van Picklers, dit zijn Zaaiuien die 4 à 5 keer dichter
zijn uitgezaaid en worden overwegend geteeld voor de verwerkende industrie. De Zilveruienteelt is geheel in handen van de conservenindustrie.
De belangrijkste plaats in de beteelde oppervlakte wordt ingenomen door de Zaaiui. Een Ui van goede kwaliteit dient goed huidvast en voldoende hard te zijn en mag niet ontsierd worden door verwering.

 

 

Varens of Fiddlehead fern

 

P1080331

Fiddlehead fern – Eetbare varen ( Matteuccia struthiopteris)

fam . Onocleaceae ( Bolletjesvarenfamilie )

Ook bekend als : Struisvaren – Knopvarens – Eetbare Varens – Vioolkrul varens

De varieteit Matteuccia struthiopteris var. Pensylvanica wordt met name in Canada en Amerika voor de commercie geteeld .

Nederlands : Struisvaren

Duits : Straussenfarn ,

Engels : Fiddlehead fern

Frans : Fougère allemande ,Fougère autruche ,

Fins : Kotkansiipi

Zweeds : Strutbräken

Noors : Strutseving ,Strutseveng

Japans : Kogomi

De struisvaren, Matteuccia struthiopteris, ontleent zijn naam aan de gelijkenis met de veren van de struisvogel.

Van de honderden varen soorten is de struisvaren de belangrijkste varieteit ,met eetbare jonge krullen , op het noordelijk halfrond. Door veredeling in Amerika is hieruit een verbeterde versie ontstaan met de prachtige naam “Pensylvanica “. De meeste varensoorten zijn min of meer toxisch ,dus rauw eten is dan niet aan te raden . De struisvaren is hierop een gunstige uitzondering , maar voor de zekerheid toch eerst maar koken of stomen . In Noord Europa is de beroepsteelt van de struisvaren voor de eetbare krullen onbekend in tegenstelling in Canada en Noord Amerika waar verschillende bedrijven zich toeleggen op de teelt van deze Fiddlehead . Hiermee wordt de nog gekrulde jonge spruit van het blad bedoeld, die enige gelijkenis heeft met de krul van een viool .

Voor de landen in Europa is de Fiddlehead, geen gekweekte groenten . In streken waar deze in het wild voorkomt worden ze wel gezocht en gegeten . Ook in Nederland werd en wordt de jonge krul van de varen geplukt ,dit meestal voor eigen gebruik .Al komt verkoop door de plukkers aan de restaurants ook voor . In Nederland moet je uitgaan van hooguit twee weken plukken tussen begin april en begin mei ,afhankelijk van de weers- en groeiomstandigheden . Door die korte oogstperiode is een rendabele teelt in Nederland moeilijk te realiseren . In Canada en Amerika worden de meeste Fiddleheads commercieel geteeld en verhandeld . Naast de verkoop van de verse Fiddleheads worden deze ook op grote schaal ingevroren en in het zuur geconserveerd .

De ingezuurde krullen zijn een heerlijke toevoeging in salades of gewoon koud bij de borrel . De smaak is te vergelijken tussen asperges , sperziebonen en okra . Maar proeft u een mix van snijbonen en asperges is dat heel goed mogelijk .

Fiddleheads worden soms rauw gegeten, met name in Japan , maar het is aan te bevelen ze te koken of te stomen voor het eten. De struisvaren is niet-toxisch. maar er zijn een paar gevallen bekend van lichte maag-darmproblemen na het eten van rauwe of te licht gekookte Fiddleheads. Daarom wordt aanbevolen vers geplukte Fiddleheads tenminste 15 minuten te koken of 20 minuten te stomen voor dat ze geconsumeerd worden. De Fiddlehead zijn ongeveer 5 cm lang en ca. 3 cm. in diameter bij de oogst. Zodra de veren langer worden dan 7 cm. zijn ze te bitter om ze vers te consumeren .

De Maliseet Indianen uit het dal van de Saint John River in New Brunswick – Canada , hadden een traditie om de varenkrullen te oogsten en vers te verkopen op de lokale markt. Zoals gezegd ,in Canada zijn bij uitstek producenten te vinden van de Fiddlehead. Sinds 1973 zijn hier commerciële bedrijven die de Fiddleheads kweken .

Fiddleheads are to New Brunswick, what the Maple leaf is to de rest of Canada “ , een uitspraak die veel ,zo niet alles zegt over het belang van varenkrullen in dat deel van de wereld .

Ook in Japan, China Siberië ,Scandinavië ,België Frankrijk ,Nederland en in delen van de Alpen komt deze eetbare struisvaren in het wild voor .

De gestoomde varenkrullen zijn samen met wat gesmolten boter een ware delicatesse .

Fiddleheads zijn helder en zoet als je ze rauw eet en zijn een aangename toevoeging aan salades . Verwerkt in de soep, gestoofd of gesmoord in boter of olie. Als bijgerecht of als onderdeel van de Indiase keuken . Pakistan en India kennen een rijke variatie aan gerechten waarvan de Fiddlehead deel van uitmaakt . Het wordt daar verwerkt als een bladgroenten. China ,Japan,Korea en Vietnam verwerken een groot deel van de oogst in het zuur ,waardoor het hele jaar de gekrulde varen gegeten kan worden . Hiervoor gebruiken ze naast de krul ook een langer deel van de bladsteel .

Tijdens survival trainingen leren militairen in het bos te overleven op wat hier voorhanden is . In het handboek voor de deelnemers wordt de Fiddlehead omschreven als een belangrijke leverancier van Vitaminen A en C .

In de interneringskampen van Indonesië , tijdens de tweede wereldoorlog, was het plukken van de varenkrul een doodzonde die door de Japanse bezetter met harde hand werd gestraft. Ondanks deze straffen heeft menig gevangenen de oorlog overleefd dankzij het eten de Fiddlehead .

Voedingswaarde :

Ze zijn een hele goede bron van vezels , vitaminen A en C, Niacine , riboflavine en Omega 3 vetzuren .

De jonge kwetsbare varenkrul is bij 0 tot 2 ° C ca. 8 dagen te bewaren .

Verschillen de varensoorten waarvan de Fiddleheads eetbaar zijn :

Western sword fern – Zwaardvaren ( Polystichum munitum,) Vindplaats NW Amerika en Europa

Bracken fern – Adelaarsvaren ( Pteridium aquilinum) Vindplaats Wereldwijd

Lady fern – Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) Vindplaats wereldwijd in de noordelijk regionen van Scandinavië

Cinnamon fern of Buckhorn – Kaneelvaren (Osmunda cinnamomea,) Vindplaats Oostkust Noord-Amerika en Afrika

Royal fern – Koningsvaren ( Osmunda regalis) Vindplaats wereldwijd

Midin – Kameroen varen ( Stenochlaena palustris) Vindplaats Azië en Afrika

ZenmaiJapanse Koninklijke Varen ( Osmunda japonica ) Vindplaats Oost Azië – Japan

Vegetable fern – ( Diplazium esculentum) Vindplaats Azië ,Oceanië ,Afrika en Florida

Veldsla

Unicode

 

Veldsla Valerianella locusta L. Betcke (v. olitoria Polt.)  Valerianaceae
ENGELS: Corn salad
FRANS: Mâche
DUlTS: Feldsalat

OMSCHRIJVING: Kruidachtige bladgroente, die voornamelijk in het winterhalfjaar
wordt geteeld en aangeboden.Afhankelijk van de teeltwijze onderscheidt men
het fijne, tere ‘broeivet’ en de grovere ‘ezelsoren’: flinke gladrozetten met
stevig, langwerpig en meestal grijsgroen blad
Vroeger was Veldsla in de wintermaanden de vervanger van Kropsla.
Nu Kropsla het gehele jaar rond wordt geteeld, is de produktie van
Veldsla minder geworden. Veldsla wordt ook wel ‘broeivet’ genoemd.
De jonge plantjes worden met wortel geoogst en los in bakjes aangevoerd;
dit produkt is zeer teer.
Veldsla aangevoerd onder de naam ‘Ezelsoren’, is sterker van structuur.
De Veldsla is dan uitgegroeid tot flinke rozetten met langwerpige spatelvormige
bladeren; het blad van Ezelsoren is meestal groen/grijs.

AANVOER:
jaarrond, met een topaanvoer in de periode november-mei

GEBRUIK:
Rauw verwerken in salades, rauwkostschotels en stamppotten of toepassen in soep.

HOUDBAARHEID:
Broeivet 1 tot 2 dagen in de koelkast;
ezelsoren een paar dagen langer.

VOEDINGSWAARDE
: Per  100 gr. 101 kj/24 kcal;  3g   koolhydraten, 2 g eiwit,
0,4 g vet; 2 5 mg calcium;  4mg ijzer;  40 mg vita mine C.   1, 5 mg vita mine A.
Veldsla word nog niet onder rasnaam verkocht.

Rassen :
Grote Noordhollandse: Platte rozetten met langwerpig, grijsgroen  blad, ongeveer 11 cm lang en 2,5  tot 3 cm breed.
Het fijne zaad van dit ras wordt uitgezeefd en gebruikt voor de teelt van broeivet.
Valgros: Een variëteit van het vorige ras, met  iets breder blad en een lichtere bladkleur.
Volhart Rozetten met opstaand, donkergroen en glanzend blad, dat korter en breder is dan dat van beide vorige rassen.  Het blad is ook iets beter houdbaar.
Verte de Cambrai Rozetten met grote, groene, ingesneden bladeren; goed winterhard.  Vooral populair in het noorden van Frankrijk.
Verte d’Etampes Bossige groeiwijze (minder een rozetvorm) met donkergroene en glanzende
bladeren en na de oogst goed houdbaar.
Italiaanse veldsla of  Régence Een ras met lange, gladde smalle en geelgroene bladeren. die 13 cm lang en 2cm breed worden.  Niet bestand tegen vorst.

 

Venkel

Unicode
Venkel c.q. Knolvenkel (Foeniculum Vulgare Mill.)  Umbelliferae /57/1006/169/
ENGELS: Florence fennel
FRANS: Fenouil à bulbe
DUITS: Knollenfenchel

Knolvenkel wordt in Nederland onder glas en in de vollegrond geteeld
en behoort tot de familie van de schermbloemigen waartoe ook Peen,
Kervel, Peterselie, Selderij, Lavas en Dille behoren. Knolvenkel heeft
een anijsachtige smaak.
Knolvenkel is een ‘schijnknol’ omdat de verdikte bladstelen aan het
ondereind de zogenaamde knol vormen, die plat of bol van vorm kan zijn.
De kleur van de bol kan van zuiver wit tot groenachtig wit zijn.
De teelt van Knolvenkel vindt vooral plaats in de landen rond de
Middellandse Zee. In de zomermaanden is de aanvoer van de in Nederland
geteelde Knolvenkel interessant omdat er in die periode bijna geen
import is uit de zuidelijke landen. In de zomermaanden exporteert
Nederland 70% van de handelsproduktie: naar Frankrijk 45% van de
export gevolgd door Duitsland 20% en Engeland 15% en 20% naar diverse
andere landen.
De aanvoer van de onder glas geteelde Venkelknol vindt hoofdzakelijk
plaats in de maanden half april tot half juni. De aanvoer van de
vollegrond vanaf half juni tot eind november.
Knolvenkel bevat veel vitamine A en C, is licht verteerbaar,
calorie-arm en voedzaam.
Naast Knolvenkel is er ook de Zoete Venkel waarvan de zaadjes worden
gebruikt voor de bereiding van o.a. de drank Pernod en Anijsmelk in
broodbeleg (Anijskorrels) in gebak en koekjes om de Anijssmaak er in
te krijgen, het fijne blad en de zaadjes worden ook wel gebruikt bij
het inleggen van uitjes en augurken.Venkelolie heeft een anijsachtige smaak en wordt aan diverse alcoholische dranken toegevoegd. Zo bevatten Aqua Vit, Chartreuse, Anisette, Pernod en Wodka, venkelolie.  De vorm van een venkelknol varieert van plat tot bolrond, de kleur van wit tot groenachtig.  Aan de afgesneden stengels van knolvenkel zit soms venkelgroen.  De smaak van knolvenkel is niet te vergelijken met een andere groente.  De smaak is licht anijsachtig, een beetje zoet maar toch pittig.  Dit wordt veroorzaakt door een etherische olie, die het kamferachtige fenchol bevat.
De Zoete Venkel wordt hoofdzakelijk geteeld in Frankrijk.

HOUDBAARHEID:
Twee weken in de koelkast, liefst verpakt in
kunststoffolie of papier vanwege het gevaar voor uitdrogen.
De knollen worden dan taai en vezelig.

VOEDINGSWAARDE:
 Per 100 gr.: 5 1 kj/ 1 2 kcal; 2 g koolhydraten;
1 g eiwit; 70 mg calcium; I,4 mg ijzer; 5 mg vitamine C.

Rassen:

Fino Zwitsers ras met platronde, witte knollen.
Tardo Eveneens een van oorsprong Zwitsers ras.  De knollen zijn
tamelijk hoog en
en plat van vorm; de kleur is groenachtig wit.
Grosso d’ltalia Grote knollen, bestaande uit korte, brede en
vlezige bladstelen.
Florentiner Kleine knollen, zacht van structuur en platter
van vorm dan die van het vorige type.
N.B.: Knolvenkel bevat een Etherische olie die rustgevend werkt
op maag en darmen, daarom is Knolvenkel een lichtverteerbare groente.
Tijdens opslag de Knolvenkel afdekken met een kunststoffolie om
uitdrogen te voorkomen.

 

Witlof

Unicode
(Cichorium intybus L. var. foliosum )Hegi  Compositae
ENGELS: Witloof chicory, Brussels chicory
FRANS: Chicorèe-witloof, chicorèe de Bruxelles
DUITS: Zichoriensalat

Deze zeer gewaardeerde groente wordt van Nederlandse oorsprong het
jaar rond aangevoerd, met de topaanvoer tussen oktober en mei.
De teelt bestaat uit twee onderdelen. Eerst teelt men de wortels en
vervolgens de trek of forceren, dus de teelt van de kroppen.
Vroeger werden de wortels daartoe in een kuil geplaatst en afgedekt
met een laag aarde.  Tegenwoordig worden ze vaak geforceerd in bakken
met stromend water, die in donkere klimaatcellen staan; de wortels zijn
dan niet afgedekt.
In België was de witlofteelt al bekend omstreeks 1850. De teelt in
ons land kreeg pas enige betekenis rond 1920.
Rond 1850 lukte Frans Breziers, de hoofdhovenier van de toenmalige
kruidtuin “Botanique” in Brussel, er in om witloof met krop te kweken
en hielp zo het huidige witloof ontstaan. Een tiental jaar later vindt
de groente vlot zijn weg naar de Brusselse markten en zorgt voor een
explosie van kwekers.

HOUDBAARHEID:
Kroppen  twee tot drie weken bij een temperatuur van
0 tot 1 ‘C en een hoge luchtvochtigheld.

VOEDINGSWAARDE:
 Per 100 gr.: 7 1 kj/ 17 kcal; 3 gr koolhydraten;
1 g eiwit; 0, 1 vet; 20 Mg calcium; 0, 5 mg ijzer; 5 mg vitamine C

Het in Nederland geteelde Roodlof is een kruising tussen
Witlof x Radicchio c.q. Radicchio Rosso.

Witlof en Roodlof wordt niet onder rasnaam verkocht.

Topaanvoer
: Witlof  oktober-mei;   Roodlof: februari-mei.
Import van augustus-mei: voornamelijk uit België en Frankrijk.
N.B.: Bij opslag moet het produkt worden afgedekt tegen daglicht
om groenverkleuring te voorkomen; ook kunstlicht doet Lof verkleuren.
Roodlof niet koken, omdat dan het produkt zijn frisheid, kleur en
knapperigheid verliest. Was Roodlof snel en laat het goed uitlekken,
in water verkleurt Roodlof.

Enkele Rassen:
Mechelse Extra Vroeg
Vrij korte, elliptische tot enigszins eivormige kroppen met tamellijk breed blad. een matig verdikte bladnerf en een vrij lange pit.  Dit ras bevat tamelijk veel bitterstof.  Geschikt voor de zeer vroege en vroege trek met dekgrond.
Mechelse Vroeg Kropvorm en overige eigenschappen komen vrijwel overeen met die van het vorige ras, alleen is de groei trager.
Zoom Een hybrideras uit Frankrij’k, met tamelijk vaste en goed gesloten kroppen en een verhaudingsgewijs korte pitlengte.  Het is geschikt voor de zeer vroege en vroege trek met of zonder dekgrond.
Mechelse Middelvroeg en Mechelse Laat Twee rassen die in kropvorm, pitlengte en hoeveelheld bitterstof overeenkomen met de eerder genoemde Mechelse rassen.  Ze zijn echter geschikt voor respectievelijk de middelvroege en late trek (met of zonder dekgrond) en komen dus vrij laat aan de markt (tot in mei).
Hollandse Middelvroeg Een ras met tamelijk lange, smalle en elliptisch gevormde kropen. Het blad is vrij smal en heeft een verdikte bladnerf; de pit is kort.  Dit ras bevat weinig bitterstof.  De selecties zijn geschikt voor de middenvroege en soms ook  late trek met dekgrond.
Nieuwe rassen in onderzoek zijn:
Atlas – Vintor – Desire – Platine – Mont Blanc – Jadore –en Crenoline.
Roodlof ,zie ook  Radicchio

 

Zeekool

P1020353 Zeekool-©

 Zeekool (  Cruciferae
Zeekool is een forse bladkoolplant met kale stelen en blauwgroene bladeren.
ENGELS: Sea kale
FRANS:Crambè maritime,  chou marin
DUITS: Meerkohl, Strandkohl
Noors. Strandkål
Deens: Strandkål
Zweeds: Strandkål
Spaans: Crambe maritima
Estisch: Merikapsas

OMSCHRIJVING: Open bladkool met lange, kale bladstelen en gegolfd
blauwgroen blad.  Gegeten worden echter de bleke, sappige stengels die
ontstaan door het ophogen van de grond rondom de planten (als bij asperges)
of door het opzetten van de wortels in een donkere
klimaatcel.  De gebleekte stengels hebben een aangename koolsmaak.
Zeekool wordt geteeld in opgehoogde zandbedden net als de witte Asperges.
Ook vindt er teelt plaats in donkere klimaatcellen. De sappige bleke,
plm. 15 cm lange stengels, worden als groente gegeten. Zeekool heeft een
verfijnde koolsmaak die wat weg heeft van Asperges. In Engeland is het een
bekende groente.
Zeekool is een wintergroente en wordt aangevoerd van december tot april van Nederlandse bodem en o.a.  vanuit Engeland.
Zeekool is plm. een week houdbaar in de koelkast.
Voor het gebruik de Zeekool wassen, daarna plm. 15 tot 20 minuten koken
in water met zout. Consumeren met boter en iets citroensap of met een
saus rauw eten of verwerken in salades.

OORSPRONG: Atlantische kust van Engeland en Frankrijk.

PRODUKTIE: Nederland ,België ,Frankrijk en Engeland.

AANVOER: November  tot  april.

GEBRUIK: De gebleekte stelen licht koken of rauw eten.

HOUDBAARHEID: Ongeveer  1 week (koelkast).

VOEDINGSWAARDE: Per 100 gr.105 kj/25 kcal; 4gr.koolydraten; 2 g eiwit;
0,2 g vet; 6o mg calcium  . 0,14 mg ijzer; 30 mg vitamine C.

 

Zeekraal

Unicode

Zeekraal  (Salicornia europaea  syn. S. brachystachya) Amaranthaceae /169/vb
ENGELS: Glassworth
FRANS: Salicorne
DUITS: Glasschmalz, Queller
SPAANS: Salicornia
ZWEEDS: Glasört
FINS: Suolayrtti

Zeekraal is een stengelgroente die bestaat uit bladloze vertakte vlezige
groene of roodachtige stengeltjes, die alleen in jonge toestand voor
consumptie geschikt zijn.
Zeekraal heeft een zoute visachtige smaak en is van Nederlandse bodem verkrijgbaar vanaf april tot juli, na juli aangevoerde Zeekraal is vaak reeds verhout en alleen  nog geschikt als decoratie  op visschotels.
Voor het gebruik moet Zeekraal worden ontdaan van de onderste stugge delen,
de groente moet na de oogst snel worden gewassen in schoon stromend koud water.
Blancheer de Zeekraal in enkele minuten of roerbak de Zeekraal met een Ui.
Bij aankoop moet Zeekraal vlezige stengeltjes hebben. Zeekraal wordt
aangevoerd uit noordwest Europa o.a. Nederland.

OMSCHRIJVING: Bladloze, eenjarige planten met sterk vertakte, vlezige,
groene of roodachtige stengels.  Alleen in jonge toestand geschikt voor
consumptie; na juli aangevoerde planten zijn in feite alleen geschikt als
decoratie bij visschotels.

OORSPRONG:
Noordzeekusten van Noordwest-Europa.

PRODUKTIE: Noordwest Europa, o.a. Nederland.en België  Zeekraal wordt in
het wild verzameld of op zeer bescheiden schaal geteeld door  gespecialiseerde bedrijven.

AANVOER: April-Augustus Overige maanden import uit o.a. Mexico en Israel

GEBRUIK: Koken als groente; vooral geschikt bij visgerechten.

HOUDBAARHEID: 1 á 2 weken in de koelkast.
voedingswaarde per 100g
0.8 g Natrium, 40 mg Calcium en 2 mg IJzer.
De bladeren bevatten tot 1.6 g eiwitten en 1.6 g koolhydraten
Zeegroenten hebben in tegenstelling tot andere groenten zout nodig om
te kunnen leven. Vroeger werden Zeegroenten op de zilte kustgronden in
het wild geplukt en waren daarom alleen plaatselijk te koop, zoals bijv.
in Zeeland.
Tegenwoordig worden er ook geteelde Zeegroenten in de handel gebracht.
De belangrijkste Zeegroenten zijn: Zeekraal, Lamsoor c.q. Zeeaster of
Zulte en Zeekool
.

Zuring

P1050992 Zuring-©

Zuring ( Rumex acetosa ) Polygonaceae

Nederlands : Zuring , Engelse winterspinazie , Veldzuring ,zurkel,

Engels : Sorrel, Sour dock ,Garden sorrel, Spinach Dock ,

Frans : Oseille , surelle ,Grand oseille, L’Oseille des prés ,

Duits : Wiesen-Sauerampfer ,Sauerampfer,Sauerlump,

Italiaans: L’acetosa , acetosa ,

Spaans : Aceas , Aceda , Acedera , Acedera comestible,

Deze bladgroenten was in de Nederlandse keuken wat in onbruik geraakt. Maar door de vernieuwde aandacht voor inheemse en vergeten gewassen staat de zuring weer in de belangstelling.

De leden van de Polygonaceae ( Duizendknoop ) familie zijn inheems in Europa, Azië en Noord Amerika . Een groot aantal varieteiten van de zuring is ook in het wild te vinden , met name op de wat schrale en natte gronden. De gekweekte zuring die wordt voor de Nederlandse markt geteeld o.a in België , Frankrijk ,Italië en Spanje . Er zijn meer dan tweehonderd soorten zuring ( Rumex ) bekend . Het groene blad is breed ,langwerpig tot in een punt . Van de Franse varieteit is het blad ronder van vorm.

De oogst in Nederland van de volle grond vindt plaats tussen april en november . De overige maanden is er kasteelt en import . Voor menselijke consumptie is het jonge blad het meest geschikt .

Naast de bekende groene zuring is er ook een rode variëteit de Rumex sanguineus ,die de prachtige Nederlandse naam “ Bloedzuring” draagt. Deze soort heeft helder groen blad met rode nerven, dit blad doet het geweldig goed in salades of als garnering. Maar let op ! De bloedzuring niet verwarren met de Red Chard,dit is het jonge blad van de rode snijbiet ( Beta vulgaris var. cicla) En wordt eveneens onder de noemer Babyleaf verkocht . Ook in de mesclun wordt bloedzuring gemengd.

Gebruik in de keuken

Tot ver in de 18e eeuw was de zuring een geliefde groente in de Nederlandse keuken, die begin 19e eeuw door de opkomst van spinazie werd verdrongen .

De veel gekweekte zuring soorten zijn : Veldzuring (Rumex acetosa) Franse Zuring ( Rumex scutatus ) en de Spinaziezuring ( Rumex patientia ). De vormen van het blad en de smaak zijn onderling verschillend . Het gebruik is echter gelijk . Het jonge blad is rauw te eten ,verwerkt in salades geeft het een extra smaak. Het wokken in olijfolie samen met b.v. stoofsla, spinazie of snijbiet geeft een heerlijke groenteschotel..Maar ook gekookt , samen met spinazie of verwerkt in soep. Er zijn verschillende regionale recepten bekend waarin de zuring gekookt met stroop en rozijnen wordt gegeten bij schapenvlees . De Bloedzuring wordt voornamelijk gebruikt als garnering of in salademengsels.

Voedingswaarde per 100 gram :

Energie 147 kj( 35 Kcal)

Koolhydraten 6,0 g

Eiwit 2 g

Vet 0,4 g

Calcium 70.0 mg

IJzer 1,6 mg

Vit. A 3,5 mg

Vit.C 120 mg

Zuring is rijk aan oxaalzuur. Hierdoor kan bij consumptie van grote hoeveelheden dit aanleiding geven tot problemen o,a bij reuma en nier patiënten.

Rassen :

Breedbladige Nobel , Reuzen van Belleville , Lyonse Grootbladige Gele

Rode variant : Bloody Dock,