Noten – met een ‘E’ – ‘M’

Hazelnoot

Hazelnoten zijn vruchten van de Gewone Hazelaar (Corylus avellana L) of van de Lambertsnoot (Corylys maxima  Mill.)  of van hybriderassen van deze beide soorten. Hazelnoten worden in ons land pas sinds kort op zeer kleine schaal voor de han­del geteeld. Wel wordt de teelt al lange tijd bedreven door liefhebbers. In ons land ontbreekt een commerciële teelt, omdat elders goede noten tegen redelijke prijzen konden worden betrokken.
De Hazelnoot (Corylus Avellana) is afkomstig uit Italië, maar heeft over heel Eu­ropa verspreiding gevonden, terwijl zij nu ook in Amerika geteeld wordt. Haar noordelijkste grens ligt in het algemeen bij 63° NB. In ons land wordt zij ook wel geteeld (de Hazelaar). De plant heeft een struikvorm.De grootste produktie vinden we in Italië, Spanje, Turkije en de Verenigde Staten van Amerika. Er zijn zeer veel verschillende variëteiten. Voor ons kunnen we ze het best onderverdelen naar de vorm. De verschillende vormen zijn dan:
a.  ronde soorten (veel in Spanje en Italië)
b.  brede soorten;( heel zuid Europa)
c.  lange soorten (veel in Turkije en regio Napels in Italie)
Bij de oogst, die vaak eind augustus begint en tot begin oktober kan duren, zijn de noten geelbruin gekleurd. Na het ontdoen van de buitenste huls, laat men ze in de zon narijpen en drogen, waardoor ze donkerbruin kleuren.Daarna worden ze op maat gesorteerd, nl. boven de 15, 20 en 25 mm doorsnede. Deels worden de Hazelnoten nog wel in de dop ingevoerd.

 

Kastanje

De vruchten van de tamme Kastanjeboom (Castanea vesea) worden in ons land wel hier en daar geteeld, maar meestal importeren wij deze uit Italië en Frank­rijk. Oorspronkelijk behoort deze boom in het Middellandse Zeegebied thuis en in Hongarije, maar hij groeit nu tot de 50° NB. Onder de Kastanjes treffen we ook meerdere kwaliteiten aan; meestal importeren wij uit Italië de zg. Maron en wel van de variëteit de Dauphine, of de vervanger daarvan, de Dorcé.

 

 

Macadamiannoot

Macadamianoot       (Macadamia ternifolia )   Protaceae
Deze nieuwkomer op de notenmarkt is toch al lang bekend.
Dr. Macadam ontdekte deze noot in Queensland – Australië.
Aanplant in 1892 op Hawaii in de vulkanische bodem gaf een zeer goed resul­taat. Vanaf 1922 is de aanplant in Australië en Amerika sterk toegenomen, en neemt de populariteit op de wereldmarkt toe. De meeste landen in Afrika en Zuid Amerika hebben inmiddels deze noot aangeplant.
De tot 15 m hoge boom draagt vruchten vanaf het 6e jaar en kan meer dan 50 jaar worden. De vruchten hangen in trossen aan de uiteinde van de takken. Zijn de vruchten eenmaal rijp dan vallen deze naar beneden waardoor de noten vrij­komen. Deze noten hebben een zeer harde kogelronde schaal die met veel kracht is te kraken maar het loont de moeite. De kern van de noot is zeer sma­kelijk, zoet met een romig aroma. De noten zijn beperkt houdbaar, gepeld wor­den ze snel ranzig, dus ook hier vacumeren.Diverse leveranciers zagen de noten in om het kraken te vergemakkelijken.
Het vetgehalte is ca. 76% en eiwit is 36%; beiden zeer hoog te noemen. De kool­hydraten bestaan enkel uit suiker 6%.